11 augustus 1999
Dag 5, mijn laatste dag, begin ik vroeg op de vismarkt Tsukiji, een gigantische overdekte plaats waar, zo lijkt het, alle vis van de wereld verzameld is.
Het aanbod is ongelooflijk. Ik ben te laat voor de veiling, maar ik kan nog foto's nemen van het verzagen van de diepgevroren tonijn. Die vissen zijn mega en diegene die ooit op het idee gekomen is om ze te verkopen in een klein blikje, was gewoon revolutionair. Ik loop rond tussen dode, half dode, half levende en springlevende (maar niet meer voor lang, hehe) zeewezens.
Ergens daartussen ontmoet ik Stanley, Canadees, die 3 weken van zijn leven heeft doorgebracht in het fantastische Heule, dankzij een volksdansfestival. Hij beweerde zelfs in Izegem geweest te zijn en er nog kennissen te hebben. Soms is de wereld klein.
Mijn verblijf in Tokyo sluit ik af op de 45ste verdieping van het Tokyo Metropolitan Government gebouw, met uitzicht op alle plaatsen waar ik de afgelopen 5 dagen heb rondgelopen. Ik zal Tokyo niet missen, maar het meegemaakt hebben, was wel een ervaring.
Ik heb wel Dé ervaring van Tokyo gemist: op spitsuur de metro nemen en de wagon ingeduwd worden (iets wat blijkbaar alleen in de winter gebeurt, als de mensen dikker gekleed zijn). Ik heb een te grote angst om door de massa ingeslikt te worden en ergens in een kantoor terug uitgespuwd te worden, nog altijd één van mijn nachtmerries. Liever droom ik van de vele vriendelijke Japanners.
woensdag 13 augustus 2008
Tokyo dag 5
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:11
0
reacties
Tokyo dag 4

10 augustus 1999
Dag 4 spendeer ik op een kunstmatig eiland in de baai van Tokyo, in de jaren '80 ontsnapt uit een brein dat een stad van de toekomst wilde maken. Hier staan bizarre wolkenkrabbers, waarbij de meest speciale bestaat uit twee torens met elkaar verbonden door meccano-achtige gangen. In dit netwerk van gangen hangt een grote zilverkleurige bal. Toegegeven, het heeft wel iets.
Langs de waterkant zijn op de meeste plaatsen parken gecreëerd waar je kan proberen te ontspannen onder het altijd aanwezige lawaai van voorbijrazende auto's en met uitzicht op de smogsjaal rond Tokyo. Dit is weinig ontspannend voor mij.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:10
0
reacties
zaterdag 9 augustus 2008
Tokyo

9 augustus 1999
De dag erna spendeer ik in Shinjuku, uiteengereten door spoorlijnen. De ene kant is het businessdistrict, vol met wolkenkrabbers waarvan sommige beweren dat het architecturale wonders zijn. De andere kant is een ontspanningsbuurt dat als inspiratie zou gediend hebben voor bepaalde scenes in Bladerunner. Winkels, cafe's, restaurants, bioscopen, goktenten, lunaparken en iets verder het volledige gamma van de sexindustrie.
In een van de ruigere buurten zou het mogelijk zijn Yakuza (maffia) te zien, ik ben er dus ook. Zo vroeg in de namiddag bruist er hier weinig.
Ik word aangesproken door Moilee (ik denk dat dit de schrijfwijze is), een man begin de 40 die op dit moment aangedreven wordt door sake. Hij wil Engels praten en vraagt of hij me mag vergezellen. Ik heb geen bezwaar. Hij blijkt getrouwd met twee kinderen. Deze week is zijn jaarlijkse zomervakantie, maar hij is wel vandaag, maandag, gaan werken. Om 3 uur is hij gestopt en ik heb de indruk dat hij niet goed weet wat de rest van de week aan te vangen (hij heeft werk mee naar huis en gaat vrijdag al weer werken). Hij heeft geen vakantieplannen en is evenmin gehaast om naar moeder de vrouw te gaan.
We lopen ongeveer 2 uur door de straten waarbij ik hem notabene de jongerenbuurt Takeshita toon, de winkelstraat waar de kalverjeugd gaat winkelen, van glittermake-up tot GSM's, want het lijkt of iedereen hier met zo'n ding rond de nek hangt (Moilee nuanceert en zegt dat de meesten alleen korte e-mails kunnen ontvangen en versturen).
