
12 december 1998
Sinds de Abel Tasman track zijn Iggy en ik op zoek naar de vertaling van "Beechforest". Toen we het de eerste maal hoorden, op Abel Tasman, dachten we dat het strandbossen waren. Het Abel Tasman nationaal Park ligt nl. aan het strand. De schrijfwijze deed ons echter besluiten dat dit niet kon. Een van de soorten Beech, Silver Beech, bracht ons op het idee dat beech berk zou kunnen zijn. Echter, de beechen die we zagen leken in de verste verte niet op een berk.
Op weg naar het zuiden van het eiland werden we nog verschillende malen met "Beechforest" geconfronteerd, eerlijk gezegd tot vervelens toe. Blijkbaar zijn deze bomen belangrijk in de conservatie van de NZ originele wouden. Want, dat hadden we ondertussen geleerd, de beech is een boomsoort die zeer ver in de evolutie is terug te vinden.
Tijdens de Keplertrack kwam het verlossende antwoord. Beech is inderdaad Berk, maar dit is een soort die bij ons niet voorkomt.
Dit is maar een van de vele vertaalraadsels op het vlak van planten en dieren. Misschien moeten we het beginnen opschrijven om dan later de vertaling op te zoeken?
Update: beech staat voor beuk. Ik heb dus nog een jaar in de waan geleefd dat beech berk was.
donderdag 13 december 2007
Over strand- en berkenbossen
Gepost door
Béate Vervaecke
op
23:31
0
reacties
dinsdag 11 december 2007
Derde generale repetitie: de Kepler Track
8 tot 11 december 1998
In de voorbereiding voor de moeder van alle Tracks, de Milford, besluiten we ons te wagen op de Kepler. Deze trektocht wordt als moeilijker omschreven dan de Milford, omdat er een stevige klim in verwerkt is. Bovendien loop je lang op de richel van de berg, waar je blootgesteld kan zijn aan hevige wind en regen. Dezelfde dag is er een stevige afdaling, wat niet mag onderschat worden omwille van de belasting op de gewrichten. Ons besluit staat vast. Als we deze overleven, dan kunnen we de Milford aan.
En hop, daar gaan we weer. Wegens budgettaire redenen weigeren we de shuttle tot aan de ingang, drie kwartier stappen verderop. We zullen de volledige trek te voet afleggen, in totaal meer dan 80 km.
Dag één geeft ons weinig problemen. De klim is steil, maar onze training begint vruchten af te werpen. Bovendien geeft Iggy het tempo aan, zodat we niet volledig uitgeput boven aankomen. Als ik voorop loop heb ik de neiging om te hollen, zoals een paard dat zijn stal ruikt. Meestal ben ik na een halfuur ten einde omdat de klim niet ophoudt en ik nergens kan recupereren.
Vlugger dan verwacht zijn we in de hut, die we maar delen met 15 anderen. De hut is in wolken gehuld en er beukt een stevige wind tegen. Soms voel je de hut schudden. Ik hoop dat dit morgen over is.
Dag twee blijkt de wind nog altijd te beuken, en werd er bovendien regen bijgevoegd. De hutverantwoordelijke geeft echter toestemming om te vertrekken, zij vindt het blijkbaar niet ernstig. Ze raadt aan naar de hut terug te keren als de wind je wegblaast. Slik. Wat zal dat worden? De anderen vertrekken één voor één, geen spier op hun gezicht verraadt wat ze denken. Wij zijn naar goede gewoonte weer laat. Kort na ons vertrek beseffen we al dat dit een gevecht zal worden met onszelf. Wind waar je tegen in kan leunen, hagel en regen die in ons gezicht slaan. We krijgen het allemaal. Een koppel keert terug omdat de vrouw zich niet staande kan houden. Wij blijven doorgaan.
