19 oktober 1999
Ik heb vanmorgen voor het eerst in ik weet niet hoeveel weken nieuws gehoord. De Nepalese omroep zendt nieuws in het Engels uit om 8 uur 's morgens (de jonge generatie krijgt Engels met de paplepel binnen) en het dorp waar ik op dat tijdstip doorloop is in het bezit van vele radio's.
Ik luistervink om te zien of de wereld nog bestaat, maar ik hoor alleen nationaal nieuws en dan nog van het ondergeschikt soort: welke minister gaat naar welke ceremonie in het kader van Dasain, het Hindufestival.
Het nieuws doet me afvragen of de wereld er nog hetzelfde uitziet als zoveel weken geleden. Welke landen zijn ondertussen gesplit, waar is een oorlog, een hongersnood of een natuurramp, hoe doen de beurzen het? Ik heb geen flauw idee, maar ik vermoed dat indien er iets ernstigs gebeurd zou zijn het ook hier talk of the town zou zijn. Tot zover niets gehoord. De wereld bestaat dus nog. Wat een opluchting.
zondag 19 oktober 2008
Bestaat de wereld nog?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:08
0
reacties
zaterdag 18 oktober 2008
Mijn zwaarste dag
18 oktober 1999
Ik heb vandaag mijn zwaarste dag achter de rug. Het was niet echt bergop of bergaf, maar het wandelen zonder een echte rustpauze laat zich voelen. Ik ben niet de enige, de anderen hebben een even lastige dag.
Als ik Dhruba vertel dat ik vandaag de eindmeet niet zal halen, panikeert hij want hij wil bij zijn vrienden zijn. Vanuit deze bezorgdheid neemt hij mijn rugzak over, een aangename verrassing (sinds de oversteek over de pas draag ik zelf mijn rugzak).
Hij blijft ook de volledige weg bij mij, hoogstwaarschijnlijk vrezend dat ik ergens uit protest zal neerstrijken en niet meer zal opstaan. Hij gedraagt zich zowaar als een gids, dat ik dit mirakel nog moge meemaken.
De drager van het trio (Canadees, Australische en Engelse) vertoeft ook in mijn gezelschap, aangedreven door chang, lokale rijstwijn.
Zoveel alcohol in zijn lijf maakt hem spraakvaardig en ook handtastelijk, iets wat me verwondert want het is hier oké om onder mannen elkaar aan te raken, in mijn ogen soms op het randje af of erover, maar aanrakingen tussen man en vrouw is taboe.
Ik vrees dat de drager, net als zijn grote baas, vrouwen uit Hollywoodfilms verwart met werkelijke Westerse vrouwen.
Ik geraak uiteindelijk toch op mijn bestemming en een appelbrandy -lokale specialiteit- helpt mij er bovenop. Ik heb tot nu toe goed aan alcohol kunnen weerstaan op deze tocht, maar ik vrees dat ik een nieuwe lekkernij heb ontdekt. Hopelijk wordt het geen verslaving.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:06
0
reacties
vrijdag 17 oktober 2008
Weinig te vertellen
17 oktober 1999
Ik ben vandaag eens vroeg vertrokken, half acht i.p.v. het gebruikelijke half negen en Dhruba was natuurlijk nog niet klaar. Ik ben er alleen vanonder gemuisd. Ik weet nu al dat ik de volgende dagen nog vroeger wil vertrekken, want na tien uur steekt hier een venijnige wind op die het wandelen onaangenaam maakt.
Voor het overige zal ik van deze dag weinig herinneren, tenzij misschien het tafereel van het schaap dat naar de slachtbank geleid wordt. We zijn midden in een belangrijk festival en slachten is het event. Langs de andere kant van de pas zijn we ontelbare malen schapen en geiten gepasseerd die op weg naar Kathmandu en naar het einde van hun leven waren.
Het schaap dat ik vandaag gezien heb, bood ongelooflijk veel weerstand, alsof het wist dat het geslacht zou worden. Misschien herkende het het mes in de handen van de man. Even zag ik mezelf als bevrijder van het beest, maar ik moet de hypocriet niet uithangen, ik eet ook vlees. Ik hoop alleen dat het lijden kort was, want het was zich teveel bewust van wat gebeuren zou.