Als mijn Japanse escorte plannen voor de avond voorstelt, haak ik af onder het excuus dat ik mijn reisdagboek dringend moet aanvullen. Ik heb geen zin om met hem de avond door te brengen. Het is Masaaki niet.
's Avonds been ik inderdaad bij in mijn dagboek, terwijl de tv op de achtergrond speelt. Ik zap geregeld door de programma's om een idee te krijgen van het televisielandschap. Veel kwissen, shows, reisprogramma's, veel soaps (gesponsord door P&G) en veel reclame. Eén kanaal geeft wetenschappelijke programma's en taallessen en 's morgens zie ik zelfs een Engelse les voor kinderen. Ze zijn vast van plan om de volgende generatie taalkundig te maken.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
15:29
0
reacties
vrijdag 8 augustus 2008
Tokyo
8 augustus 1999
Ik start mijn tweede dag in de keizerlijke tuin, naast het keizerlijk paleis met de keizerlijke familie die pas na WOII heeft toegegeven (het was van moeten) dat ze niet van goddelijke afkomst zijn. Ik durf er dus te wandelen.
Zelfs in het hartje van de tuin hoor je de razende stad. Ik betwijfel of hier ergens een rustig plekje te vinden is en indien je het vindt, dan zorgen de kraaien er wel voor dat de rust verstoord wordt (het is een plaag). Een andere plaag zijn de duiven, hoogstwaarschijnlijk afstammelingen van verloren gelopen Belgische prijsduiven die in de jaren '80 voor een zacht prijsje naar Japan verscheept werden.
De tuin is me te vervelend en ik verleg naar de typische buurten in Tokyo.
Ginza, de chique winkelstraat vol met warenhuizen en dure winkels.
Akihabara, het mekka van de electronica. Heeft Tokyo iets nodig waar een snoer aanhangt, dan komen ze naar hier. Neon, neon, neon zoals je het alleen maar in films ziet. Ik sta versteld van wat Japanse merken aan draagbare computers aanbieden. Vooral Sony heeft een lichtgewicht dat alles overtreft. IBM'ers en anderen, hoed u voor de Japanse miniaturisering! Ze doen het weer.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:27
0
reacties
donderdag 7 augustus 2008
Tokyo: contrasten
7 augustus 1999
Ik arriveer ergens in de voormiddag in Shinjuku, Tokyo, het grootste metro-, trein- en busstation ter wereld. Per dag sjezen hier 2 miljoen mensen door de kilometerslange tunnels, de 60 uitgangen, de immense warenhuizen en shoppingcentra. Het is een complete stad onder de grond.
Ik voel met niet al te lekker (die tijd van de maand) en de overgang van de aircobus naar de zengende vochtige warmte is er teveel aan. Het volgende half uur spendeer ik op een trap, de jacht om me heen observerend. Ik probeer me te oriënteren, want ergens in dit kluwen is een infodesk.
Na drie kwartier en een behulpzame politie-agent ben ik er eindelijk. Ik heb geen slaapplaats voor de nacht en ik wil verifiëren of de mindere buurten van Tokyo, net zoals deze in Osaka, spotgoedkope accommodatie aanbieden. De baliebediende kijkt me met verschrikte ogen aan. Zij zou nooit een voet in die buurt zetten (in perfect Engels!). Ik stel haar gerust, ik heb er 30 jaar stage in België opzitten waar zelfs een gemiddelde verkaveling onveiliger is dan een ruige buurt hier.
Ik ben apetrots als ik zonder problemen mijn weg in metro vind en in de ruige buurt aankom. Toegegeven, veel daklozen en dronken mannen die liggen te slapen op straat. Voor het overige is niets opvallend sjofel. De huizen zijn netjes, de straten ook (vol met fietsen, zoals overal in Tokyo), niemand valt me lastig.
Een slaapplaats vinden is niet zo makkelijk. Goedkope kamers zat (750 BEF, airco, tv, geen badkamer), maar, .. alleen als je man bent, wat onvoldoende motivatie is om van geslacht te veranderen. Ik struin van het ene hotel naar het andere, overal hetzelfde.
Mijn Japanse woordenschat mbt het hotelwezen gaat er razendsnel op vooruit, overigens een niet zo moeilijk feit: Shinguru rumu=single room en zo zijn er veel Engelse woorden die een Japans laagje hebben gekregen. Een "l" in het Engels wordt daarbij een Japanse "r", nog steeds een "l" uitgesproken.
