

13 - 15 oktober 1999
Vandaag klimmen we naar 4.000 meter, langzaam en met voldoende rustpauzes om de kans op hoogteziekte zo klein mogelijk te houden. De begroeiing is beperkt tot laag struikgewas , het enige wat nog kan overleven op deze hoogte. We zien onze eerste Yaks, en aan deze kant van de Himalaya stinken ze even erg.
Het wordt ook zeer frisjes, alle kleren worden bovengehaald om het lijf te kunnen verwarmen eens de zon verdwenen is en daar we in een nauwe vallei zitten met rondomrond bergjes van 6 a 7 km hoog, is het een serieus stuk van de dag fris. Het is van Tibet geleden dat ik het nog zo koud gehad heb.
De dag erna is er de klim naar Thorung Pedi, laatste stop voor de pas. We zitten op 4.500 meter en af en toe heb ik het gevoel dat ik zeer diep moet ademen of dat ik zal stikken. Geregeld haken nu toeristen en zelfs dragers en gidsen af omwille van hoogteziekte. Ik voel me nog altijd oké.
In Thorung Pedi zijn twee "hotels" die elk 150 toeristen kunnen voeden en te slapen leggen (alhoewel stapelen een beter woord zou zijn). De menu bevat ook hier exotische dingen à la Burito's en lasagne en oh wonder, het eten is fantastisch lekker, een steuntje voor de arme stakkers die morgen om 4 uur starten met klimmen in een bijtende kou.
De omzet van dit hotel zou 60 miljoen BEF zijn, een gigantisch bedrag. Maar als je de eigenaar ziet, zou je hem bij wijze van spreken vijf frank geven, zo armzalig ziet hij eruit.
En dan, de DAG. We starten om 4 uur 's morgens om meer dan 4 uur te klimmen in een kou die vingers en tenen gevoelloos maakt, en dit met al ons high tech trekkersuitrusting. Ik beklaag de dragers die met teveel kilo's op hun rug en slechte schoenen, jassen en handschoenen de oversteek doen.
Eens boven 5.000 meter krijg ik het echt lastig, mijn lijf wil niet meer mee. Zodra ik rust, heb ik het gevoel dat ik het aankan, maar na 5 stappen zijn mijn benen lam. Ik sleep me naar boven, zonder de steun van Dhruba want die loopt naar slechte gewoonte weer eens voorop. Ik gooi me neer in het eerste straaltje zon dat ik zie om een beenharde Snickers op te eten. Dit zou me energie moeten geven.
Daarna start ik terug met mijn sleeptocht. De pas komt echter niet in zicht. En dan, ergens om half negen, ben ik er eindelijk. Vanaf nu gaat dit ding naar beneden. Fantastisch!!!! Ik rust slechts kort want het is er veel te koud en start een 4 uur durende afdaling die de knieën vernielt.
De streek langs deze kant is stukken droger en minder begroeid. We dalen af tot 3.800meter, tot in Muktinath, dat met zijn loofbomen in herfstkleuren me aan thuis doet herinneren.
Binnen twee weken is het zover en ik zie er naar uit om terug in een vertrouwde omgeving te leven, eten en slapen. Ik heb er de afgelopen week al enkele malen van gedroomd, dus mijn onderbewuste is met mijn terugkeer bezig. Mijn bewuste ik denkt er slechts af en toe aan, het feit dat ik tot en met de 25ste met de Annapurna bezig ben, verzet mijn gedachten. Terug in Kathmandu zal het het thema van de dag worden.
Ik vlieg op de 27ste in de morgen en land de volgende dag 's morgens. Binnen minder dan twee weken sta ik op Belgische bodem. Zou ik een Lonely Planet moeten kopen?
woensdag 15 oktober 2008
Trainen voor 5.415 meter!
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:45
0
reacties
zondag 12 oktober 2008
Op naar Manang




9 tot 12 oktober 1999
Manang is het magische woord langs deze zijde van de Annapurna. Het dorp ligt op 3.500 m hoogte en is de eerste rustdag op de trek, nodig om te proberen wennen aan de hoogte.