Volgens Dhruba zullen we onderweg nog veel schapen en geiten zien sneuvelen. Ik zal er hoogstwaarschijnlijk niet goed van zijn, maar ik wil het wel zien. Het zal een test voor mijn teer dierenhartje worden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:05
0
reacties
donderdag 16 oktober 2008
Pelgrims
16 oktober 1999
Muktinath is een belangrijk pelgrimsoord, zowel voor Hindu's als voor Buddhisten. Het feit dat er in één tempel een combinatie van water en eeuwigbrandend vuur te vinden is, zal daar wel niet vreemd aan zijn. Volgens de lokalen is er geen uitleg voor het eeuwigbrandend vuur en ik wil hen niet uit hun dromen wekken, het zal wel branden dankzij de tussenkomst van één van de triljoenen Hindugoden, niet dankzij geothermische activiteit.
Onderweg naar de volgende stopplaats, Kagbeni, kruisen we voortdurend pelgrims. Terwijl wij lekker afdalen, ook lastig, moeten zij een stuk klimmen. Wat heb ik er medelijden mee, vooral met de oudjes, die hun laatste adem lijken te gebruiken voor deze pelgrimstocht. Zij geven een speciale sfeer aan deze dag, het is stukken authentieker dan andere toeristen.
In het hotel in Kagbeni kan ik mijn ogen niet geloven: een Westers toilet en tegeltjes in de warme douche. Deze kant van de pas is beter ontwikkeld op toeristisch vlak. Misschien ligt daar de verklaring voor de groepen Japanners die ik vandaag tegengekomen ben. Langs de andere kant geen enkele en hier minstens dertig. Hotels die op hotels beginnen te lijken zullen daar wel de reden voor zijn.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:59
0
reacties
woensdag 15 oktober 2008
Trainen voor 5.415 meter!


13 - 15 oktober 1999
Vandaag klimmen we naar 4.000 meter, langzaam en met voldoende rustpauzes om de kans op hoogteziekte zo klein mogelijk te houden. De begroeiing is beperkt tot laag struikgewas , het enige wat nog kan overleven op deze hoogte. We zien onze eerste Yaks, en aan deze kant van de Himalaya stinken ze even erg.
Het wordt ook zeer frisjes, alle kleren worden bovengehaald om het lijf te kunnen verwarmen eens de zon verdwenen is en daar we in een nauwe vallei zitten met rondomrond bergjes van 6 a 7 km hoog, is het een serieus stuk van de dag fris. Het is van Tibet geleden dat ik het nog zo koud gehad heb.
De dag erna is er de klim naar Thorung Pedi, laatste stop voor de pas. We zitten op 4.500 meter en af en toe heb ik het gevoel dat ik zeer diep moet ademen of dat ik zal stikken. Geregeld haken nu toeristen en zelfs dragers en gidsen af omwille van hoogteziekte. Ik voel me nog altijd oké.
In Thorung Pedi zijn twee "hotels" die elk 150 toeristen kunnen voeden en te slapen leggen (alhoewel stapelen een beter woord zou zijn). De menu bevat ook hier exotische dingen à la Burito's en lasagne en oh wonder, het eten is fantastisch lekker, een steuntje voor de arme stakkers die morgen om 4 uur starten met klimmen in een bijtende kou.
De omzet van dit hotel zou 60 miljoen BEF zijn, een gigantisch bedrag. Maar als je de eigenaar ziet, zou je hem bij wijze van spreken vijf frank geven, zo armzalig ziet hij eruit.
En dan, de DAG. We starten om 4 uur 's morgens om meer dan 4 uur te klimmen in een kou die vingers en tenen gevoelloos maakt, en dit met al ons high tech trekkersuitrusting. Ik beklaag de dragers die met teveel kilo's op hun rug en slechte schoenen, jassen en handschoenen de oversteek doen.
Eens boven 5.000 meter krijg ik het echt lastig, mijn lijf wil niet meer mee. Zodra ik rust, heb ik het gevoel dat ik het aankan, maar na 5 stappen zijn mijn benen lam. Ik sleep me naar boven, zonder de steun van Dhruba want die loopt naar slechte gewoonte weer eens voorop. Ik gooi me neer in het eerste straaltje zon dat ik zie om een beenharde Snickers op te eten. Dit zou me energie moeten geven.