Na twee uur zwoegen komen we aan in de eerste schuilhut. Op dat moment valt de regen horizontaal en huilt de wind om de hut. Ik bega hier twee fouten. Ik doe geen droge kleren aan tijdens deze rustpauze en ik eet te weinig. Op weg naar de tweede hut (2 uur verder volgens het bordje) vloeit mijn energie weg. Waarom doe ik dit? Ik wil terug. Ik kan nooit twee uur in dit weer stappen. Iggy merkt het en neemt de leiding, zodat ik niet kan treuzelen. Al na amper één uur is de volgende hut er. Wat een opluchting. Droge kleren en ongelooflijk veel eten geven me de energie voor de rest van het gevecht. Dit is een wijze les voor de volgende keer: neem nooit pauze in je bezwete kleren en vreet.
Tijdens de afdaling komt de zon terug zodat we tijd krijgen om te drogen.
De derde en vierde dag zijn brave wandelingen door het bos, wat me op dag vier begint te vervelen. Zie ik dan toch liever af?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
21:58
0
reacties
vrijdag 7 december 2007
TV in Nieuw-Zeeland
7 december 1998
.
Af en toe, in de keukens van de campings, kom ik in contact met de NZ tv. Voor zover ik weet zijn er twee kanalen te ontvangen met antenne, tv 1 en tv2. De een en de twee zenden de gebruikelijke series en films uit, op de gebruikelijke manier onderbroken door reclame (toch naar de normen van commerciële zenders) . Ook die reclame verschilt in weinig van wat je bij ons te slikken krijgt. Soms zijn de merknamen anders, maar de groten zijn ook hier groot (met uitzondering dan van een grote firma in snoeprepen). Tot zover weinig nieuws.
Wat me wel heeft verwonderd is het niveau van het nieuws. In een land met een blijkbaar saaie binnenlandse politiek wordt quasi geen aandacht besteed aan het buitenlandse nieuws. Hoofdbrok van het nieuws zijn de binnenlandse gewelddadige inbraken, onrustwekkend verdwijningen en moorden. Je zou je haast onveilig beginnen voelen in NZ. De kranten volgen dezelfde strategie. Om ter "Laatste Nieuwst". Ik denk dat de Kiwi's ondertussen op elke hoek van de straat een moordenaar zien en dat ze hun bezittingen bewaken met een geweer. Dat zou toch mijn reactie zijn als ik het nieuws geregeld zou zien. Ik ben zo al paranoïde genoeg.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
18:16
0
reacties
De NZ marketingmachine op toeristisch gebied
6 december 1998
Er zijn in NZ een aantal Marketing Breinen aan het werk geweest die het hele land hebben uitgevlooid op potentiële toeristische attracties en er dan de juiste aantrekkelijke omschrijving voor hebben gezocht. Dit maakt dat elke toerist zich schuldig voelt als hij deze of gene attractie niet ziet, omdat het enig in de wereld is. De breinen gaan daarbij zeer creatief te werk. Vele keren kom er het zinnetje "the world's only... " of "the world's famous...", met daarna de omschrijving, in voor. De eerste 3 woorden zijn voldoende om een kudde toeristen stampede te laten slaan richting de attractie. Echter, het venijn zit hem in de staart. De omschrijving die volgt is soms zodanig vergezocht of toegespitst op de specifieke situatie, dat het niet anders kan dan uniek in de wereld te zijn. Ik ben toch ook uniek in de wereld, en ik deel deze wereld met 6 miljard medemensen.
Ik geef je enkele voorbeelden. De gletsjers zijn uniek omdat ze de enige gletsjers op die breedtegraad in het zuidelijke halfrond zijn, die tot op zeeniveau komen.
De Kea, een overigens grappige maar vernielzuchtige papegaai die tot 100 jaar oud kan worden, is "the world's only mountain parrot".
De albatroskolonie op het schiereiland bij Dunedin is de grootste kolonie ter wereld op het vasteland. Hadden de albatrossen geweten dat ze op een schiereiland en niet op een eiland zaten, dan waren ze er hoogstwaarschijnlijk nooit neergestreken.