Uiteindelijk wijst een behulpzame vrouw me een hotel aan waar ze vrouwen aanvaarden (gesprek was volledig in het Japans en gebarentaals!) en ja, Bingo. Voor de prijs van een jeugdherberg heb ik een piepkleine tatamikamer, met tv, airco en koelkast. Na de vorige hostel is dit de hemel. De eigenaar spreekt bovendien vloeiend Engels en ik heb hem beloofd om reclame te maken. Hier komt het:
JUYOH HOTEL
2-15-3 Kiyokawa Taito-Ku Tokyo 111
e-mail: machi@bd.mbn.or.jp
Good value!!!! en de buurt is echt niet slecht.
Nadien ga ik wandelen in Asakusa, een uitgaansdistrict, dat zo vroeg in de avond nog lam ligt. Op de terugweg naar mijn hotel vallen de contrasten me op. Asakusa met zijn warenhuizen en vele moderne winkels en 200 m verderop vind je een piepkleine wasserij waar de was op straat ligt met binnenin 2 mensen die bijna op elkaar aan het strijken zijn. Daarnaast vind je een mini-atelier waar 4 personen schoenen maken en uiteraard zijn ook hier weer de winkeltjes met bijna niets in hun rekken en een oud vrouwtje achter de kassa. Plots voel je je in een dorp en niet in de miljoenenstad Tokyo. Het doet raar.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:23
0
reacties
woensdag 6 augustus 2008
Fawlty Towers
.jpg)
6 augustus 1999
Ik had het al verteld: de eigenaar van deze hostel test de grenzen van mijn culturele verdraagzaamheid, die, als ik eerlijk moet zijn, na 9 maanden reizen steeds dichter bij mijn eigen leefwereld aanleunen. Ik ben gelukkig niet de enige die moeite met Fawlty heeft, andere Westerse toeristen botsen ook geregeld met hem.
Japanse hostels zijn sowieso al niet het toonbeeld van vrijheid. Voor alles bestaat een regel die door de gasten meestal slaafs opgevolgd worden, dit terwijl het management het door de vingers ziet als je erop zondigt. Er is een tijd om op te staan, een tijd om te douchen, een tijd om te eten, een tijd om een bad te nemen en een tijd om te slapen.
Fawlty neemt dit alles zeer letterlijk. 's Morgens start de dag om 6.45 uur met pianoversies a la Simone and Garfunkel, Lionel Ritchie, ea. Om 7 uur gilt hij door de luidspekers dat het tijd is om op te staan en te ontbijten. Dit herhaalt hij in een basis Engels dat nogal bevelachtig klinkt. Ik denk daarbij verschillende malen aan Duitsland.
Als je geen maaltijden neemt in de hostel, mag je de eetzaal niet binnen. Boterhammetjes e.d. worden dan in de inkomhal geconsumeerd. Bovendien zijn warm water en een kop enkel met een onmenselijke inspanning tijdens de maaltijduren te verkrijgen en dienen de koelkasten niet om eten van gasten in te bewaren. Je kan ook enkel 's avonds, tussen 6 en 8, douchen. Voor de rest is het behelpen met de wasbakken in de gang (ik had me eigenlijk uit protest daar moeten wassen, dat zou ze nogal geshockeerd hebben).
Ik laat bij al dit autistisch gedrag geregeld mijn tanden zien, iets wat gezichtsverlies betekent in deze maatschappij, maar het lucht op. Voor 2 Engelse meisjes is deze hostel de spreekwoordelijke druppel. Ze hadden 3 weken Japan gepland, maar na één week hebben ze hun verblijf al beperkt tot 2 en ze tellen af. Voor hen nooit meer. Ik vind het jammer, want deze man is echt niet representatief voor de Japanner, hij is gewoon een extreem voorbeeld.
Ik vlucht met blijheid in het hart weg uit dit oord, en verwacht in Tokyo min of meer dezelfde behandeling. Na drie dagen hier is het moeilijk om nog te nuanceren.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:21
0
reacties
dinsdag 5 augustus 2008
Het Kilimanjaro-syndroom

4-5 augustus 1999
Fris en monter ben ik om halfnegen 's morgens aan het eerste deel van de onderwerping van Fuji-San gestart. Ergens in de buurt van de hostel zou een wandelpad moeten zijn dat je naar het vijfde station brengt, waar het gros van alle andere beklimmers een bus naar toe neemt om pas van daaruit te starten. Uit een soort volledigheid wil ik de 14 km en 1,5 km in hoogte op eigen kracht overwinnen. Vanaf het vijfde station volgt dan iets minder lengte en evenveel hoogte, dat zegt genoeg.
