10 maart 1999
Ik ben in Launceston geraakt, om er na 4 uren al terug uit weg te liften. Meer tijd heb ik er niet voor voorzien. Launceston is een aardig stadje met leuke gebouwen (veel van begin 20ste eeuw, Art Nouveau) en een spectaculaire kloof met een uitnodigend zondagmiddagpark. Tot zover Launceston.
Mijn rit naar Devonport bleek interessanter. Mijn chauffeur is visser. Hij vist op Abalone. Abalone is een schelpdier dat een lokale delicatesse is en een klein fortuin kost. Wegens mijn enthousiasme met alles wat vissen is, heb ik het nog niet uitgeprobeerd. Ik heb echter ongelooflijk veel bijgeleerd.
Het blijkt dat met Abalone veel geld te verdienen is. Aziaten betalen er een fortuin voor wegens medicinale (Viagrale?) werking. Om de Abalone voor kaalpluk te behoeden is de volledige industrie strikt geregeld. In Tasmanië zijn maar 125 duikers gemachtigd om abalone te oogsten. Hun vergunning kost omgerekend ongeveer 5 miljoen BF per stuk. Tot voor een paar jaar gaf hen dit het recht om jaarlijks een aantal ton Abalone te oogsten en te verkopen. Kassa, kassa.
Dit werd veranderd, ten nadele van de duiker. De totale vangst op jaarbasis werd opgedeeld in gelijke units. De units zijn in het bezit van diegene die een som geld kan geven. Een unit geeft je het recht om 725 kg abalone te verkopen. Je huurt een duiker in om die 725 kg te oogsten en je betaalt de duiker 100 a 125 BF per kilogram. Onmiddellijk daarna verkoop je ze aan 700 BF, bijna pure winst, op de kost van je unit na, die bij aankoop 5 miljoen BF kostte. Na ongeveer 10 jaar heb je de aankoop van de unit terugverdiend en is de opbrengst pure winst. Kassa, kassa.
Uiteraard worden er veel meer Abalones geplukt dan door het systeem voorzien. Duikers oogsten en verkopen rechtstreeks aan restauranthouders, om hun verloren winst te compenseren. Ondanks de strenge controles, zijn er grote gaten in het net.
Mijn gastheer, Vince, bleek in het bezit te zijn van enkele units en zat er zeer warmpjes bij. Hij huurde een andere duiker in om zijn units te oogsten en deed ondertussen wat hij graag deed. Nog enkele jaren en, als zijn kinderen naar de universiteit waren, zou hij starten met reizen. Ik ben ervan overtuigd dat hij het met meer stijl zal doen dan ik.
maandag 10 maart 2008
Het goud van de zee
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:20
0
reacties
zondag 9 maart 2008
Een foutje in mijn paradijs
9 maart 1999
Ik heb een foutje in mijn paradijselijk park ontdekt. Het water is verschrikkelijk koud. Ik heb het 2 maal, aan elke zijde van het schiereiland, uitgeprobeerd en na 20 minuten kwam ik rillend, zelfs half bevroren, uit het water. Mijn visioen van deze morgen om ontspannend te snorkelen en de onderwaterwereld te verkennen, valt bij dezen in het water. De vissen waren trouwens toch troosteloos grijs, weinig uitnodigend om uren onder water te spenderen.
Het vergt twee uur en een stevige lasagne om op te warmen. In de namiddag start ik mijn liften richting Launceston. Ik geraak weg van het schiereiland, maar sta meer dan 1 uur te wachten op een volgende lift, die er niet komt. Na een kritische blik blijkt de plaats waar ik sta zeer slecht. De auto's rijden er te vlug en het afremmen is gevaarlijk. Ik moet dit onthouden voor een volgende gelegenheid. Omdat je ook via de andere richting naar Launceston kan, lift ik de andere kant uit. Na 5 minuten heb ik mijn lift. Ik leer dat deze richting me niet in Launceston zal brengen. Er is te weinig verkeer. Ik geef het op en overnacht in Bicheno, een onverwacht aantrekkelijk plaatsje.
Morgen probeer ik opnieuw om in Launceston te geraken, ditmaal vanop een betere plaats.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:18
0
reacties
zaterdag 8 maart 2008
Ik heb het paradijs gevonden!!!

