31 januari 1999
Halfweg tussen Mildura en de Grampians ontdekt Piet dat de achterklep van de Volvo het niet lang meer zal volhouden. De ene scharnier is gescheurd, de andere vertoont kleinere scheurtjes. Blijkbaar was aan 100 km per uur rijden over een onverharde hobbelige weg toch niet zo'n goed idee.
We besluiten om te stoppen in Horsham om scharnieren te bestellen. Het verbaast me dat men dit nog maakt na 20 jaar, maar ze zijn voorradig en leverbaar binnen de 36 uur. Morgen kunnen we doorrijden naar de Grampians om daarna terug te keren voor de herstelling.
Horsham heeft buiten het plaatselijke 50 meter zwembad niets te bieden. Nooit te oud om te leren, krijg ik er les van een moeder van 2 mini kampioenen. Ik weet eindelijk hoe ik de schoolslag correct moet zwemmen en ik blijk er nog snel in ook. Met de vlinderslag verdrink ik na 5 slagen en met de vrije slag drink ik het zwembad leeg. Ik blijf veilig op het terrein dat ik ken.
Ondertussen moet ik eerlijkheidshalve bekennen dat ik gevallen ben voor de (nep)ijsjes van McDonald's. Piet deelt deze passie, met rampzalige gevolgen voor mijn lijn die ondertussen curve genoemd kan worden. Ik zal meer moeten sporten om deze ijsjes te verdienen, wat met Piet niet motiverend is want hij houdt niet van al sportend afzien. Morgen een stevige wandeling in de Grampians en de ijsjes zijn er hopelijk af. (Terwijl ik dit, enkele weken later, herlees weet ik dat het gevecht hopeloos verloren is. Ik maak me wijs dat het een werkje zal zijn voor als ik terug in België ben).
donderdag 31 januari 2008
Pech onderweg
Gepost door
Béate Vervaecke
op
20:46
0
reacties
woensdag 30 januari 2008
Lake Mungo

30 januari 1999
Ik rij mee met Piet, Nederlander, neen eigenlijk een Fries, ook daar hebben ze er last van. Hij reist voor een jaar rond in Australië met een werkvisum op zak. Nog 2 maanden en hij mag naar huis, een vooruitzicht waar hij mee kan leven.
Met zijn 20 jaar oude Volvo testen we aan 100 km per uur de outbackwegen tussen Broken Hill en Mildura. We rijden kilometers in wat lijkt als niemandsland, maar wat in werkelijkheid gigantische droge graasweides blijken te zijn voor koeien en schapen. Langs de weg komen we geregeld dode kangeroes tegen, verliezer na een aanrijding met een wagen, meestal 's nachts. Emu's blijken na een dergelijke confrontatie even plat.
We passeren Lake Mungo National Park, een groot uitgedroogd meer met aan een zijde een hoge witte duinenrij. Archeologische vondsten dateren de Aborigine beschaving hier op minstens 30.000 voor Christus. Wij liepen toen nog op 4 poten denk ik. De gemiddelde Aussie heeft daardoor spijtig genoeg niet meer respect voor de
oorspronkelijke bewoner van zijn land. In hun ogen zijn ze lui, profiteren ze van de vele toelages en zijn het dronkaards. Ik moet mijn eerste Aborigine nog ontmoeten.
Op mijn eerste echte dag in de outback word ik verrast met hordes levende kangoeroes en emu's. Ik voel me op safari in Afrika. s' Avonds zijn we in Mildura, een stadje waar weeral eens niets te bezien en te beleven valt, tenzij je een confrontatie met een dronken Australiër (de geïmporteerde, niet de originele versie) in een pub wil. Volgens mijn reisbijbel echter is dit een stad met een aantal toeristische bezienswaardigheden. Ik neem me voor om alles mbt stadjes vanaf nu iets kritischer te lezen. Kwestie van meer tijd te kunnen besteden aan de dingen die echte de moeite waard zijn. Morgen rijden we verder zuidwaarts.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:38
0
reacties
dinsdag 29 januari 2008
Broken Hill
28 - 29 januari 1999
Ik ben 1100 km van Sydney, in wat de Australiërs de "outback" noemen. Eerst wilde ik naar nog meer Outback, naar Bourke. De Australische uitdrukking "Back of Bourke" betekent zoveel als "Bachten de Kupe", of "in een verafgelegen gebied" (na Australië is niets nog verafgelegen in België). Ik denk dat Broken Hill een mooi alternatief voor Bourke vormt. Om er te geraken zit je uren op de bus, op een eenzame weg door rood land. Het lijkt op het Australië zoals ik er het beeld van had.
Broken Hill heeft zijn bestaan te danken aan de aanwezigheid van zilver, lood en nikkel, dat gewonnen wordt door de Broken Hill Company. Met zijn 21.000 inwoners is het een redelijk grote stad, waar weinig te beleven valt, tenzij je houdt van een bezoekje aan de mijn, aan de historische (ahum) gebouwen, aan de "Royal Flying Doctors" en aan het hotel dat te zien was in de film "Priscillia, Queen of the Desert".
Ik kies alleen voor het hotel (2 biertjes en een gezellige babbel met de dame op leeftijd achter de bar) en de Flying Doctors, die mijn 100% respect krijgen voor wat ze doen. Knappe dokters waren er echter niet en de basis leek zelfs niet op deze van de tv-serie. Coopers Crossing blijkt ook al niet te bestaan. De opnames werden gemaakt in Minyip, een beter bereikbaar stadje enkele 100 kms zuid. Over de hitte, de droogte en de vliegen hebben ze in de serie echter niet gelogen.
Ik kan morgen mee met een Nederlander, Piet, wat ik in dank aanvaard. Op weg naar Mildura zullen we een groot deel afleggen op onverharde weg. Het geeft me de kans om dit Australië van nog dichterbij te voelen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:34
0
reacties
zondag 27 januari 2008
Sydney

