
19 & 20 november
Iggy en ik hebben vooraf niet echt afgesproken wat we zouden uitspoken in NZ. We wisten dat we het meeste van onze tijd zouden spenderen op het Zuid-eiland en dat we een zeer gekende vierdaagse trektocht zouden doen, de Milford track. Omdat geen van ons beiden ervaring heeft met trektochten waarbij je zelf al je kleren en voeding moet meeslepen, hebben we besloten om een aantal generale repetities te houden. In de Lonely Planet, de Bijbel van de rugzaktoeristen, staat de Tongariro Crossing omschreven als een van de mooiste eendaagse wandeltochten. Ter plaatse hadden we al uitgevonden dat je deze kan combineren met een andere wandeling, waardoor je bespaart op vervoerskosten (budgetreizigers, weet je wel).
De voorbereiding vergt denkkracht: voldoende lichtgewicht calorierijk voedsel meenemen, warme en weersbestendige kledij, tent, kookgerief, slaapzak,...
Het wordt allemaal netjes verdeeld over beide rugzakken, en hop daar gaan we, weg van Whakapapa Village. Na een halfuur wandelen begint de rugzak door te wegen. Het pad is niet zo goed, maar er zijn gelukkig geen zware hellingen op, alleen maar diepe droge rivierbeddingen. De zon is ons ook gunstig gezind en blijft bescheiden achter de wolken. Na minstens drie uur afzien bereiken we het begin van de Tongariro Crossing. We vallen haast dood op het terras van de hut. Bezwete kleren uit en droge kleren aan. Het eten sneuvelt aan een hoog tempo, het water ook. In de hut is water aanwezig, waar ik gretig van tank. Een muggenlarf doet me besluiten om het water te koken. Deze extra proteïne hoef ik niet.
We hebben nog minstens 6 uur te wandelen, we zijn zot.
Als we denken voldoende hersteld te zijn, vertrekken we opnieuw. Het is ondertussen al in de namiddag en de volgende hut zullen we maar op het nippertje in het daglicht halen. De lucht zit bovendien donkergrijs. Zouden we een leuke storm op ons hoofd krijgen? We tsjokken voort, waarbij ik het masochisme nog een beetje ten top drijf door 3 liter water mee te nemen.
Na drie kwartier wandelen staat ons een leuke (lees dit aub met de nodige ironie) klim te wachten. Ik weet niet hoeveel meter we al gestegen waren, maar toen we bijna op het zadel waren vliegt een gevechtsvliegtuig over, en het is verdomd dicht bij. Iggy en ik zijn bijna op de grond gaan liggen toen we het hoorden aankomen.
De top blijkt zich te verplaatsen. Telkens we denken er eindelijk te zijn, zien we nog een stukje helling, samen met onze peren… Hier zullen we zware trauma's aan overhouden. Helemaal boven aangekomen vergeten we de inspanning. We staan op een reusachtige kraterrand. Rechts zijn sporen van de meest recente uitbarsting, vuurrood en zeer grillig van vorm, met in de verte een blauw en een groen meer. Er ontsnapt stoom uit de wand, de grond onder ons is aangenaam warm. Er is bijna geen begroeiing. Ik bevind me terug op een andere planeet. Dit is ongelooflijk.
Onze tocht vervolgt langs de rand van het groene meer, en dan langs de flank van de berg tot aan de hut. Uitgeput slaan we de tent op. Het is nog licht en we hebben een nacht om te herstellen.
De dag erna is het een korte wandeling naar de parkeerplaats. Om een of andere reden zijn we te gierig om de shuttlebus te betalen naar Whakapapa. We besluiten te liften, waarbij we over het hoofd zien dat er weinig auto's op deze weg rijden. Zo wordt onze trektocht nog uitgebreid met een 3-tal kilometer langs gloeiend hete asfalt en bloeiende brem tot een vriendelijke vrouw ons een lift geeft.
Eindelijk terug in de campervan. Op het vlak van wandelen en liften hebben we de afgelopen dagen veel geleerd.
dinsdag 20 november 2007
Tongariro Crossing: een boomgaard vol met peren
Gepost door
Béate Vervaecke
op
21:02
0
reacties
Labels: Nieuw-Zeeland, Tongariro Crossing
zondag 18 november 2007
Lake Taupo
18 november 1998
Lake Taupo is het grootste meer van NZ. Het 606 km2 meer werd rond 200 gevormd door een gigantische vulkaanexplosie. Het stadje dat er bij ligt lijkt op de andere stadjes die we tot nu toe gezien hebben. Rechte brede straten, laagbouw, alles van recente makelij. Als Kiwi's een historische site omschrijven, dan hebben ze het over een gebouw dat met een beetje geluk dateert uit het begin van de kolonisatie, begin 19de eeuw. Voor ons is dat nauwelijks het stoppen waard.