8 maart 1999
Ik heb het paradijs gevonden, het ligt in Freycinet National Park. Al van op afstand begint het me te dagen dat ik op weg ben naar een ongelooflijk mooie plaats. Het schiereiland, met zijn kale granieten bergen (naar hoogte zou ik beter van heuvels spreken, maar dit woord bevat niet de ruwheid die ze uitstralen), ligt te schitteren in zijn omgeving. Hoe dichter we komen, hoe indrukwekkender. Ik word er zowaar stil van.
Achter deze bergen ligt een van de mooiste stranden ter wereld, Wineglass Bay. 3 weken geleden was dit nog de locatie voor een etentje van Australië's Beau Monde. Straks zal het de locatie worden voor een bescheiden snack van een Vlaming. Ik kan niet wachten om de bergen te overwinnen en er naar toe te gaan.
Nog diezelfde dag heb ik Wineglass Bay gezien, vanop een van de bergen. Mijn plan om er naar toe te gaan is, op aanraden van een inwoner, geruild voor een spectaculair uitzicht vanop de hoogste berg. Ik ben er meer dan een uur gebleven, in totale extase. Het is echt ongelooflijk mooi.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:17
0
reacties
vrijdag 7 maart 2008
Port Arthur

7 maart 1999
Australië was in den beginne (200 jaar terug volgens de Australische tijdrekening) een oord waar Britse misdadigers naar toegestuurd werden. Tasmanië was in diezelfde tijd de plaats voor de recidivisten van het Britse gevangenissysteem. Stoute gevangenen werden getrakteerd op een enkeltje Port Arthur, waar hen zware werkdagen stonden te wachten met het vellen en verwerken van mooie, rechte bomen.
Het leed van de gevangenen was zo verschrikkelijk dat de geesten van de vele gesneuvelden geen rust vinden en de toeristen blijven lastig vallen. Vanavond, op de Ghosttour, zal ik er alles over weten.
Maar nu is het klaarlichte dag, geen spook te bekennen. Ik wandel tussen de ruines van Port Arthur. Na de sluiting van het kamp in 1877 werden alle houten werkplaatsen in sneltempo afgebroken, de stenen gebouwen werden tot op het metselwerk gestript en de woonhuizen van Port Arthur werden verkocht aan lokalen. 2 bosbranden en de tands des tijds deden de rest. Pas 100 jaar later beseft de overheid het belang van Port Arthur en wordt wat overblijft beschermd.
Port Arthur laat sporen op de bezoeker na. Ik probeer me het leven van de gevangenen (sommige zaten daar voor het stelen van eten omdat ze honger hadden, zo crimineel waren ze niet), van de vrouwen en kinderen van de bewakers, van de bewakers, ... in te beelden. Ik ben zwaar onder de indruk.
's Avonds ben ik super onder de indruk. In het donker, met slechts 3 lantaarns, gaan we van plaats tot plaats terwijl de gids de verhalen van mysterieuze verschijningen, geluiden en zelfs pogingen tot wurging vertelt. Ik ril over mijn ganse lijf (zelfs nu terwijl ik dit schrijf). Ergens hoop ik dat er ook op deze toer iets mysterieus gebeurt, alhoewel ik vrees dat ik zoiets nooit kan verwerken. Het blijft echter rustig.
Als slaapmutsje vertelt de gids dat er ook een verschijning geweest is in de jeugdherberg. Ik ga bijna door het dak.
Ik slaap alleen die nacht en het heeft een tijdje geduurd voor ik kon slapen. Ik heb de nacht echter zonder incidenten overleefd (denk ik).
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:15
0
reacties
donderdag 6 maart 2008
De slang in het paradijs

6 maart 1999
Voor zij die er zich niet bewust van zouden zijn, Australië is het land van gevaarlijke slangen en spinnen. één beet kan dodelijk zijn. En de slangen en spinnen zijn overal. Zelfs Sydney is het speelterrein van een dodelijke spin.
De kans op een beet is echter klein. De meeste slangen bijten uit verdediging en gaan mensen liever uit de weg. Als ze je horen aankomen en ze hebben een uitweg, is een vluchtend geritsel het enige wat hun aanwezigheid verraadt.
