14 februari 1999
Ik ben in Eden, een plaats aan de kust op de grens van New South Wales en Victoria. Het plaatsje lijkt zoals het klinkt. Een blauwgrijze zee, rots en zandstrand in een prachtige baai en een groen landschap. Vooral het groen valt me op. Geen dorre weides, maar sappige groene. Ik krijg zowaar zin in gras.
De walvisvaart was vroeger de bestaansreden van Eden en in het museum worden twee sterke verhalen verteld, allebei 100% waar.
Het eerste is dat van "Old Tom", een orka die hielp met de walvisvangst. Een groep orka's, onder leiding van Tom, dreef een walvis de baai binnen en hield hem/haar daar terwijl Tom naar de kust zwom om de walvisvaarders te verwittigen. Daarop vaarden ze in een petieterig bootje uit geleid door Tom. Soms was het tempo voor Tom veel te traag en trok hij het bootje vooruit aan een touw. Nadat de walvis geharpoeneerd was en met het bootje op stap ging tot hij van uitputting stierf, hielp Tom bij de stervensbegeleiding door aan het harpoentouw te hangen en zo weerstand te bieden op de walvis. Als beloning kregen Tom en zijn groep een aantal uren om de lippen en de tong (een lokale orkadelicatesse) van de walvis op te peuzelen. Toen Tom stierf, heeft niemand uit de groep zijn traditie voortgezet. De walvisindustrie is nadien zeer snel achteruitgegaan. Het karkas van Old Tom is te bewonderen in het museum.
Het tweede verhaal is dat van een walvisvaarder die vermist was nadat een geharpoeneerde walvis het bootje aan stukken sloeg. De walvis stierf niettemin van uitputting en werd 15 uur later versneden. Er bleek iets te bewegen in de maag van de walvis, de vermiste walvisvaarder. Hij was bijna blind, al zijn haar was uitgevallen en het heeft een aantal weken geduurd voor hij zijn ervaring kon vertellen.
Straf he? Had ik het niet gezien in het museum, dan had ik het geen moment geloofd.
Lees het zelf.
vrijdag 15 februari 2008
Ongelooflijk maar waar.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:53
0
reacties
woensdag 13 februari 2008
Het hoogtepunt van Australië

13 februari 1999
Ik ben niet gewoon om veel mensen te ontmoeten op lange wandelingen. De meeste toeristen haken af als er gewandeld moet worden. Dus liggen er wegen tot bijna in elke toeristische attractie. Maar niet hier, aan de voet van Mount Kosciuszko, met 2228 meter de hoogste berg van Australië. De zeteltjeslift brengt je tot op ongeveer 1900 meter, daarna heb je nog 6 kilometer, enkele richting, af te leggen.
Je zou dus verwachten dat velen vriendelijk danken voor de 12 km. Niet hier. Het pad naar de top benadert de kwaliteit van een voetpad en is ook bevolkt als een voetpad in een minder drukke winkelstraat. Blijkbaar wil iedereen op het hoogste punt in Australië staan (ik geef toe, ik was er ook).
De mooiste plaatjes zie je echter nadien bij de afdaling, door bijna niemand gedaan omwille van de zeteltjeslift. Ruwe stukken graniet tussen laag struikgewas en Eucalyptusbomen, met stammen waarop verticale banden van alle tinten bruin te zien zijn. En, het is oh zo rustig, de gemiddelde toerist ligt nu te recupereren in de zeteltjeslift. Als je ooit in Thredbo bent, doe de moeite om te voet af te dalen via de Dead Horse Gap. De inspanning wordt beloond.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:25
0
reacties
Sorry ma, ik heb gelift.
12 februari 1999
Ik ben vandaag in het avontuur met de grote A gestapt, gezien vanuit mijn "altijd ergste" standpunt. Ik heb gelift, van Bright naar Thredbo. Het openbaar vervoer bedient beide plaatsen niet zo efficiënt, dus heb ik het er op gewaagd, ondanks waanbeelden van seriemoordenaars en chauffeurs met kettingzagen in hun koffer.
Om 9 uur, bepakt en bezakt, stond ik op de weg, niet goed wetend welke weg ik eigenlijk moet hebben. Een onschuldige vraag aan een voorbijganger bezorgt me mijn eerste lift, naar een gehucht 30 km verderop.
Daar had ik na een halfuurtje wandelen mijn tweede lift, goed voor 60 km transport. 15 minuten daar ter plaatse brengt me 40 km vooruit. En een kwartier nadien, krijg ik vervoer tot mijn eindbestemming, 170 km overbrugd met een duim.
Mijn laatste vervoer wordt verzorgd door drie Fransmannen, Olivier, Serge en Paolo. Pas afgestudeerd reizen ze eerst zes maanden om daarna in het serieuzere leven te stappen. Ik heb ze maar in de waan gelaten.
En neen, ik heb geen seriemoordenaars of kettingzagen gezien. Alle chauffeurs (helft vrouwen en helft mannen) waren zeer nieuwsgierig. Ze ontmoeten niet elke dag een Belgische toeriste die voor een jaar alleen op stap is. In alle gevallen was het leuk gezelschap en heb ik meer over de streek en de Australiër (of over Frankrijk) geleerd. Meer dan indien ik op de bus zou zitten.
Ik vrees dat ik nog zal liften.
Sorry, ma
P.S. Ik had gehoopt op een lift aangeboden door Mel Gibson, die in deze streek geboren is en er verschillende huizen bezit. Af en toe verblijft hij hier nog. Ik heb hem spijtig genoeg nergens gezien.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:48
0
reacties
maandag 11 februari 2008
De weg naar de top is hard