Daarna start ik terug met mijn sleeptocht. De pas komt echter niet in zicht. En dan, ergens om half negen, ben ik er eindelijk. Vanaf nu gaat dit ding naar beneden. Fantastisch!!!! Ik rust slechts kort want het is er veel te koud en start een 4 uur durende afdaling die de knieën vernielt.
De streek langs deze kant is stukken droger en minder begroeid. We dalen af tot 3.800meter, tot in Muktinath, dat met zijn loofbomen in herfstkleuren me aan thuis doet herinneren.
Binnen twee weken is het zover en ik zie er naar uit om terug in een vertrouwde omgeving te leven, eten en slapen. Ik heb er de afgelopen week al enkele malen van gedroomd, dus mijn onderbewuste is met mijn terugkeer bezig. Mijn bewuste ik denkt er slechts af en toe aan, het feit dat ik tot en met de 25ste met de Annapurna bezig ben, verzet mijn gedachten. Terug in Kathmandu zal het het thema van de dag worden.
Ik vlieg op de 27ste in de morgen en land de volgende dag 's morgens. Binnen minder dan twee weken sta ik op Belgische bodem. Zou ik een Lonely Planet moeten kopen?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:45
0
reacties
zondag 12 oktober 2008
Op naar Manang




9 tot 12 oktober 1999
Manang is het magische woord langs deze zijde van de Annapurna. Het dorp ligt op 3.500 m hoogte en is de eerste rustdag op de trek, nodig om te proberen wennen aan de hoogte.
Manang biedt ook betere accommodatie en betere voeding, er zou zelfs video met recente films te vinden zijn. De inwoners zelf gaan geregeld ergens in Azië winkelen en zijn op de hoogte van de "nieuwste" trends. Het klinkt dus als een toeristische oase en het is vreemd want de enige manier om uit Manang te geraken is of met het vliegtuig of vier dagen stappen.
Wij moeten nog drie dagen wandelen om daar te geraken en soms is het wandelen echt lastig. We klauteren hellingen op, over aardverschuivingen en het meest frustrerende, soms dalen we terug een stukje af. Ik doe alles op een gezapig tempo en ben bijgevolg geregeld alleen, want Dhruba stapt vlugger en vergeet te wachten op zijn klant. Mijn geduld met die gast loopt op zijn laatste voetjes.
Het nog altijd fantastische landschap verandert. De tropische vegetatie is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor dennen en sparren, met in de achtergrond besneeuwde bergtoppen (tot 8.000m hoog). Af en toe voel ik me in Zwitserland.
De bewoners van deze streek zijn gevluchte Tibetanen en dat merk je aan de geblokte bouwstijl, de vele gebedsvlaggen, de gebedswielen en andere religieuze dingen. De klederdracht is niet 100% Tibetaans, er is Nepalese invloed.
Naarmate we Manang naderen, wordt de kledij Westers. De vele trips naar het buitenland begin je te merken.
Manang zelf blijkt een verzameling van relatief grote hotels en dicht bij elkaar gestapelde grijze huizen, zonder auto's.
En ja, het voedsel spreekt tot de verbeelding. Spaghetti blijkt op spaghetti te lijken er ook zo te smaken, de Veggie Burger is gewoon om te watertanden, de frietjes zijn frietjes en de chocoladepudding smaakt zowaar naar chocolade.
Ik spendeer mijn acclimatisatiedagje in het hotel, waarbij ik mezelf overgeef aan een nieuwe verslaving: het spelen van solitaire op mijn computer.
Daarnaast socialiseer ik met een Canadees, een Engelse, een Australische en twee Denen. We hebben bij dezelfde firma gidsen gehuurd en onze gidsen kunnen blijkbaar niet zonder elkaar, dus zijn wij ook met elkaar verbonden.
Af en toe bots ik ook op Anja en Christiaan, twee West-Vlamingen die maar al te graag hun koekjes met me delen en vertellen over thuis. Mijn integratie zal daardoor hopelijk iets makkelijker verlopen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:42
0
reacties
woensdag 8 oktober 2008
De lodges
8 oktober 1999
Het is verbazend hoeveel restaurantjes en overnachtingen er te vinden zijn op de "track". De inwoners hebben de laatste jaren zwaar geïnvesteerd in de winstgevende business van toeristen voeden en te slapen leggen. Overal werden hotels en restaurants gebouwd, soms op een richel die klaar is om in te storten. Voor vele uitbaters is een hotel of restaurant de enige manier om naast het verbouwen van een gewas een beetje geld te verdienen.