Met vage instructies zoek ik het wandelpad en slechts na toevallig in het informatiecentrum terecht te komen, vind ik het. Het pad blijkt de oude pelgrimsroute te zijn, vol met schrijnen. Plots voel ik me een pelgrim op een of andere boetedoening. En dat blijkt ook zo. De hitte maakt het stijgen extra lastig en al gauw loop ik te dampen als een paard dat net de steeplechase van het jaar heeft gewonnen. Pole Pole en de goede raad van Iggy: langzaam aan.
Alle aanduidingen zijn in het Japans en ik heb geen flauw idee hoe goed ik vorder. Gelukkig is er mijn slogan "een chocolade per uur, geeft je vuur (ik had liever "...per dag, ...aan de slag", maar dat blijkt in mijn geval ruimschoots onvoldoende). Als ik bijna wanhopig ben, stuit ik op het vijfde station, bouwvallig en verlaten. Is dit een smakeloze grap? Niettemin is het uitzicht geweldig en ik spendeer er bijna een uur om af te koelen.
Na een kwartier verder klimmen stuit ik dan op het echte vijfde station, een van de vele die op Fuji-San te vinden zijn. Ik kan nu een slaapplaatsje voor de nacht zoeken, want ik weiger om 5000 Yen (1700 BEf) te betalen voor een luidruchtig bed waar ik om 11uur al weer uit moet voor het tweede deel van de klim. Ik slaap dus onder de blote hemel op een van de zeldzame vlakke stukjes naast het pad. Nou ja, slapen. Zij die op de Kili waren weten wat het is. Op een onnoemelijk vroeg uur in je bed en wachten tot het tijd is om op te staan. Ik heb misschien een halfuur geslapen als het lichtjes begint te regenen. Het is halfelf. Fuji-San, ben je er klaar voor?
Het klauteren (na het zesde station is er geen ander woord voor sommige stukken van het pad) gaat goed. In het donker kan je geen tempo halen en put je je niet zo vlug uit. Na een uur begint het te regenen, gezellig. Er zijn onnoemelijk veel hutten langs het pad, maar je mag er maar in schuilen als je iets koopt. Gezellig. Buiten mezelf zijn er miljoenen andere klimmers, gezellig. Waarom deed ik dit weer? Oh ja, voor de zonsopgang.
Het klimmen gaat nog altijd schitterend, om een of andere reden heb ik de energie en is het niet te lastig. Op 3400 meter begint er echter een venijnig windje, gelukkig niet al te koud. Ik kom echter meer en meer terugkomers tegen. Hmmmmmm. Op 3500 (schat ik) blaast het. Niemand gaat door, de omstandigheden zijn te gevaarlijk. Op 250 meter van de top, om halfvier, heb ik het moeten opgeven, Kilimanjaro revisited.
De afdaling verloopt traag, de knieën doen pijn.
Na 2 uur knikkebollend wachten in het vijfde station, kan ik eindelijk de bus richting hostel nemen. Om 11 uur kruip ik in mijn bedje, en ik kom er voor de rest van de dag niet meer uit, zelfs niet voor het anderhalf uur durend vuurwerk dat 's avonds bij het meer ontstoken wordt. Mijn pijp is uit en er is meer dan vuurwerk voor nodig.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:15
0
reacties
zondag 3 augustus 2008
Met de trein is het altijd een beetje reizen
3 augustus 1999
Vandaag ben ik de volledige dag onderweg en ik leg gelukkig een behoorlijke afstand af. Vanavond wil ik in de schaduw van Fuji-San slapen en me psychisch voorbereiden op het hard labeur om de top te bereiken.
Ter voorbereiding daarvan kan ik volop mediteren tijdens de 6 uren op de trein. Geen stress deze maal bij het overstappen, ook al is er soms maar twee minuten tijd. Met onze NMBS ben je dan 100% zeker dat je hem gemist hebt (ik denk zelfs dat ze een overstaptijd onder 3 minuten geen aansluiting noemen, ze gaan er dus sowieso van uit dat de trein vertraging zal hebben), maar niet met Japan Rail. In efficiëntie overtreffen ze onze Duitse buren. Ik heb nog nooit zo'n stipte treinen gezien.
