donderdag 28 februari 2008

Start van de turbotoer door Tassie

28 februari 1999

Nog maar half bekomen van mijn vijfdaagse start ik de Tassie turbotoer: Tassie in amper twee weken. Ik lift mijn weg uit Devonport en krijg een lift van een leerkracht op ziekteverlof die tijd heeft om me de streek te laten zien. Hij blijkt bovendien betrokken te zijn in educatieve projecten in wetenschap en technologie, iets waar ik in een vorig -professioneel - leven ook mee te maken had. Het wordt een namiddagje van toeristische attracties en ervaringen uitwisselen onder een felle zon.
's Avonds ben ik in Boat Harbour, een mooi badplaatsje met een veel te koude zee. De jeugdherberg ligt op een heuvel met een prachtig uitzicht over de omgeving. Het is een plaatsje waar je een aantal dagen kan blijven, op voorwaarde dar je niet op turbotoer bent. Morgen hop naar de volgende toeristische attractie.

woensdag 27 februari 2008

de wereldberoemde, niet over te slaan, Overlandtrack


23 - 27 februari 1999

Hier ga ik dan, de start van de 5-daagse waarbij ik ongeveer 70 km te voet, bepakt en bezakt, zal afleggen. De trektocht van Craddle Mountain naar Lake St. Clair is een must in Tasmanië, zelfs voor toeristen die nog nooit tien kilometer met rugzak hebben gewandeld.

De eerste dag, op Craddle Mountain, heb ik pech: het regent en de laaghangende bewolking verbergt veel van het mooie landschap. Je kan eigenlijk niet van pech spreken, want het aantal dagen per jaar dat er geen wolkje te bespeuren is, is minder dan 40. Het is een normale dag. Als de bewolking eventjes wegtrekt en het landschap rondom mij haar schoonheid verraadt, haast ik me om het moment te vereeuwigen. Helaas, mijn 30 dollar camera heeft afgehaakt. De klep kan niet meer dicht en ik vrees dat alle foto's van de afgelopen dagen eraan zijn (daarom zijn er geen foto's bij de vorige stukjes). Goedkoop is duurkoop. Ik neem mezelf voor om op een onbewolkte dag naar deze plaats terug te keren, om de omgeving in volle glorie te kunnen aanschouwen en, als de camera meewerkt, te fotograferen.

De tweede dag klaart het op en blijft het zo tot het eind van mijn trektocht. Ik trek door een plateau, met alpine begroeiing en meren, omringd door woest uitziende granieten bergen. Het gevoel van ruimte en stilte is ongelooflijk.

Op dag drie, wolkenloos, beklim ik de hoogste berg van Tassie, gelukkig zonder rugzak. Ik soes uren op de top, genietend van het verre uitzicht. Ik maak er kennis met verschillende Australiërs die voor de rest van de trip vrienden zijn. Ik beloof hen te bezoeken als ik in de buurt ben.

De volgende twee dagen spendeer ik in vlakke bossen, tot vervelens toe. Eventjes denk ik erover om terug te keren naar het mooie plateau en Craddle Mountain, maar mijn toeristisch gevoel voor ordelijkheid zegt me dat je deze trektocht wandelt van begin tot einde.
Spijtig, want ik ben nadien niet meer op Craddle Mountain geraakt, ook al was ik tweemaal in de buurt. Telkens ik er foto's van zie, hoor ik mijn toeristengeweten. Het zal voor altijd onaangekruist blijven op mijn checklist. Jammer...

PS: de foto die je hierboven ziet (en eerlijkheidshalve ook veel foto's bij de andere artikels) is schaamteloos gestolen van het internet. Bedankt aan http://www.photoseek.com/Australia-Tasmania.html . Zijn foto's zijn gewoonweg fantastisch!

vrijdag 22 februari 2008

Voorbereiden voor de trektocht

22 februari 1999

Morgen is het zover, 5 dagen op de Overlandtrack, de bekendste trektocht van Tassie. Dit betekent dat ik vandaag inkopen moet doen en mijn rugzak moet herpakken, zodat al het overbodig gewicht er uit is. Mijn spullen zullen trouw in een kartonnen doos op me wachten.

Alhoewel er hutten zijn om in te slapen sleur ik 3 kg tent mee. Het is verplicht. Ik ben vastberaden om de tent niet te gebruiken, ook al betekent dit vroeg opstaan en doorstappen om als een van de eerste de hut te bereiken.

Na alles in mijn rugzak gepropt te hebben, blijkt deze 20 kg te wegen, veel te veel om het wandelen aangenaam te maken. Ik heb alleen het allernoodzakelijkste mee, er kan niets meer vanaf. Ik hoop vurig dat het pad de eerste dagen vlak is.
De rest van de tijd spendeer ik aan het opstellen van een reisplan. Ik heb verschillende bestemmingen op mijn lijst en ik probeer die met het "openbaar vervoer" aan elkaar te lijmen Wat niet lukt. In het weekend rijden de bussen niet en in de week enkel op specifieke dagen. Het zal improviseren worden.