Taupo is voor ons slechts een stopplaats op weg naar Tongariro. We pauzeren bij het meer om de omgeving te bewonderen, wat -het begint te vervelen om het neer te schrijven- ongelooflijk mooi is. Voor dergelijke zichten stoppen we geregeld. Het is in de late namiddag als we in Turangi aankomen waar we boodschappen doen voor onze eerste grote trektocht. We zijn er nogal uitgelaten over. Morgen is het de testdag. We zijn benieuwd.
bekijk beelden van de webcam
Gepost door
Béate Vervaecke
op
15:45
0
reacties
Labels: Lake Taupo, Nieuw-Zeeland
vrijdag 16 november 2007
Highway to Hell
17 november 1998
Sinds gisteren bevinden we ons in het belangrijkste thermische gebied van Nieuw-Zeeland, Rotorua. Doordat 2 aardplaten tegen elkaar botsen zijn hier vulkanen, geysers, kokende modder, warme rivieren en meren, zwavelafzetting en rotte eierengeur te vinden. Omwille van dit laatste kamperen we niet in Rotorua, maar aan het iets frisser ruikende Blue Lake, waar de dochter des huizes, 10 jaar, ons heeft getoond hoe je het tentje moet opzetten dat we met de campervan gehuurd hebben. Twee 30-jarigen op cursus. Het moet een mooi zicht geweest zijn.
Vandaag gaan we verder zuidwaarts op het Noordereiland, waarbij we Waimangu en Waiotapu bezoeken. Waimangu is een vallei waarin je verschillende hete meren en rivieren kan zien. In het begin van deze eeuw was hier een geiser actief die soms tot 500 meter hoog kon spuiten. En tot 10 juni 1886 kon je hier één van de zeven wereldwonderen bezoeken. Het mineraalrijke water had grote roze en witte terrassen gevormd, maar een vulkaanuitbarsting heeft niets voor het nageslacht bewaard.
In het andere park, Waiotapu, bewonderen we de kleurenpracht van een thermisch gebied. Wat je daar te zien krijgt is niet te omschrijven: kleuren rood, geel, blauw in een dichte mist; kokende modder, gifgeel dampend water, parelend water, en mini-witte terrassen. Waiotapu: onthouden voor als je ooit Nieuw-Zeeland bezoekt.
Iggy had dolgraag een eitje gekookt in het hete water, maar we hebben het moeten afgeven aan de kassa wegens te gevaarlijk.
s' Middags lunchen we bij Cerosene Creek, een warme rivier waarin je kan zwemmen. In het water zit echter een leuke parasiet die via je oren je hersenen binnenkomt en er iets zeer ongezonds mee doet. Bijgevolg zijn we paranoïde van het kleinste spatje en kruipen we voorzichtig door het water. Het was trouwens toch niet diep genoeg om te zwemmen en het geurtje dat uit de kreek kwam (de naam!) nodigde ook al niet uit. Maar we hebben toch maar gratis gebaad in een door moeder natuur verwarmd zwembad. We beginnen zowaar budgetreizigers te worden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:48
0
reacties
Labels: Champaign pool, Nieuw-Zeeland, Rotorua
Een vleugje Maori-cultuur in Rotorua
16 november 1998
Het spektakel begint al op de bus. Wij zijn een Maori-stam die een andere stam gaat bezoeken. Er moet een leider gekozen worden, die onze "stam" zal vertegenwoordigen. Emancipatie is niet een Maori-woord, dit krijgersvolk wordt gedomineerd door de mannen die de stam moeten verdedigen. Steward, een man van Wales (uitdrukkelijk niet Verenigd Koninkrijk, ook andere landen hebben blijkbaar regio's), wordt ons opperhoofd. De Maori-gebruiken worden aan Steward en aan zijn onderdanen uitgelegd. Niet in een lach uitschieten blijkt essentieel omdat je anders de Maori's beledigt.
In het nagebouwde Maori-dorp worden we opgewacht door zijn "bewoners". Als entree voert een krijger van het dorp een oorlogsdans uit waarmee de intenties van de bezoekende partij gepeild worden. Uiteraard komen we in vrede. De volgende 10 minuten lopen we door het dorp om de Maori-ambachten en tijdverdrijven te bewonderen. Hier beginnen we al te denken aan Bokrijk. We zijn 200 jaar terug in de tijd. Dit zijn oude Maori-gebruiken en dansen, en dit dorp wordt niet bewoond. We voelen ons lichtjes bedrogen.
Daarna werden we uitgenodigd in de marae, het gemeenschapshuis van de Maori. Daar volgen speeches, zang, dans en op het einde worden de genodigden een dansje aangeleerd. Iggy en ik vonden het hele spektakel al ultra fake, en dan dit nog. We zijn beiden blij dat er geen bewijsmateriaal van bestaat, want we trekken het dansje in het belachelijke. De andere gasten zijn enthousiast over hun Maoridansje.