Tussen Osaka en Kawaguchi-ko is geen lapje "niet-beschaving". Alles wijst op de aanwezigheid van mensen. Er zijn of huizen, of rijstvelden, of op de heuvels en in de groene bossen zijn bouwwerken aangebracht om erosie en aardverschuivingen te voorkomen. Ik reis door ontelbare tunnels, over bruggen, onder viaducten, ... Dit is een land van bouwkundig vernuft.
Het is ook verbazend hoe snel de tijd vliegt. Ik ben hier bijna 2 weken, het voelt aan alsof het gisteren was. Ik ben tot nu toe verrast hoe gemakkelijk het reizen in Japan is. Af en toe spring ik wel eens uit mijn vel als ik weer eens op een Japanner, werkzaam in de toeristische sector, bots die geen woord Engels kan en me in een stortvloed van Japans probeert iets uit te leggen. Hopeloos. Ondertussen heb ik geleerd om basis Engels te gebruiken en te tekenen. Het is verbazend hoe verhelderend een tekening kan werken. Indien het me echt teveel wordt, begin ik gewoon in het Westvlaams te zwatelen. Kan ik dat ook nog eens oefenen, neh.
Dit gezegd zijnde, niet alle Japanners zijn even vriendelijk of gastvrij. Sommigen lijken te blokkeren bij het horen van Engels en muizen er sneller dan de wind van onder, mij verbaasd achter latend. Ze doen zelfs geen poging om te helpen. Anderen zouden dan weer met je meegaan om zeker te zijn dat je op je bestemming aankomt. Het is een bizar volkje. Iemand zei me dat de oudere generatie de oorlog nog niet vergeten is en achterdochtig is. Wat het ook zij, soms voel ik onverschilligheid en soms ongelooflijke vriendelijkheid.
En als ik 's avonds in de hostel aankom, maak ik kennis met Fawlty Towers, de geminiaturiseerde Japanse versie die de grenzen van mijn (en van de andere Westerse gasten) culturele verdraagzaamheid test. Daarover meer in een van de volgende verhaaltjes.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
15:09
0
reacties
zaterdag 2 augustus 2008
Op stap met Masaaki
2 augustus 1999
Ik heb een beetje in mijn reisschema gerommeld om een dagje met Masaaki in Osaka te spenderen. Als Local kan hij me veel dingen tonen, iets wat ik niet zomaar aan me kan laten voorbijgaan.
Masaaki wil me de andere kant van de Japanse samenleving laten zien. Hij is nogal sociaal geëngageerd en toont me de povere buurten van Osaka, op de daklozen na bijlange niet zo sjofel als sommige wijken bij ons. De daklozen choqueren me wel, het is iets wat ik in Japan niet verwacht.
Masaaki vraagt of ik bang ben en ik moet hem teleurstellen. Volgens hem hoeven we niets te vrezen, want de inwoners denken hoogstwaarschijnlijk dat hij een Yakuza (plaatselijke maffia) is op stap met een nieuwe Westerse prostitué. Ik lach even groen, want eigenlijk,... Ik heb geen idee wie Masaaki is. Misschien word ik wel ontvoerd of zoiets.
We lopen door het oude hoerenkwartier, goed dat hij het zegt, want het zou me totaal niet opgevallen zijn. Nadien volgt de Koreaanse buurt, de grootste groep immigranten in Japan en niet altijd netjes behandeld. Ik kan hen in niets onderscheiden van een Japanner.
Nadien volgen de hippe buurten waar al het mooi en jong volk samenhokt, wij dus ook. Ik sta versteld van de Japanse jeugd. Meestal kom ik ze tegen in een braaf schooluniform (zelfs nu in de schoolvakantie zijn de ijverigen wel met iets schools bezig), maar hier... Meisjes op hoge plateauzolen, kledij die in mijn ogen sixties of ouder is of doet denken aan "Heidi in de bergen", haar in alle kleuren, glitterende oogschaduw.
Ik kan hun leeftijd moeilijk schatten, maar ik denk dat 14-jarigen bij ons er ook zo durven bijlopen. Ook jongens kleuren hun haar, het monotone zwart dat standaard op een Japanner geleverd wordt, is blijkbaar uit.