Yoeeeeehoeeee, ik ben in Tasmanië

21 februari 1999

Ik ben onverwachts een dag vroeger in Tasmanië, puur geluk. Ik ben pas vanmiddag om 3 uur vertrokken uit Phillip Island, met de shuttlebus van de jeugdherberg, en ik heb het risico genomen om op een standby-ticket met de laatste vlucht vanuit Melbourne naar Tassie te vliegen. Het bleek geen probleem. Nu zit ik hier in Devonport, nog high van het geluk.
Morgen begin ik te lezen en mijn 3-weken verblijf in Tassie te plannen. Ik wil een vijfdaagse trektocht doen, als het kan zonder begeleiding, en in de tijd die me rest wil ik de hoogtepunten van het eiland zien. Het zal een turbotoer worden.

woensdag 20 februari 2008

De parade van de pinguins


20 februari 1999

Ik ben op Phillip Island, een thuis voor ongelooflijk veel "kleine pinguïns". Elke avond komen een aantal van hen, na een aantal dagen vissen, uit zee om uit te rusten in hun nest of, in het seizoen, om de kuikens te voederen. Elke avond komt een groot aantal toeristen uit Melbourne en omstreken, ongeacht het seizoen, om de parade te bewonderen. Misschien komen de pinguïns nu naar deze plaats om de toeristen te bewonderen, dat kan ook.

Dit is de nummer één toeristische attractie in Australië, populairder dan het icoon van Australië, Ayers Rock (nu Uluru, naar de oorspronkelijke Aboriginal naam).
Ik deel vanavond dit spektakel met minstens 2.000 anderen. In groepjes van 20 komen de pinguïns uit zee, waarna ze rennen over het onveilige strand om eventjes te pauzeren tussen het meer beschutte stuikgewas. Bij één van die plaatsen is een platform. Ik sta op amper 2 meter van de pinguïns en ze trekken zich niets aan van mijn aanwezigheid. Ze doen ongestoord verder in wat pinguïns doen.

Om het hen niet te lastig te maken is flitsen of videobelichting verboden. In het flauwe schijnsel van de straatverlichting heb ik toch geprobeerd om foto's te nemen. Als je hier ergens een goede foto ziet, weet dan dat het van een postkaart is. En ja, in werkelijkheid zijn ze zo schattig als op de foto.

dinsdag 19 februari 2008

De politie is er om je te vervoeren

19 februari 1999

In mijn liftavonturen heb ik vandaag toch een fijne beleefd. Ik stond in Sale te liften en na amper 10 minuten had ik een lift van 2 heren in een grote auto, zakelijk gekleed. Ze konden me een heel stuk op weg helpen naar Phillip Island, mijn eindbestemming.

Nieuwsgierig vroeg ik voor welke firma ze werkten. Het bleken 2 politie-inspecteurs te zijn die overal in Victoria (een provincie van Australië) uitgestuurd worden om misdaden te onderzoeken. Welke hebben ze me niet verteld, en het heeft me al mijn zelfbeheersing gekost om ze niet tot op het bot uit te vragen.

Ze hebben me niet echt de les gelezen over vrouwen en liften. Ik was ze voor en ze gaven toe dat de kans dat je door een gevaarlijk iemand opgepakt wordt, zeer klein is. Als het gebeurt, wordt het door de media zo opgeklopt zodat het lijkt alsof elke lifter iets overkomt.

Niettemin waren ze zeer bezorgd. We zijn omgereden naar een stad waar ik een veilige bus kon pakken en ze hebben het hoofdkantoor gebeld om na te gaan of iemand naar Phillip Island ging, wat niet het geval was.
Noot achteraf: dat omrijden heeft me toen echt bang gemaakt. Ik volg bij het liften altijd of we op de correcte weg blijven, en we waren al aan het omrijden zonder dat ze me van hun plannen op de hoogte hadden gebracht - ik zat daar dus gedurende een 15-tal minuten zeer benepen op die achterbank, niet wetende wat ik nu moest doen.

Uiteraard heb ik de bus niet gepakt. Anders had ik dat sympathiek bejaard koppel niet ontmoet dat me bijna tot op mijn bestemming gebracht heeft en dat me uitgenodigd heeft om nog eens langs te gaan. Liften blijft een fascinerend avontuur.

maandag 18 februari 2008

Op schoolkamp

17-18 februari 1999

Ik ben dan toch in het vakantiekamp in Gelantipy geraakt, dat tijdelijke overgenomen is door 55 tien- en elfjarigen, hun 2 leerkrachten en een aantal ouders. Doel van het vakantiekamp is leren samenwerken- en leven, en actief buitensporten.

De "backpackers" - de naam voor rugzaktoerist - in het vakantiekamp konden aan alle activiteiten deelnemen. Ik heb paard gereden, aan een touw van een steile rots afgedaald en een uitstap naar een natuurpark in de buurt meegemaakt. Mijn klas voor de uitstappen, 6de jaars, heeft me verschillende malen verbaasd. Het commentaar dat ze gaven, hun antwoorden op opmerkingen van hun leerkracht, hun kennis van de wereld, ... Ik herinner me dit niet van mijn eigen 12 jaar. De wereld staat inderdaad niet stil.