Het is niet dat de dingen het bezoeken niet waard zijn, alleen willen NZ iets uniek in hun achtertuin dat zijn gelijke niet in de wereld kent. En als je daarvoor nauwkeurig moet omschrijven...
Het zou een interessante oefening zijn om een aantal Belgische toeristische attracties door deze mangel te halen. Hoe zouden het Atomium, Manneken Pis, de Leeuw van Waterloo, de Brugse reien, de Kathedraal in Antwerpen en de watervallen van Coo na zo'n unikunisatie omschreven worden? Ik zal er eens op broeden.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
18:15
0
reacties
donderdag 6 december 2007
Chez Iggy
5 december 1998
Reizen met Iggy heeft zo een aantal voordelen. Een ervan is dat er veel aandacht besteed wordt aan de kwaliteit van de voeding. Geen fastfood, vooraf bereide maaltijden, blikjes, ... alles in de mate van het mogelijke vers.
Ik kan niet koken zoals zij dat kan. Ik heb de feeling niet om smaken te combineren en de synchronisatie van de verschillende onderdelen van het gerecht zijn ook al niet aan mij besteed. Ik zou mijn aardappelen als laatste opzetten als al de rest al klaar is bijvoorbeeld. Iggy heeft met dit alles geen problemen, wat maakt dat zij de scepter zwaait aan het fornuis. Mijn taak is ondersteunend, in modern management een niet te onderschatten taak. Ik was en snij de groenten, dek de tafel en zorg voor aperitief en drank (een zeer belangrijke taak). Om de taak meer inhoud te geven, heb ik mezelf een mooie titel gegeven. Ik ben CuttingManager, weliswaar een trage. Wassen en snijden van groenten is strikt mijn domein.
Over de taakverdeling hoor ik Iggy niet klagen, ze kookt graag. Ik daarentegen voel me vele keren schuldig omdat het snijden zeer beperkt is, en ik er dan precies als een luie echtgenoot bij loop.
Ik ben benieuwd hoe mijn menu er zal uitzien na 25 december, de dag dat Iggy vertrekt.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:36
0
reacties
dinsdag 4 december 2007
Eventjes 1400 meter stijgen
4 december 1998
Queenstown is omringd door bergen, en ligt aan de voet van de Ben Lomond, een 1746 meter hoge berg die op heldere dagen een uitzicht over de omgeving garandeert, zo eentje waarvan je stil wordt. De wandeling kan door voldoende fitte personen zonder problemen in een dag gedaan worden.
Omwille van de hitte vertrekken we eens vroeg, zijnde 8 uur 30, voor echte wandelaars nog rijkelijk laat. Geladen met dagpak en hopelijk voldoende water gaan we over een richel tot aan het zadel, waar een steile klim naar de top volgt. Op sommige plaatsen is het pad zo langdurig steil dat mijn voeten in een hoek van 50 graden beginnen te staan en dat de belasting van dezelfde spieren en de rek op dezelfde pezen beginnen te enerveren. Het laatste stuk, een stevige klim in de hitte, doet me denken aan Tongariro. Mijn conditie is nog geen haar verbeterd. Het gehijg is duidelijk. En ik die dacht om eventjes met dagpak de berg op te lopen en zo een work-out te doen.
En ja, boven was het opnieuw een adembenemend zicht (daarvoor doen we dit toch?). Normale trekkers nemen nadien hetzelfde pad terug naar Queenstown, maar wie heeft ooit beweerd dat wij normaal zijn. In het zadel staat een bordje met Arthur's Point, 4 uur. En hop, we zijn weg, in een lange geleidelijke afdaling in een omgeving waar bijna nooit een mens komt. Ondanks de schapen drinken we van het water van de rivier.