Manang biedt ook betere accommodatie en betere voeding, er zou zelfs video met recente films te vinden zijn. De inwoners zelf gaan geregeld ergens in Azië winkelen en zijn op de hoogte van de "nieuwste" trends. Het klinkt dus als een toeristische oase en het is vreemd want de enige manier om uit Manang te geraken is of met het vliegtuig of vier dagen stappen.
Wij moeten nog drie dagen wandelen om daar te geraken en soms is het wandelen echt lastig. We klauteren hellingen op, over aardverschuivingen en het meest frustrerende, soms dalen we terug een stukje af. Ik doe alles op een gezapig tempo en ben bijgevolg geregeld alleen, want Dhruba stapt vlugger en vergeet te wachten op zijn klant. Mijn geduld met die gast loopt op zijn laatste voetjes.
Het nog altijd fantastische landschap verandert. De tropische vegetatie is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor dennen en sparren, met in de achtergrond besneeuwde bergtoppen (tot 8.000m hoog). Af en toe voel ik me in Zwitserland.
De bewoners van deze streek zijn gevluchte Tibetanen en dat merk je aan de geblokte bouwstijl, de vele gebedsvlaggen, de gebedswielen en andere religieuze dingen. De klederdracht is niet 100% Tibetaans, er is Nepalese invloed.
Naarmate we Manang naderen, wordt de kledij Westers. De vele trips naar het buitenland begin je te merken.
Manang zelf blijkt een verzameling van relatief grote hotels en dicht bij elkaar gestapelde grijze huizen, zonder auto's.
En ja, het voedsel spreekt tot de verbeelding. Spaghetti blijkt op spaghetti te lijken er ook zo te smaken, de Veggie Burger is gewoon om te watertanden, de frietjes zijn frietjes en de chocoladepudding smaakt zowaar naar chocolade.
Ik spendeer mijn acclimatisatiedagje in het hotel, waarbij ik mezelf overgeef aan een nieuwe verslaving: het spelen van solitaire op mijn computer.
Daarnaast socialiseer ik met een Canadees, een Engelse, een Australische en twee Denen. We hebben bij dezelfde firma gidsen gehuurd en onze gidsen kunnen blijkbaar niet zonder elkaar, dus zijn wij ook met elkaar verbonden.
Af en toe bots ik ook op Anja en Christiaan, twee West-Vlamingen die maar al te graag hun koekjes met me delen en vertellen over thuis. Mijn integratie zal daardoor hopelijk iets makkelijker verlopen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:42
0
reacties
woensdag 8 oktober 2008
De lodges
8 oktober 1999
Het is verbazend hoeveel restaurantjes en overnachtingen er te vinden zijn op de "track". De inwoners hebben de laatste jaren zwaar geïnvesteerd in de winstgevende business van toeristen voeden en te slapen leggen. Overal werden hotels en restaurants gebouwd, soms op een richel die klaar is om in te storten. Voor vele uitbaters is een hotel of restaurant de enige manier om naast het verbouwen van een gewas een beetje geld te verdienen.
De meeste hotels werden gestapeld met lokale stenen en bieden basiskamers, als je pech hebt slechts van elkaar gescheiden door een zeer dunne houten wanden die zelfs niet tot aan het dak doorloopt. Mensen die hun jonge jaren op internaat gesleten hebben krijgen hier gegarandeerd een déjà-vu. Het toilet is buiten, van het hurktype, en als je geluk hebt is er ook een koude douche.
De restaurants zijn eenvoudige banken in een eenvoudige kamer, met tot nu toe één constante: posters met Europese Toeristische Hoogtepunten (er staat een reusachtige besneeuwde berg in Parijs!!!) en melige posters die vertellen dat God ons helpt. De Westerling die dit idee in hun oor heeft gefluisterd verdient een levenslang verbod op reizen.
De keuken is uiteraard uiterst primitief, sommigen koken nog op hout, en alles wat met groenten bereid wordt, komt direct uit de tuin. Het is nu hoogstwaarschijnlijk de tijd van de spinazie, want ik heb er al wat van gegeten.