De meeste hotels werden gestapeld met lokale stenen en bieden basiskamers, als je pech hebt slechts van elkaar gescheiden door een zeer dunne houten wanden die zelfs niet tot aan het dak doorloopt. Mensen die hun jonge jaren op internaat gesleten hebben krijgen hier gegarandeerd een déjà-vu. Het toilet is buiten, van het hurktype, en als je geluk hebt is er ook een koude douche.
De restaurants zijn eenvoudige banken in een eenvoudige kamer, met tot nu toe één constante: posters met Europese Toeristische Hoogtepunten (er staat een reusachtige besneeuwde berg in Parijs!!!) en melige posters die vertellen dat God ons helpt. De Westerling die dit idee in hun oor heeft gefluisterd verdient een levenslang verbod op reizen.
De keuken is uiteraard uiterst primitief, sommigen koken nog op hout, en alles wat met groenten bereid wordt, komt direct uit de tuin. Het is nu hoogstwaarschijnlijk de tijd van de spinazie, want ik heb er al wat van gegeten.
Per dorp vind je hetzelfde menu, met het vriendelijke waarschuwingsbord bij het binnengaan van het dorp dat onderhandelen over de (stevige) prijzen niet toegestaan is. Klachten bij prijsafwijking moeten schriftelijk ingediend worden bij de overheid die dit gebied beheert. Alsof we ons daar zullen mee bezighouden...
Het is raar om te zien hoe de bevolking enerzijds aan de grillen van de toeristen voldoet en anderzijds hun eigen identiteit blijft behouden. Ze blijven Dahl Baat (rijst met curry en linzen) eten, ze blijven relatief traditioneel gekleed, TV en radio zijn nog zeldzaam. Hoelang zullen ze nog aan de Westerse roep kunnen weerstaan?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
10:38
0
reacties
dinsdag 7 oktober 2008
Dhruba

7 oktober 1999
Mijn gids ontdooit maar langzaam, hij is niet van het spraakzame type. Ik moet elk woord uit hem sleuren en dat is redelijk frustrerend, vooral als je zoals ik vele vragen over de cultuur en de natuur hebt.
De antwoorden op deze laatste zijn trouwens zeer beperkt. Zijn kennis van de dieren en planten is ongelooflijk simpel. Fladderende dingen zijn vlinders en iets met 8 poten is een spin, gesofisticeerdere antwoorden zijn niet voorradig. Ondanks mijn frustraties blijf ik doorvragen, ik ben hier om te leren.
Ondertussen heb ik mijn strategie van het rugzakdragen aangepast. Ik heb de indruk dat zijn eer een knauw gekregen heeft met mijn rugzak op zijn rug, dus speel ik de supervermoeide. Elke helling doe ik supertraag en hijgen wordt sterk overdreven. In die zin is het dragen van mijn rugzak voor hem een onderdeel van zijn taak als gids: hij helpt zijn klant als deze het te lastig heeft.
Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik op sommige hellingen met mijn rugzak op zou afhaken, ze zijn knap lastig. Mijn fitheid is ver te zoeken.
Ander hoogtepunt van de dag: nog eens 7 Belgen ontmoet. 2 Brusselaars, 2 West-Vlamingen die me zowaar nieuwtjes uit Izegem vertellen en drie Wetterenaars. Als het zo doorgaat starten we een Belgisch café.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:36
0
reacties
maandag 6 oktober 2008
Start van 19 dagen fitness



6 oktober 1999
Onze eerste dag, vroeg gestart, om maximaal regen te ontlopen (meestal komen de wolken in de namiddag opgezet) en toch regent het. Het is gelukkig niet hinderlijk. De regen is zo licht dat het in dit warme weer vlug verdampt.
Al na 10 minuten wandelen verlaten we de weg en dit voor 19 dagen!!