Tot nu toe heb ik nog geen gevaarlijke spinnen gezien (of was ik me misschien niet bewust van de dodelijke beet van het spinnetje dat uit mijn rugzak sprong). Gevaarlijke slangen heb ik op de Overlandtrack gekruist. Ze zagen me gelukkig eerder en vluchtten weg, soms niet vlug genoeg naar mijn zin. Maar stampen op de grond hielp hen beslissen.
Vandaag was ik de eerste van beiden om de andere partij te spotten. Het heeft me een aantal seconden gekost om uit te maken waar het hoofd en waar de staart zat, om dan onmiddellijk te denken 'verkeerde richting', waarop een spontane terugtrekking van mij volgde, beëindigd door de vlucht van de slang.
Je ziet, mijn carrière als slangenbezweerder vordert. Nu nog de spinnen.
Oh ja, ik heb mijn dag doorgebracht in Eaglehawk Neck, waar de zee door de duizenden jaren heen haar handtekening heeft nagelaten in het rotsachtige landschap. Oordeel zelf maar, ik ben het een beetje beu om te zeggen dat het fantastisch mooi was.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:13
0
reacties
woensdag 5 maart 2008
Wilde nachten...
5 maart 1999
Ik had er al horen over vertellen, maar nog niet meegemaakt Ik dacht dat ik ervan gespaard zou blijven tot in Queensland, de feestbestemming voor de partytoerist. Wie had gedacht dat ik in Hobart, op het serieuzere Tasmanië, er voortijdig mee zou kennis maken. SEX in de slaapzaal.
Neen ma, ik was braaf. Het was Sarah, een Britse, puberteit bijna ontgroeid. Om half tien stond ze zich op te tutten en was ze wanhopig op zoek naar een slachtoffer die mee iets wou gaan drinken. Dankzij de cocktails en het bier van de bar op het eerste, was ze al lekker in de stemming. Om middernacht was ze terug, stomdronken, met haar vangst van de dag. Deze bleek gelukkig nuchter.
In mijn slaap heb ik hun voorspel gemist (of misschien was er geen). Toen mijn geest klaarwakker was en mijn lichaam deed alsof het sliep, waren ze al aan het vrijen, zonder zich ook maar iets aan te trekken van de vijf "slapende" meisjes rondom hen. Ik heb ongegeneerd geluisterd, ik had geen keus. Het enige wat ik wijzer ben geworden is dat de jongen ongelooflijk goed kon kussen. Over het andere, geen woord.
Sarah moet zich onzeker hebben gevoeld, want ze heeft wel vijf maal aan haar partner gevraagd wat haar naam was, waarop hij prompt haar naam zei. Blijkbaar heeft ze een vreselijk trauma overgehouden aan Die-Jongen-Die-Haar-Naam-Niet-Wist.
Toen ze een tweede keer opstartten, heb ik de liefde in de kiem gesmoord met de vraag of ze stil konden zijn. Ik had beter gevraagd of ik een foto kon nemen.
Vanmorgen bleek de prins verdwenen en lag de prinses te knorren. Spijtig, ik had het niet kunnen nalaten om haar naam te vragen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:12
0
reacties
dinsdag 4 maart 2008
Historisch Hobart

4 maart 1999
Ik ben in Hobart, hoofdstad van Tasmanië, en gepromoot als een historische stad omwille van de verzameling oude gebouwen, zijnde gebouwen die dateren van het begin van de 19de eeuw, toen de eerste Engelsen naar hier kwamen. De twee eeuwen hebben echter hun tol geëist, aan de meeste gebouwen werd geprutst om het gelijkvloers als winkelruimte te kunnen gebruiken. Spijtig.
Mijn reisgids prijst de Tiramisu van een tearoom de hemel in, ik had het aangekruist zodat ik het zeker niet vergeet om het uit te proberen. Ik begin al te kwijlen als ik de tearoom binnen ga, mijn verwachtingen veel te hoog. De realiteit kan niet anders dan ontnuchteren, vrees ik. En het doet het ook. Ik ben echt geen kook- en bakwonder, maar mijn versie is beter. (Kan iemand me het recept dat op de verpakking van de koekjes staat, opsturen?)