Per dorp vind je hetzelfde menu, met het vriendelijke waarschuwingsbord bij het binnengaan van het dorp dat onderhandelen over de (stevige) prijzen niet toegestaan is. Klachten bij prijsafwijking moeten schriftelijk ingediend worden bij de overheid die dit gebied beheert. Alsof we ons daar zullen mee bezighouden...
Het is raar om te zien hoe de bevolking enerzijds aan de grillen van de toeristen voldoet en anderzijds hun eigen identiteit blijft behouden. Ze blijven Dahl Baat (rijst met curry en linzen) eten, ze blijven relatief traditioneel gekleed, TV en radio zijn nog zeldzaam. Hoelang zullen ze nog aan de Westerse roep kunnen weerstaan?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
10:38
0
reacties
dinsdag 7 oktober 2008
Dhruba

7 oktober 1999
Mijn gids ontdooit maar langzaam, hij is niet van het spraakzame type. Ik moet elk woord uit hem sleuren en dat is redelijk frustrerend, vooral als je zoals ik vele vragen over de cultuur en de natuur hebt.
De antwoorden op deze laatste zijn trouwens zeer beperkt. Zijn kennis van de dieren en planten is ongelooflijk simpel. Fladderende dingen zijn vlinders en iets met 8 poten is een spin, gesofisticeerdere antwoorden zijn niet voorradig. Ondanks mijn frustraties blijf ik doorvragen, ik ben hier om te leren.
Ondertussen heb ik mijn strategie van het rugzakdragen aangepast. Ik heb de indruk dat zijn eer een knauw gekregen heeft met mijn rugzak op zijn rug, dus speel ik de supervermoeide. Elke helling doe ik supertraag en hijgen wordt sterk overdreven. In die zin is het dragen van mijn rugzak voor hem een onderdeel van zijn taak als gids: hij helpt zijn klant als deze het te lastig heeft.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik op sommige hellingen met mijn rugzak op zou afhaken, ze zijn knap lastig. Mijn fitheid is ver te zoeken.
Ander hoogtepunt van de dag: nog eens 7 Belgen ontmoet. 2 Brusselaars, 2 West-Vlamingen die me zowaar nieuwtjes uit Izegem vertellen en drie Wetterenaars. Als het zo doorgaat starten we een Belgisch café.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:36
0
reacties
maandag 6 oktober 2008
Start van 19 dagen fitness



6 oktober 1999
Onze eerste dag, vroeg gestart, om maximaal regen te ontlopen (meestal komen de wolken in de namiddag opgezet) en toch regent het. Het is gelukkig niet hinderlijk. De regen is zo licht dat het in dit warme weer vlug verdampt.
Al na 10 minuten wandelen verlaten we de weg en dit voor 19 dagen!!
Vanaf nu gebeurt alle transport te voet of met ezeltjes. Dit maakt dat we ontelbare malen ezeltjes en dragers passeren die zorgen voor de bevoorrading van de verder gelegen dorpen.
Soms stappen de dragers 5 dagen intensief door en dit met 80 kg in een niet ergonomische stapel op hun rug. De volledige last wordt door hun hoofd gedragen en de beentjes die onderaan de romp zitten zijn soms maar een lucifer dik.
I.p.v. stevige wandelschoenen dragen ze teenslippers of zelfs niets. In het restaurant 's middags staat een spiksplinternieuwe manshoge koelkast, ook die werd door een drager daar gebracht. Idem voor een kast. Niet bereikbaar zijn met een auto is een totaal nieuw concept voor mij. Indien Nepal ooit meedoet aan de wereldkampioenschappen gewichtheffen, zijn alle anderen kansloos.
Ik prijs mezelf 100% gelukkig dat ik slechts een dagpak moet dragen. Het geeft me de kans te genieten van de prachtig groene tropische omgeving, waarbij elke geschikte vierkante meter bebouwd wordt met rijst en tussenin piepkleine dorpjes met houten huisjes te vinden zijn.