Voor de laatste avond hadden verschillende leerlingen een stukje voorbereid dat voor groot publiek werd opgevoerd. De internationale jury- mijn aanwezigheid zorgde voor de inter- had de moeilijke taak om een winnaar te kiezen. Geloof het of niet, maar ik was het mildst in de punten, wat me onmiddellijk een ongelooflijke turbosprong in de populariteitspol opbracht. Kinderharten zijn zo gemakkelijk omkoopbaar.

Bijna was ik in het vakantiekamp gebleven, want volgende week zijn andere klassen op bezoek. Mijn Australische tijd tikt echter, ik moet vooruit. Misschien kom ik hier nog wel terug.

zaterdag 16 februari 2008

Na de euforie...

16 februari 1999

Nou, je kan niet elke dag in de zevende hemel zijn.
Na het uitzonderlijke gevoel van gisteren ben ik vandaag terug met mijn voeten op aarde. Het liften verliep niet vlot en ik ben niet tot op mijn eindbestemming geraakt. Ik heb drie kwartier staan blinken aan de rand van een verlaten weg en daarna heb ik de 6 kilometer gewandeld, met mijn "gele gebben en gouden", om in een jeugdherberg te geraken.

De herberg heeft gigantische slaapzalen en verwacht een buslading. De oordopjes zullen dienst doen.
Het valt niet allemaal tegen. De goedkope maaltijd is ongelooflijk lekker en tijdens de nachtwandeling zien we kangoeroes, opossums (ja, die beestjes die ze ook in NZ kennen, ik heb er een gestreeld), en zelfs een wombat. Als afsluiter speelt de gids op de didgeridoo terwijl we naar de sterren liggen te staren. Ik voel de euforie terugkeren.

Leve de euforie

15 februari 1999

Ik ben licht euforisch.
Het begon al deze morgen op zoek naar ontbijt. Ik liep door de hoofdstraat van Eden, en op elke kruispunt kreeg ik uitzicht op een wondermooie zee.
Aan de kassa van de supermarkt viel mijn oog op een roddelblad dat uitpakte met een special rond beroemde vrouwen zonder make-up en verzorgd haar. Ik voelde me onmiddellijk fantastisch in mijn vel, er is nog hoop.
En bij het liften had ik al na 3 minuten een lift tot mijn niet zo evidente eindbestemming, ik kon mijn oren niet geloven.
En nu zit ik in Mallacoota, aan een zwembad, nadat ik deze namiddag op een fantastisch mooi strand heb gewandeld.
Je zou van minder euforisch worden
Of moet ik misschien stoppen met die pilletjes waarop Prozac staat?

vrijdag 15 februari 2008

Ongelooflijk maar waar.

14 februari 1999

Ik ben in Eden, een plaats aan de kust op de grens van New South Wales en Victoria. Het plaatsje lijkt zoals het klinkt. Een blauwgrijze zee, rots en zandstrand in een prachtige baai en een groen landschap. Vooral het groen valt me op. Geen dorre weides, maar sappige groene. Ik krijg zowaar zin in gras.
De walvisvaart was vroeger de bestaansreden van Eden en in het museum worden twee sterke verhalen verteld, allebei 100% waar.

Het eerste is dat van "Old Tom", een orka die hielp met de walvisvangst. Een groep orka's, onder leiding van Tom, dreef een walvis de baai binnen en hield hem/haar daar terwijl Tom naar de kust zwom om de walvisvaarders te verwittigen. Daarop vaarden ze in een petieterig bootje uit geleid door Tom. Soms was het tempo voor Tom veel te traag en trok hij het bootje vooruit aan een touw. Nadat de walvis geharpoeneerd was en met het bootje op stap ging tot hij van uitputting stierf, hielp Tom bij de stervensbegeleiding door aan het harpoentouw te hangen en zo weerstand te bieden op de walvis. Als beloning kregen Tom en zijn groep een aantal uren om de lippen en de tong (een lokale orkadelicatesse) van de walvis op te peuzelen. Toen Tom stierf, heeft niemand uit de groep zijn traditie voortgezet. De walvisindustrie is nadien zeer snel achteruitgegaan. Het karkas van Old Tom is te bewonderen in het museum.

Het tweede verhaal is dat van een walvisvaarder die vermist was nadat een geharpoeneerde walvis het bootje aan stukken sloeg. De walvis stierf niettemin van uitputting en werd 15 uur later versneden. Er bleek iets te bewegen in de maag van de walvis, de vermiste walvisvaarder. Hij was bijna blind, al zijn haar was uitgevallen en het heeft een aantal weken geduurd voor hij zijn ervaring kon vertellen.
Straf he? Had ik het niet gezien in het museum, dan had ik het geen moment geloofd.
Lees het zelf.