Vanaf nu gebeurt alle transport te voet of met ezeltjes. Dit maakt dat we ontelbare malen ezeltjes en dragers passeren die zorgen voor de bevoorrading van de verder gelegen dorpen.
Soms stappen de dragers 5 dagen intensief door en dit met 80 kg in een niet ergonomische stapel op hun rug. De volledige last wordt door hun hoofd gedragen en de beentjes die onderaan de romp zitten zijn soms maar een lucifer dik.
I.p.v. stevige wandelschoenen dragen ze teenslippers of zelfs niets. In het restaurant 's middags staat een spiksplinternieuwe manshoge koelkast, ook die werd door een drager daar gebracht. Idem voor een kast. Niet bereikbaar zijn met een auto is een totaal nieuw concept voor mij. Indien Nepal ooit meedoet aan de wereldkampioenschappen gewichtheffen, zijn alle anderen kansloos.
Ik prijs mezelf 100% gelukkig dat ik slechts een dagpak moet dragen. Het geeft me de kans te genieten van de prachtig groene tropische omgeving, waarbij elke geschikte vierkante meter bebouwd wordt met rijst en tussenin piepkleine dorpjes met houten huisjes te vinden zijn.
We zullen voor een aantal dagen een rivier volgen en geregeld wisselen we van oever via hangbruggen. Soms zijn het stevige stalen dingen, soms in elkaar geknutselde bamboebruggen. Volgens Dhruba werd de laatste jaren zwaar in de bruggen geïnvesteerd en is de betrouwbaarheid er met sprongen op vooruit gegaan. Het heeft hoogstwaarschijnlijk een aantal toeristenlevens gevergd.
Veel te vroeg komen we in ons hotel aan, het is amper 2 uur in de namiddag. De eerste dag werd het wandelen beperkt en gemakkelijk gehouden, zodat we kunnen warmlopen. Er volgen nog genoeg zware dagen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:32
0
reacties
zondag 5 oktober 2008
Voorzichtige kennismaking met Dubra
5 oktober 1999
Mijn eerste dag met mijn gids start goed: hij daagt een halfuur te laat op omdat hij aan het verkeerde hotel staat. We geraken toch zonder problemen op de minibus, want het zou een Nepalees mirakel zijn indien deze op tijd was vertrokken.
De eerste contacten met Dubra verlopen zeer stroef. Ik weet niet goed wat ik van een gids mag verwachten en ben dus zeer voorzichtig en hij wil elke fout van zijn kant vermijden, na de gammele start van deze morgen.
De stroefheid hindert niet al te erg, want we spenderen 6 uur in van elkaar gescheiden zitjes op een gammele minibus. Deze roept herinneringen aan India op: angstaanjagende rijstijl, overbevolkt en jankende muziek. De bus is voor de helft gevuld met andere toeristen, waaronder zelfs 2 West-Vlamingen die me het blijde nieuws brengen dat onze Kroonprins van straat is geraakt. Als dat geen reden is om te vieren.
Als we in een hotel in Besi Sahar gesetteld zijn, probeer ik meer te weten te komen over de dagelijkse routine van het wandelen en Dubra blijkt geschokt als hij leert dat hij mijn rugzak moet dragen.
Dit begint goed... Ik investeer in de duurste firma en ik heb al problemen, het blijft gedurende de namiddag onuitgesproken hangen. Ik kan simpelweg bellen met mijn afspraakje van gisteren en het zoeken naar een oplossing aan hem overlaten, maar dat zal niet bijdragen tot een warme hartelijke sfeer tussen Dubra en mij.
Ik kan ook proberen om een compromis te bereiken, waarbij hij uiteraard mijn rugzak draagt, er zijn spullen in stopt om zo ergonomisch mogelijk te wandelen en ik er het zwaarste uitneem. Ik zal hem er na het middagdutje over aanspreken.
Uiteindelijk vind Dhruba (ik heb hem tot nu toe altijd verkeerd aangesproken) mijn voorstel aanvaardbaar, ook al heb ik de indruk dat het hem in zijn eer aantast. Zodra ik voel dat ik het aankan, neem ik het van hem over. Ondertussen kan ik nadenken over hoe dit te formuleren aan de gladde verkoper die me dit duur verkocht heeft. Het zal een les in zakelijke communicatie worden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:30
0
reacties