We zullen voor een aantal dagen een rivier volgen en geregeld wisselen we van oever via hangbruggen. Soms zijn het stevige stalen dingen, soms in elkaar geknutselde bamboebruggen. Volgens Dhruba werd de laatste jaren zwaar in de bruggen geïnvesteerd en is de betrouwbaarheid er met sprongen op vooruit gegaan. Het heeft hoogstwaarschijnlijk een aantal toeristenlevens gevergd.
Veel te vroeg komen we in ons hotel aan, het is amper 2 uur in de namiddag. De eerste dag werd het wandelen beperkt en gemakkelijk gehouden, zodat we kunnen warmlopen. Er volgen nog genoeg zware dagen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:32
0
reacties
zondag 5 oktober 2008
Voorzichtige kennismaking met Dubra
5 oktober 1999
Mijn eerste dag met mijn gids start goed: hij daagt een halfuur te laat op omdat hij aan het verkeerde hotel staat. We geraken toch zonder problemen op de minibus, want het zou een Nepalees mirakel zijn indien deze op tijd was vertrokken.
De eerste contacten met Dubra verlopen zeer stroef. Ik weet niet goed wat ik van een gids mag verwachten en ben dus zeer voorzichtig en hij wil elke fout van zijn kant vermijden, na de gammele start van deze morgen.
De stroefheid hindert niet al te erg, want we spenderen 6 uur in van elkaar gescheiden zitjes op een gammele minibus. Deze roept herinneringen aan India op: angstaanjagende rijstijl, overbevolkt en jankende muziek. De bus is voor de helft gevuld met andere toeristen, waaronder zelfs 2 West-Vlamingen die me het blijde nieuws brengen dat onze Kroonprins van straat is geraakt. Als dat geen reden is om te vieren.
Als we in een hotel in Besi Sahar gesetteld zijn, probeer ik meer te weten te komen over de dagelijkse routine van het wandelen en Dubra blijkt geschokt als hij leert dat hij mijn rugzak moet dragen.
Dit begint goed... Ik investeer in de duurste firma en ik heb al problemen, het blijft gedurende de namiddag onuitgesproken hangen. Ik kan simpelweg bellen met mijn afspraakje van gisteren en het zoeken naar een oplossing aan hem overlaten, maar dat zal niet bijdragen tot een warme hartelijke sfeer tussen Dubra en mij.
Ik kan ook proberen om een compromis te bereiken, waarbij hij uiteraard mijn rugzak draagt, er zijn spullen in stopt om zo ergonomisch mogelijk te wandelen en ik er het zwaarste uitneem. Ik zal hem er na het middagdutje over aanspreken.
Uiteindelijk vind Dhruba (ik heb hem tot nu toe altijd verkeerd aangesproken) mijn voorstel aanvaardbaar, ook al heb ik de indruk dat het hem in zijn eer aantast. Zodra ik voel dat ik het aankan, neem ik het van hem over. Ondertussen kan ik nadenken over hoe dit te formuleren aan de gladde verkoper die me dit duur verkocht heeft. Het zal een les in zakelijke communicatie worden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:30
0
reacties
zaterdag 4 oktober 2008
De beweegredenen...
4 oktober 1999
Eerst en vooral, mijn afspraakje. Uiteraard was hij maar op één ding uit en uiteraard heb ik hem teleurgesteld. Mijn lijf is niet voor de eerste de beste Nepalees bestemd, zelfs niet voor de tweede.
Hun tafelmanieren en algemene hoffelijkheid laten nog te wensen over, en dat is iets waar ik makkelijk op afknap.
Voor zover ik heb kunnen uitvissen legt onze Romeo een veroveringslijst van nationaliteiten aan om zijn ervaring te kunnen verbreden. België ontbreekt er nog op en laten we het zo houden.
Ik heb gisteren ook mijn gids ontmoet. 22 jaar en piepjong. Zijn naam is Dubra of zo iets. Ik voel me oud genoeg om zijn moeder te zijn. Als dat maar goed afloopt.