11 februari 1999
Na mijn avonturen in de grotten van Waitomo in NZ, heb ik de smaak van dergelijke activiteiten te pakken. Ik klauter, klim, wring en spring graag, en ik wil mijn kans wagen op een rots, onder begeleiding uiteraard.
De Cathedral rots op Mount Buffalo in de omgeving van Bright is het slachtoffer. De rotsen, blokken pure graniet, kijken op me neer als ik in een niet zo goede uitrusting (sandalen, ik dacht dat we klimschoenen zouden krijgen), de klim start.
Het eerste stuk is vrij makkelijk, daarna leer ik dat klimmen techniek en vooruitdenken vergt. Zet niet je linkervoet rechts als je hem de volgende stap links nodig hebt bijvoorbeeld. Of maak maximaal gebruik van natuurwetten als je klimt (daarmee bedoel ik hefbomen en de som van krachten, niet de zwaartekracht). Zo'n dingen.
Ondanks dat we maar met twee waren om te klimmen, was het geheel veel te oppervlakkig. Een keer uitleg, de instructeur klom als voorbeeld en dan mocht je het zelf proberen, met weinig feedback op de fouten die je maakte.
Niettemin wil ik het nog proberen. De voldoening als je bovenaan staat is daarvoor te groot. Vanaf nu is geen enkele rots meer veilig.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:45
0
reacties
leve het openbaar vervoer
10 februari 1999
Ik ben om 5h45 uit mijn bed geraced om mijn bus naar Wangaratta te hebben. Daar had ik dan, volgens de bediende van de vervoersmaatschappij, binnen het uur een aansluiting naar Bright.
Om 7h15 stond ik te blinken in het busstation, de volgende aansluiting was pas om 15 uur. Deze van 8 uur bleek eigenlijk om 20 uur te zijn, want hier werken ze met am en pm, verwarring gegarandeerd.
Ik heb dus een ongelooflijk boeiende dag in Wang (zo genoemd door de lokalen) doorgebracht. Mijn voornaamste activiteit was het herbedenken van mijn reisplan 1.0. Ik heb, met mijn vier weken ervaring in Australië met mijn reisgids, een aantal bestemmingen geschrapt of ingekort. Ik zal vlugger in Tasmanië zijn en ik heb meer tijd naar het einde toe.
Deze versie 1.1 zal ongetwijfeld nog vele debugversies krijgen, maar ik ben er niettemin trots op. Ik hou jullie uiteraard op de hoogte van de uitvoering.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
10:41
0
reacties
zaterdag 9 februari 2008
Rutherglen, wijnproeven op de fiets

9 februari 1999
Om mijn luiheid van de afgelopen dagen te compenseren en om mijn geweten te sussen mbt calorie-inname en verbruik, zal ik vandaag actief zijn. Het staat bovendien in mijn reisbijbel omschreven als een hoogtepunt, dus kan ik niets anders dan het doen: een 70 km fietstocht langs de belangrijkste wijnhuizen van de streek (Frankrijk, onderschat Australië niet op dit gebied).
Het fietsje dat ik huur garandeert al veel plezier. Het is amper de minifiets ontgroeid en zet de beoogde 70 km op een onbereikbaar doel. Ik start niettemin mijn zwoegtocht.
Met mijn assortie verplichte witte helm ben ik ongetwijfeld een komisch zicht. Het aantal koeien, schapen en paarden dat stokt in hun activiteit en soms verschrikt wegvlucht, bevestigt mijn vermoeden. Fietsers zijn hier een zeldzame attractie. Ik ploeg voort op mijn miniding en sla wegens tijdsgebrek een aantal wijnhuizen over. De fietsactiviteit gaat voor op het proeven.
Uiteindelijk ben ik er in geslaagd om maar 50 km uit mijn benen op de minifiets te persen, gecombineerd met "matige wijn" proeven in twee wijnhuizen. Ik ben dus de hele dag nuchter gebleven, op zich ook al niet zo'n prestatie. Dit kan zeker niet als een hoogtepunt in mijn reis omschreven worden. Mijn blindelings vertrouwen in mijn reisgids wankelt opnieuw. Zal ik dan toch nog een afvallige worden en overschakelen op de concurrentie?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:36
0
reacties
vrijdag 8 februari 2008
De boerderij