Ik slenter verder door Hobart, tot in een historische woonwijk. Ik sta op een pleintje, omringd door kleine schattige huisjes. Het is prachtig. De schommel lonkt naar me en binnen de 10 seconden ben ik gelanceerd, genietend van dit kleinood. Het geluk zit hem soms in de kleine dingen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:11
0
reacties
maandag 3 maart 2008
Contrast

3 maart 1999
De reden voor mijn verblijf in Strahan is het naburige Franklin-Gordon Wild Rivers National Park dat een World Heritage Area is. Ik heb een vliegtuigtrip geboekt, maar deze wordt verschoven naar de namiddag wegens de lage bewolking. Als we dan toch opstijgen, voel ik al na een 10-tal minuten een wee gevoel in mijn maag. Ik heb deze middag teveel gegeten en ik ben vergeten dat je in een vliegtuigje makkelijk ziek kan worden. Licht misselijk probeer ik zoveel mogelijk te genieten van de zee-inham en het beboste nationaal park.
Ik voel echter meer sympathie voor de ruige, onbegroeide bergen in het noorden waar ik vorige week nog doorliep en waar we nu maar een glimp van zien. Ik weet al een tijdje dat bossen me niet zo kunnen bekoren.
Na mijn vliegtuigtrip vervolg ik mijn weg richting zuiden. Ik overnacht in Queenstown. Net voor je Queenstown binnenrijdt, krijg je een nooit te vergeten uitzicht over de gevolgen van amper 100 jaar “mijn ontginnen”. De bomen werden gerooid om de ertsovens te voeden en het groen dat bleef, haakte af op de giftige uitstoot van de ovens. De mijnindustrie is zo goed als dood en het herbebossingsprogramma kan beginnen. De plaatselijke bevolking is echter trots op het uitzicht en wil het geheel laten zoals het is. Ik kan hen geen ongelijk geven. Ik vind het adembenemend mooi (sorry).
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:09
0
reacties
zondag 2 maart 2008
Dat komt ervan
2 maart 1999
Ik heb niet de gewoonte om mijn overnachtingen te reserveren. Ik zoek het bijna altijd ter plaatse uit, zo ook in het Benidorm van Tasmanië, Strahan. Alles blijkt volboekt. Ik sta perplex. Zelfs het allerduurste hotel -waar ik toch niet van plan was om te logeren- heeft geen plaatsje meer. Ik voel me een beetje als Maria in Bethlehem. De dame van de toeristische dienst ontfermt zich over me. Ze blijft rondbellen, zelfs naar particulieren die in nood een toerist onderdak kunnen bieden. Ondertussen blijf ik passief en geniet ik van de tentoonstelling over de pioniers in Tasmanië.
Uiteindelijk vindt ze me een hotelbed van 48 dollar, daar waar ik normaalgezien 14 dollar betaal. Ik hoop dat het het waard is. Ik krijg een kamer voor mij alleen, een dubbelbed en controle over de afstandsbediening van de tv, die me toelaat om te zappen tussen 3 kanalen. Tegen het einde van de avond ben ik terug up-to-date met een aantal populaire series en tv-reclames. Het avondje zappen bevalt me.
Ik leg me diagonaal in mijn bed, vastbesloten om elke ruimte te benutten en zo waar voor mijn geld te krijgen. Spijtig genoeg blijkt het hotel lawaaierig. Jeugdherbergen (hostels of backpackers) blijven een goede prijs/kwaliteit verhouding bieden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:06
0
reacties
zaterdag 1 maart 2008
Stanley en Table Cape (alias The Nut)

1 maart 1999
Stanley en The Nut, een afgeplatte 152 m hoge rots die uit de zee rijst, vallen een beetje tegen en het grijze miezerige weer heeft er veel mee te maken. Op een heldere dag kan je kilometers ver zien, met spectaculaire plaatjes. Nu is het zicht beperkt. Ik kan dus niet objectief beoordelen of dit effectief een hoogtepunt van de Tassiereis is.
Ik blijf de rest van de dag binnen, gewapend met een boek. Ik ga morgen een serieus eind naar beneden, hopelijk het goede weer tegemoet.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:01
0
reacties