Ik heb voor het overige de smalle Kathmanduse zijstraatjes verkend en de sfeer die er heerst is stukken beter dan in Thamel. De mensen zijn vriendelijk ook al hanteren ze speciale toeristenprijzen die minstens het dubbele zijn van wat de lokalen betalen.
Het is hetzelfde systeem als in China of in elk ander toeristisch arm land, maar het onderhandelen gebeurt precies in een gezapige niet vijandige sfeer. Het kan ook aan mij liggen natuurlijk, ik ben het afgezet worden eindelijk gewoon.
Wat ook bijdraagt tot de sfeer zijn de vele tempels, schrijnen en huizen met fantastisch houtsnijwerk. Enige enerverende factor zijn de toeterende auto's en brommers die de straat domineren. Als je niet oplet, rijden ze je omver, maar ook hier is er ergens een magische hand die elke ramp op het laatste nippertje vermijdt.
De goddelijkheid is overal aanwezig. Ik weet nu al dat ik terug wil komen. Er is een ander Nepal buiten Thamel.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
10:25
0
reacties
vrijdag 3 oktober 2008
Ik blijf in Nepal!!!

3 oktober 1999
Ik heb deze morgen een sherpa ingehuurd en mezelf nogal verwend. Ik heb de duurste genomen. Dat zou mezelf van elke beslommering tijdens het trekken moeten besparen. Hij zorgt voor alle voedsel, overnachting, alle administratieve beslommeringen, mijn veiligheid en mijn rugzak. Om zeker te zijn dat ik waar voor mijn geld krijg, laat ik aan de eigenaar van het agentschap doorschijnen dat ik schrijf voor een toeristische website. Het zou voldoende motivatie moeten zijn om me kwaliteit te leveren. En het sijpelt tot hem door, hij nodigt me deze avond uit voor een kopje thee.
Tijdens mijn slentertocht erna kom ik per toeval terecht op "Durbar Square", het kloppen hart van Kathmandu. Het is gevuld met tempels, schrijnen en andere religieuze artefacten. De oudste tempel dateert van ergens in de 12de eeuw, de rest is 16de eeuws of jonger. De gebouwen zijn afgewerkt met ongelooflijke houtsculpturen en zijn het centrum van devoot Nepal. Het is een belangrijke plaats voor de bevolking en bijgevolg ook voor de toeristen.
Net zoals in Lhasa kan je je na de religieuze inspanning overgeven aan het consumeren. Ik slenter van tempel naar tempel en laat me meesleuren door de stroom mensen langs de hoofdstraat "Makhan Tole". De goedkope producten zijn uiterst verleidelijk. Een jeans, kledij, een boekentasje, tsari's, handgeschept papier, ... Ik zal mijn 20 kg bagage overschrijden als ik mezelf niet inhoud.
's Avonds ga ik dan terug naar het agentschap om mijn rol van schrijver verder te spelen en ik kan mijn ogen niet geloven, de eigenaar probeert me te verleiden. Het is de tweede maal sinds ik in Nepal ben dat dit gebeurt. De eerste maal was door een 21-jarige jongen in het plaatselijk café waar we gestrand waren omwille van de aardverschuiving, mijn allereerste avond in Nepal. En nu, amper 3 dagen later, opnieuw. Als dit aan dit tempo doorgaat, blijf ik in Nepal.
Eerst nodigt hij me uit om morgen met hem naar de zonsondergang in een dorpje in de buurt te gaan zien en te overnachten ter plaatse. Ik kan dit afwimpelen met het simpele excuus dat ik de dag erna op trektocht vertrek. Daarna praten we over koetjes en kalfjes, vooral over zijn zaak. Hij heeft deze gestart op 19-jarige leeftijd en sindsdien 60.000 klanten bediend. Hij kan putten uit een bestand van 200 sherpa's. Hij boert nogal goed m.a.w. Misschien moet ik zijn verleidingspoging toch nog overwegen...