ZEER uitgeput komen we aan in Arthur's Point, dit was echt te veel. Van hieruit moeten we nu nog naar Queenstown. Onze duim hangt nog maar half in de lucht of er stopt een wagen. Hij zet ons dicht bij een café af, waar we de wandeling met een grote pint uit ons lijf proberen weg te spoelen. Ik heb echter Ben Lomond nog een aantal dagen in mijn lijf meegesleept. Ik hoop dat mijn conditie ooit eens verbetert.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:46
0
reacties
maandag 3 december 2007
De bedrieglijke reclame

3 december 1998
Ik heb vandaag de schok van mijn leven opgedaan (nou ja). Op weg naar mijn adrenalineshotje kregen we op de bus uitleg over de overigens mooie streek waarin we zouden varen. De gids had het o.a. over een aantal films dat op deze locatie geschoten zijn en over een aantal reclamefilmpjes. Van die reclamefilmpjes heb ik twee merken onthouden. Enkele spotjes met de Marlboro cowboy zijn hier opgenomen en hou je vast, een spotje met de Milka koe. Mijn wereld stortte toen in. Ik dacht altijd dat het beest in de Zwitserse Alpen leefde en nu blijkt dat zij haar stek heeft in NZ. Wat kan reclame toch bedrieglijk zijn.
En de andere adrenalineshot, het rakelings scheren langs rotsen op een ondiepe rivier? Het boottochtje heen was zo ontspannend dat de race terug, aan 60 km per uur, eigenlijk vervelend was. Het leek het zo vredige plaatje te verstoren. De chauffeur (schipper kan je dit toch moeilijk noemen) wist bovendien zo goed hoe hij het bootje moest besturen dat ik geen moment gedacht heb "straks moet ik mijn reisverzekeing bovenhalen". Geen adrenaline dus, maar wel een weetje rijker. We reizen om te leren.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
21:53
0
reacties
zondag 2 december 2007
Queenstown, de adrenalinestad
2 december 1998 .
Tegen de middag rijden we Queenstown binnen. In de winter is dit een gekend ski-oord, in de zomer een stad waar je hartslag sneller slaat, niet van het schoon volk dat hier rondloopt, maar van de ongelooflijke activiteiten die je hier kan doen.. Je kan hier, mits het neerleggen van een mooie som geld, Bungijumpen, raften, met een snelle boot door een nauwe rivier varen, op een plankje een rivier afzwemmen, skydiven, aan een honderd meter lang touw rondvliegen ,... Je kan het zo gek niet bedenken of de Kiwi's hebben het hier in Queenstown.
Noch Iggy noch ik zijn hier om aan die dingen deel te nemen. Elk een dagje adrenaline zal ons wel voor de rest van de reis aan de slag houden. Iggy kiest voor het riviersurfen en de snelle boot op een smalle rivier. Ik kies voor het bravere "snelle boot op een brede rivier", gecombineerd met een uitstap naar een nog mooiere streek rond Queenstown. De tripjes worden vastgelegd, Visa bovengehaald, en daar gaat te veel geld naar iets dat hopelijk goed is. We zijn benieuwd.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:50
0
reacties
zaterdag 1 december 2007
Natte wandeling op de Fox gletsjer
1 december 1998
Vandaag nemen we deel aan een geleide dagwandeling op de Fox gletsjer. Er valt een constante regen, van het type waarvan je nat wordt.
De wandeling naar het beginpunt van de gletsjer gaat over glibberige paadjes en soms smalle richels. Tijdens de wandeling komen we te weten dat er sinds 8 uur deze morgen een team op de gletsjer zit om trapjes uit te hakken. Iggy en ik gaan naar opperste staat van alertheid. Betekent dit dat er een pad gevolgd wordt tijdens de wandeling? Ja. Kunnen we met onze krampons niet op onontgonnen stukken? Nee. We zijn teleurgesteld en terwijl de regen op ons nederdaalt, hebben we al spijt van onze dagwandeling. Dit wordt geen expeditie op onbetreden paden.
Zelfs met uitgehakte trappen vordert de wandeling niet echt. De gids hakt op elke trap nog eens extra in, om zeker te zijn dat we niet kunnen uitglijden. Hoogstwaarschijnlijk hebben ze ooit eens een toerist gehad die gevallen is en hen een zwaar proces heeft aangedaan. Het zal wel een Amerikaan geweest zijn.