6 - 8 februari 1999
Ik kies voor een verlengd weekend in een "boerderij met kamers" niet zo ver van Albury, gelegen aan het door afdamming gecreëerde Hume meer. De tocht naar de boerderij voert me door een dor heuvelachtig landschap aan de oevers van het meer. De bomen in de vallei werden niet gerooid voor ze de vallei hebben laten vollopen, wat maakt dat het meer vol staat met dode boomstammen. Het is een spectaculair zicht.
Op de boerderij aangekomen struikel ik over de honden, kippen, katten en de huiskangoeroe. De 8 paarden en 3 ezels kunnen gelukkig niet van hun wei om me te verwelkomen. Skippie, de kangoeroe, werd uit de buidel van zijn moeder gered na een verkeersongeluk. Sindsdien woont hij op het erf, waarbij hij slapen afwisselt met bedelen om eten. In dat verschilt hij weinig van de 5 katten die er rondlopen.
Als gast mag je naar hartelust een paard uit de wei plukken om te berijden. Dit laat ik me geen twee maal zeggen. Het enige probleem zijn de zadels, er zijn geen geschikte. Dan maar zonder. Ik slaag er zelfs in om in galop op het beest te blijven zitten. Mijn zelfvertrouwen groeit elke dag een beetje meer.
Ik laat me verleiden voor een kanotochtje op het meer, waarbij de wind zo sterk is dat ik amper kan terugkeren. Visioenen van een stranding dansen voor mijn ogen. Dit is niet voor herhaling vatbaar.
De hangmat tussen de twee heerlijk geurende citroenbomen houdt minder gevaren in. Ik breng er bijgevolg veel tijd in door, samen met een goed leesboek. Ik ben nog altijd in mijn boekenverslindperiode, maar ik voel dat het einde nadert. Gelukkig maar.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:53
0
reacties
dinsdag 5 februari 2008
Lezen, lezen, lezen, ...
4 - 5 februari 1999
Mijn voorspelling blijkt uitgekomen, ik wil alleen maar lezen. Albury is na een kort fietstochtje afgeschreven als weinig interessant. Nadat ik een aantal praktische zaken geregeld heb -ook hier gratis Internet in de bibliotheek- val ik terug op mijn boekje van 800 blz. (Executive Order van Tom Clancy). Het moet uit.
En na dit sneuvelt een ander. Ik weet dat mijn eenzijdigheid nog enkele dagen zal duren en dat ik dan weer voor twee maanden zonder kan. In afwachting daarvan geef ik me er volledig aan over en negeer ik alle andere gasten in de jeugdherberg.
Dit zeer asociaal leven wordt ongetwijfeld vervolgd.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
16:51
0
reacties
zondag 3 februari 2008
Met de bus is het altijd een beetje reizen
3 februari 1999
Wel, wel, vandaag is zo'n dag zoals er ongetwijfeld nog veel zullen volgen, busjesdag. Ik heb afscheid genomen van Piet en val terug op het openbaar vervoer. Tussen twee toeristische attracties in durven er in Australië wel eens vele kilometers met niets bijzonders te liggen en die moeten hoe dan ook overbrugd worden.
Een stevig boek doodt de tijd, in dit geval is het een turf van 800 blz. waarin ik de afgelopen dagen niet gevorderd ben. Ik wil het uit, want het is te zwaar om te blijven meeslepen. En met het beetje zelfkennis dat ik heb, vrees ik dat de volgende dagen leesdagen zullen zijn. Er zal weinig boeiends gebeuren, tenzij in het plot van mijn boeken.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:51
0
reacties
Grampians, oord van boetedoening

1 - 2 februari 1999
We zijn in de Grampians aangekomen, zonder dat de achterdeur van de Volvo is gaan vliegen. De Grampians zijn vanop afstand grappig. Plots komt uit de vlakte een gebergte, de ene kant hellend en de andere kant ongelooflijk stijl (cuesta is de officiële benaming van dit soort keten). Dit komt door de manier van ontstaan, en ik weet dat ik het ooit eens in een aardrijkskundeles heb gehoord in een duister ver verleden.
De ijsjes indachtig wil ik er twee dagen stevig doorstappen, boeten voor begane zondes. De eerste dag gaan we naar het hoogste punt, bereikbaar via anderhalve km stappen op een steile weg. Inspannend, maar veel te kort. Daarboven krijgen we een goed idee van wat de Grampians eigenlijk zijn.
De tweede dag gaan Saskia (Nederlands) en Fabio (Italiaans) mee. Dit veilig gezelschap is een uitstekend excuus voor Piet om deze wandeling over te slaan. Het is in totaal 12 km door een knap gebergte met diepe (prachtige!!!) kloven, gevolgd door een stevige klim naar de rand van een steile helling.
Het blijkt een goede oefening, maar tot mijn grote spijt wekt het mijn eetlust en mijn zin in suiker op. Na de trektocht eet ik een omvangrijk middagmaal, gevolgd door een stevige pannenkoek met banaan en siroop. Zo geraak ik mijn ijsjes natuurlijk nooit kwijt.
Piet heeft de namiddag doorgebracht met brieven schrijven en het reisdagboek bijwerken, 2 zaken die ik met veel plezier verwaarloos. Morgen, en de dagen erna, is nog een dag voor dergelijke taken.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:47
0
reacties