Na het feest worden we uitgenodigd op de maaltijd. Dit deel is superprofessioneel georganiseerd zodat de tafels vlug geëvacueerd kunnen worden voor de volgende "gasten". Wij zijn ondertussen licht hilarisch dankzij deze Maori-ontmoeting. We gieren met de domste dingen eerst. We beginnen op te vallen.
Het afscheid is naderbij. De (overigens knappe) eigenaar zingt nog een liedje en wuift iedereen uit. We hebben een handje gehad van deze Antonio Banderaskloon en zijn Elvisachtige vader! Een ding moeten we Antonio wel nageven: hij heeft ons aan het denken gezet. We willen dit keigoed toeristisch concept exporteren met de Vlaamse cultuur als onderwerp. Bokrijk zal iets dichter bij Brussel moeten gebouwd worden, maar dat zal wel op te lossen zijn.
Op de terugweg moet elke nationaliteit een typisch liedje uit hun land zingen. "En we gaan nog niet naar huis, bijlange niet, bijlange niet", gebracht door twee superstemmen. De bus werd er zowaar stil van.
In de campervan bekijken we onze buit: om een of andere reden is Iggy buiten gegaan met extra bestek en een koffietas. Was zij dan toch nog op zoek naar waar voor ons geld?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:43
0
reacties
Labels: Maori cultuur, Nieuw-Zeeland, Rotorua
donderdag 15 november 2007
De Campervan
Onze eerste kennismaking is dubieus. De wagen is een 9 jaar oude Japanner en ziet eruit alsof hij ooit eens een zwaar ongeval heeft meegemaakt en de herstelling nooit helemaal te boven is gekomen. Zal dit ding ons NZ rondvoeren? De verhuurder stelt ons gerust. De wagen is zeer betrouwbaar en in geval van een ernstig defect kunnen we een vervanging krijgen.
Na een iets grondiger rondgang worden we enthousiast. Er is slaapplaats voor 2, een gasfornuis en het nodige keukengerief. Hier kunnen we mee kamperen.
Er zit een oude radio in, het stuur staat verkeerd en het zijn versnellingen aan het stuur. Kunnen we hier mee rijden?
Iggy zal hem inwijden, ze heeft links gereden in Engeland, en de versnellingen zullen wel wennen. En effectief, we zijn Auckland uitgeraakt. Weliswaar met af en toe veel lawaai, een verkeerde versnelling en werkende ruitenwissers die aanduidden dat we wilden afslaan. Het links rijden was voor Iggy geen probleem.
Ik keek met angstige ogen vanuit de passagierszetel. Het afslaan is afschuwelijk, en een rondpunt vraagt om anders ingereden te worden. Zal ik dit ooit zelf kunnen? De kat zal nog eventjes uit de boom gekeken worden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
22:10
0
reacties
Labels: Campervan, Nieuw-Zeeland
woensdag 14 november 2007
Auckland, Nieuw-Zeeland
14 november 1998
Ik ben iets voor middernacht, op donderdag 12 november, op het vliegtuig richting Nieuw-Zeeland gestapt. 9 vlieguren later ben ik op zaterdagmorgen, 14 november, geland. Ergens tijdens de vlucht zijn we de datumgrens overgevlogen, om zo vrijdag de 13de over te slaan. Wie weet welke rampen ik ontlopen heb.
Het is een stralende zaterdagmorgen hier in Auckland. Op de bus naar het centrum maak ik vluchtig kennis met dit land. Kiwi's (zo noemen de Nieuw-Zeelanders zichzelf) zijn vriendelijke mensen, zelfs deze dichtbevolkte streek ziet ongelooflijk groen, de straten en gebouwen zijn netjes, ze rijden links. Dit laatste sijpelt mijn begripsvermogen binnen. Ik heb een wagen gehuurd. Ik zal nooit netjes links kunnen rijden. Gelukkig is er de Belgische vriendin, Iggy, die ik straks ontmoet. Ze heeft in Londen gewoond, zij zal wel ervaring hebben.
Aan de receptie van de jeugdherberg ontmoet ik haar al. Ik herinner nog ons afscheid op de Waalse kaai in Antwerpen. "Tot in Auckland!" Het klonk als "tot op Jupiter". Nu is het terugzien heel normaal. Iedereen spreekt toch af aan de andere kant van de wereld.
De rest van de dag praten we bij en shoppen we. NZ is het land van kampeermateriaal, en ik heb me een eersteklas rugzak, mijn mobiel huis voor een jaar, aangeschaft. Iggy vindt het grappig hoe ik 's avonds "verhuis". Ritselende zakjes, poging tot het scheppen van orde in de chaos, en op het einde toch nog alles moeten samenduwen zodat het erin past. Een mens kan werk hebben met zchzelf georganiseerd krijgen.
Morgen halen we onze huurwagen op. Ik ben benieuwd naar het koopje dat ik via Internet op de kop heb kunnen tikken.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
21:34
0
reacties
Labels: Auckland, Nieuw-Zeeland