We duiken een Segaworld in en ik sta versteld van de kwaliteit van de spelletjes. Wat een verschil met het revolutionaire tennis van in mijn tijd. Grote mode hier is dansen en muziek maken met Sega. Op een groot scherm zie je een danser (ze hebben o.a. een versie met een 70'ties disco Afro-Amerikaan), en ergens in een hoekje kan je zien welke tegels op de vloer je moet raken. Een superhit. Muziek maken is op hetzelfde stramien gebaseerd, op het scherm kan je de volgorde van de toetsen zien.
Masaaki introduceert me in het iets minder hippe Bingo, ik heb dit nog nooit gespeeld. Naast Bingo kan je ook roulette spelen, op de paarden wedden en blackjacken. Nergens is geld te winnen, maar ik vind dit toch maar dubieus. De gokkertjes worden hier dus al van jongsaf aan gekweekt.
We gaan een typische sushibar binnen, een drempel die ik tot nu toe nog niet genomen heb omwille van de taal, waardoor je soms met een gepeperde rekening eindigt. Dit type van sushi (rijst met daarop rauwe vis) is lekker, zelfs die met de stukjes octopus waar je nog de zuignapjes in ziet.
's Avonds bruisen de straten van Osaka. Overal vind je jongens in chique kledij die meisjes uitnodigen voor een drink in een bar. De bars hopen dat de meisjes nadien blijven terugkomen voor de jongen. Woehaa. Veel van die jongens zijn nogal vrouwelijk in hun haartooi en gedrag. Om een of andere reden tolt "Michael Jackson" door mijn hoofd.
Als we om middernacht de metro nemen zit ook deze afgeladen vol, o.a. met dronken Japanners die na het werk nog iets gaan drinken zijn. Het is dus geen mythe. Masaaki vertelt me dat dit de enige manier is om beslissingen over werksituaties te nemen. In groggie toestand is het toegelaten om het oneens te zijn met je collega's en je baas. Ga je niet met je collega's drinken, dan kan je je carrière vergeten.
Ik neem afscheid van mijn gastheer. Begin september vertrekt hij voor twee jaar naar Chicago om te studeren, misschien zie ik hem daar wel. Hij is alleszins welkom in België.
Om één uur kruip in fris en monter in mijn capsule, ik slaap in een typisch Japans logie: een soort bijenkorf waarbij iedereen een nis in de muur heeft (met airco, tv, radio). De nissen zijn slechts twee hoog, ik had ze iets spectaculairder verwacht. Voor dezelfde prijs van een jeugdherberg heb ik mijn eigen afgesloten stapelbed. Dit is zo slecht nog niet.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
15:05
0
reacties
vrijdag 1 augustus 2008
Japanse zondag
1 augustus 1999
Heet. Heet. Heet. Ik verdenk de meeste inwoners van Nara ervan hun zondag in de airconditioning te spenderen. Als toerist vind je binnen blijven zonde van de tijd.
Ik slenter dus de hele dag door het park van Nara, thuis van Koi karpers, waterschildpadden, een duizendtal herten, en het grootste houten gebouw (een tempel) ter wereld. Volgens mijn reisgids is het best om het park te mijden op een zondag omwille van de vele toeristen. Dat wil ik uiteraard zien en het valt best mee.
De stereotype familie op stap: jonge ouders en twee kinderen die in leeftijd niet te veel verschillen.
De attractie van het park zijn de vele dieren waarvoor je oud brood kan kopen dat even duur verkocht wordt als vers brood.
De herten gaan lopen met het leeuwendeel, niet alleen dankzij de Bambifactor, maar ook omdat ze je lastig vallen van zodra je iets eetbaars in je handen hebt.
De vissen en schildpadden zijn op beide vlakken natuurlijk benadeeld, maar ook zij kijken met smekende ogen naar elk mens dat iets te lang in het water staart. Het is een verrukkelijk schouwspel om een wirwar van vissen en schildpadden te zien strijden om een stuk brood.
Voor het overige is het park gevuld met souvenirstalletjes waarbij vooral lokale delicatessen en speelgoed verkocht worden. Je moet ongelooflijk zoeken om iets te vinden dat met de tempel te maken heeft, blijkbaar is dat van ondergeschikt belang.
En de Japanse toerist is in eigen land identiek in gedrag als in het buitenland. Flitsbezoeken waarbij het nemen van foto's primeert.
Ze blijven een compleet raadsel voor mij.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:56
0
reacties