Als laatste poging nodigt hij me uit voor een etentje en ik ga erop in, op voorwaarde dat het Nepalees is en het restaurant niet in Thamel gelegen is. Ik heb dus morgen een afspraakje. Ik ben nieuwsgierig naar zijn beweegredenen. Alhoewel... Ik moet de naïeve niet uithangen, ik weet al waar hij op uit is. Wat zal hij teleurgesteld zijn.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:05
0
reacties
donderdag 2 oktober 2008
Nepal
2 oktober 1999
Ik ben in Kathmandu, dat ander oord dat zoveel harten sneller doet kloppen. Dat doet het ook met mijn hart, maar dan omwille van de nervositeit. Ik hou niet van deze plaats, althans niet op het eerste zicht. De reden daarvoor zal wel mijn hotel zijn: ik zit in het hartje van de Thamel wijk, het tot Westen geconverteerde Nepal. Het is van in Australië geleden dat ik me nog zo in het Westen gevoeld heb.
In de straten struikel ik over de "witten" die zich te goed doen aan Westers voedsel, alleen die gouden boog ontbreekt nog. De stalletjes zijn gevuld met veel te duur geprijsde typische Nepalese souvenirs. Uit alle bars stroomt Westerse muziek. En op straat word je voortdurend aangesproken door verkopers maar gelukkig niet hardnekkig lastiggevallen, ze blijven meestal vriendelijk, dat moet je hen wel nageven.
Zelfs na 11 maanden op reis schokt deze toeristische hang naar het Westen me nog. Toegegeven, ik heb gisteren een spaghetti gegeten en vandaag een sandwich met kaas, maar voor beiden was het een behoorlijke tijd terug. Ik zou het niet over mijn hart krijgen om dit te doen indien ik pas op reis en net aangekomen was in Kathmandu. Ik vrees dat vele reizigers de Nepalervaring missen met rond te lopen in Thamel.
En dat is de reden dat ik hier zo vlug mogelijk weg wil. Mijn eerste idee was om minstens een week in Kathmandu te blijven, met daarna een beperkte trektocht in de omgeving van de Annapurna gevolgd door een verkenning van andere delen van Nepal.
Mijn lijf smeekt echter om fysieke activiteit en alle teksten die ik lees m.b.t. de Annapurna doen me watertanden. Idealiter zou ik het alleen willen doen, maar berichten over overvallen met geweld en een potentieel zeer bezorgde moeder hebben me doen overwegen om een Sherpa in te huren (met de zeer positieve nevenactiviteit dat deze ook de rugzak draagt). Ten laatste dinsdag ben ik voor 3 weken een behoorlijke inspanning aan het leveren. Wat kijk ik er naar uit.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:03
0
reacties
woensdag 1 oktober 2008
Op naar Kathmandu

29 september - 1 oktober 1999
We hebben 3 dagen om in Kathmandu te geraken. Vandaag kamperen we voor het laatst en spenderen we onze laatste uren in de kou, waarbij het verantwoordelijke kookteam zichzelf overtreft in hoeveelheden klaargemaakt voedsel (de voorraad wordt leeggegeten). We kunnen er nog een aantal dagen op teren.
De tweede dag start de afdaling richting grens. In kilometers is het zeer beperkt, 35 maximaal, maar de weg is zo slecht en gevaarlijk dat we pas vanavond de grens zullen bereiken.
Dit stuk van de Friendship Highway wordt "Rit van de Hel" genoemd en het is duidelijk waarom. De weg is meestal maar één vrachtwagen breed en afgezoomd langs één kant met gevaarlijk uitziende losse rotsen en langs de andere kant met een nog gevaarlijker uitziende diepe ravijn.
Dankzij het regenseizoen is het op veel plaatsen een slipperige modderpoel. Vrachtwagens passeren ons op 5 cm afstand, we slepen geregeld over de ondergrond en af en toe moet iedereen de truck uit omdat een bepaald stuk te gevaarlijk is om te passeren. We worden gedurende de volledige rit serieus door elkaar geschud, zo erg dat de achterste bank geregeld "airborn" is en het certificaat van astronaut krijgt.