Tijdens de wandeling zien we stukken van een vliegtuig dat begin de jaren tachtig bovenaan de gletsjer gecrasht is en nu aan een sneltempo zijn weg naar beneden zoekt. Bezorgd (eigenlijk ongezond nieuwsgierig en bloeddorstig), vraag ik of er gewonden of doden gevallen zijn. Dat bleek niet het geval. Het vliegtuig stond bovenaan op de gletsjer in panne (het werd gebruikt om toeristen af te zetten) en werd door een helikopter naar beneden getransporteerd, waarbij het bijna onmiddellijk tegen de bergwand gesmakt is. Nu 15 jaar later is het bijna beneden. Het is een mooi voorbeeld van de snelheid waarmee het ijs van de gletsjer beweegt.
Op de middag krijgen we de kans om af te haken (dank u regen), en weg zijn we, richting Queenstown.
Ik heb zelden de neiging om foto's te nemen. Ik lijd niet aan deze vorm van vakantiestress waarin Japanners uitblinken; ze zien het land maar als ze de foto's ontwikkeld hebben. Maar op weg naar Queenstown heb ik de stress gevoeld. Het Wanaka meer en de bergen rondom waren in een dichte wolkenbundel gewikkeld, waarbij verschillende tinten blauw te zien waren, het groenachtige blauw van het meer, het blauw van de wolken en het grijsachtige blauw van de rotsen. Er was geen streepje groen te zien, wat het geheel een bizar effect gaf. Zo iets had ik nog nooit gezien. Maar spijtig: geen foto's...
s' Avonds overnachten we in Wanaka, in de regen. We laten het niet aan ons hart komen en dineren in de helverlichte keuken met een kaars en een goede fles wijn. Morgen zijn we in Queenstown, de adrenalinestad, waar je de gekste dingen kan doen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
16:19
0
reacties
De gletsjers

30 november 1998
Ondertussen zijn we aangekomen aan de Franz Josef gletsjer, en voor het eerst sinds het begin van onze reis regent het pijpenstelen. Voor de streek hier zeer normaal, want alle wolken komen aangewaaid van over zee en blijven tegen de bergen kleven, met sneeuw en regen als resultaat. De Westkust van het Zuid-eiland is daarvoor legendarisch.
Vlak bij elkaar zijn twee gletsjers, de Franz Josef en de Fox, waarbij de eerste de meest commerciële is. De respectievelijke stadjes hebben hun bestaansreden aan hen te danken en produceren het nodige marketinglawaai.
De Franz Josef stelt ons eigenlijk teleur. Doordat het 4 weken niet geregend heeft, ziet hij meer zwart dan wit. Er vallen geen stukken ijs met oorverdovend lawaai naar beneden, er is geen meer (dit laatste komt doordat de gletsjer groeit). Dit kan ondankbaar lijken, maar we hebben allebei al gletsjers gezien en blijkbaar is de eerste kennismaking de meest spectaculaire.
We spenderen geen tijd meer aan de Frans. Een beetje verderop ligt Lake Matheson, onderwerp van wereldberoemde foto's. Het meer is vroeg in de morgen rimpelloos en de perfecte spiegel voor de achterliggende bergen. Als je de foto's zou zien, zou je onmiddellijk weten waarover ik het heb. Onze wandeling rond het meer is spijtig genoeg laat in de namiddag, dus is het ding gerimpeld (was de dagcreme uitgewerkt?). De omgeving is de wandeling echter meer dan waard.
In het infocentrum hebben ze ons wijsgemaakt dat je dolfijnen kan zien op het strand, en wij, dolfijnadepten, zijn al onderweg. De lokroep van de dolfijnen drijft ons op het zwarte zandstrand, de zee aandachtig afspeurend. Was dat daar...? Zou het ...? Op den duur zie ik overal dolfijnenvinnen. Positieve identificatie blijft echter uit. Dolfijnen zullen tot in Kaikoura een mysterie blijven.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
16:12
0
reacties