Terwijl we afdalen wordt het warmer en verandert de vegetatie. Er groeit meer dan lage dorre grassen, de eerste bomen maken hun intrede en er zijn bloemen.
We geraken zonder problemen over de grens en overnachten in Kodari. Jez heeft een verrassing voor ons. 3 km verder op de weg zijn warmwaterbronnen die het alternatief voor de lokale douche vormen. Het is vijf dagen geleden sinds de laatste douche en het overgrote deel springt op de truck om van deze onverwachte luxe te genieten. En het is zalig, zelfs in de regen.
Als we terugkeren is het al donker, een situatie waar noch Jez noch Mark gelukkig mee zijn. Na amper 5 minuten rijden stuiten we op een aardverschuiving die de volledige weg heeft geblokkeerd. Hopen aarde, boomstammen en gigantische rotsen versperren de weg.
Even ziet het er naar uit dat we te voet verder zullen gaan, totdat Rochelle en Kylie meer rotsen en aarde zien naar beneden rollen. Er ontstaat onderdrukte paniek en iedereen wordt terug op de vrachtwagen gejaagd. Jez zal hem proberen te keren, een prestatie op een weg als dit.
Tijdens de vijf minuten die het vergt om de vrachtwagen te keren is het muisstil in de truck en voel je de paniek bij sommigen, uiterst interessant om te observeren. Als de vrachtwagen gekeerd is en we "veilig" op weg zijn naar het volgende dorp, valt de spanning weg en ontstaat er een ongelooflijk gekwetter, blijkbaar de methode om af te reageren.
Terug in het dorp start de zoektocht naar overnachting en eten. We vinden 2 kamers waar we met telkens 7 in slapen, sommigen slapen op de truck en anderen onder het afdakje bij de warmwaterbronnen. We eten de restjes van de maaltijd van gisteren, ze hebben toch nog een goede bestemming. De 4 achtergeblevenen van de groep zijn ondertussen verwittigd.
Morgen, in daglicht, gaan een aantal van ons te voet terug om de achtergebleven spullen op te halen. We hebben al bij al ongelooflijk geluk. De vrachtwagen bevindt zich langs de juiste kant van de landslide.
De veilige terugkeer wordt gevierd in een plaatselijk café met bier en Westerse dans. De eigenaars zijn liefhebbers van Westerse dansmuziek en dansen driftig met ons mee.
De volgende dag blijken we aan de juiste kant van deze landslide te zitten en aan de verkeerde kant van een andere. We zullen van bus tot bus moeten hoppen om in Kathmandu te geraken. Iedereen start driftig met pakken, een frustrerende bezigheid voor sommigen omdat de vele souvenirs niet meer in hun rugzak passen. Om 9 uur komt dan het verlossende woord dat de weg naar Kathmandu volledig vrijgemaakt werd. Een opluchting. We kunnen in luxe verder reizen.
Opnieuw scheren we rakelings langs rotswanden, diepe ravijnen en andere vrachtwagens. De Nepalese kant van de snelweg blijkt even goed onderhouden. Het landschap is drastisch veranderd. In de dorpjes is geen lelijke Chinese architectuur meer te vinden. In plaats daarvan vind je bouwvallige houten en primitieve maar knappe stenen huizen. Elke helling wordt intensief in terrassen verbouwd. De vegetatie is tropisch met overal watervallen en -valletjes. Na het dorre Tibet is dit een lust voor het oog.
En dan, om 5 uur, rijden we Kathmandu binnen. Onze eindbestemming. Vanavond komen we nog een laatste maal bijeen, in een beter restaurant dat Westers voedsel serveert. Daarna kan iedereen terug zijn eigen weg.
5 ontspannende weken zijn voorbij. Ik heb minder van China en Tibet geleerd dan indien ik alleen gereisd had, maar ik heb enorm genoten van het wildkamperen, het gezelschap en de luxe dat iemand anders voor je denkt.
Dank u, Exodus.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:02
0
reacties