18 - 27 januari
Sydney stond me zo hard aan dat ik er 10 dagen gebleven ben. In die 10 dagen heb ik vele kilometers te voet en met het openbaar vervoer afgelegd om de toeristische attracties te zien. De Opera, de "historische" gebouwen, de brug, de haven, de botanische tuinen, Manly en Bondi Beach, de locatie voor de Olympische Spelen van 2000 (Fredje, baan 9 van het olympisch zwembad heb ik persoonlijk uitgetest),...
Voor het overige ben ik praktisch bezig geweest met af en toe een lui intermezzo.
Ik heb berekend wat een eigen auto kopen me zou kosten t.o.v. het openbaar vervoer en het plan is afgevoerd. Ik probeer nu te wennen aan het idee. Het zal een groot verschil zijn met NZ, waar ik supermobiel was.
Ik heb mijn ongeveer reisroute uitgestippeld, versie 1.0, een werkje van een regenachtige dag. Australië is gigantisch en al het moois ligt overal. Om toch zo veel mogelijk te zien is een goede planning belangrijk, anders zal ik mijn laatste maand in sneltempo afleggen omdat nog dat en dat te zien is.
Ik heb een dagje immigrantje gespeeld om mijn visum te verlengen tot 6 maanden. Indonesië heb ik nl. uit mijn lijst van bestemmingen geschrapt. Het lijkt me er allesbehalve veilig.
In die tien dagen had ik het reuze naar mijn zin in de jeugdherberg waar ik verbleef. Het gebouw en de inwoners deden me denken aan een studentenkot op rust. Het merendeel van de logees had een tijdelijke job in Sydney, en wild fuiven zat er niet in, praten en tv-kijken wel. Ik deelde mijn studentenkamer met een rustige half Britse/half Australische. Ik heb voorlopig afscheid van haar genomen, omdat ze ongeveer dezelfde reisroute heeft als ik. De kans is groot dat ik haar nog ergens tegenkom.
En nu heb ik eindelijk de knoop doorgehakt voor mijn eerstvolgende bestemming in Australië. Ik ga naar Broken Hill, als het je bekend in de oren klinkt, dan heeft de tv-serie 'flying doctors" er alles mee te maken. Hopelijk zijn de dokters zo knap als in de tv-serie.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
14:03
0
reacties
woensdag 16 januari 2008
Afscheid
17 januari 1999
Mijn hart bloedt. Vandaag rij ik voor de laatste keer door het NZ landschap en breng ik de campervan terug. Vanavond slaap ik voor de laatste maal in NZ. Ik heb minder dan 24 te spenderen in dit land en het doet me ongelooflijke pijn.
Ik zal het missen, de mooie landschappen, de toffe trektochten, de vriendelijke Kiwi's, de gelijkgestemde toeristen. Geen vezel van mijn lijf gelooft dat Australië eenzelfde ervaring zal worden. Elke cel hoopt het.
Oh NZ, ik hoop dat ik vlug over onze scheiding heen ben.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:09
0
reacties
31 jaar in de Lost World

16 januari 1999
Ik ben jarig en dat verdient een cadeau. Geen diamanten ring of een andere vrouw's beste vriendin. Ik wil een cadeau met avontuur. Volgens de brochure ga ik een activiteit doen met een 8 op de schaal van Rambo. Ik ben in Waitomo, oord van een heleboel grotten. Eentje ervan is bereikbaar via een rivier nadat je 100 meter afgedaald bent, geharnast aan een touw. Rappel of abseilen heet het en het is op mijn lijf geschreven. Beneden aangekomen staan we in deze kloof de plantengroei te bewonderen. Hier, op deze diepte, groeien nog mossen en varens, wanhopig proberend elk straaltje gefilterd zonlicht te bemachtigen.. Het geeft het geheel een feeërieke sfeer.
Omdat ik voldoende publiciteit gevoerd heb rond mijn verjaardag, krijg ik beneden na het lunchpakket mijn verjaardagstaart. De groep, bestaande uit 7 toeristen en 2 gidsen, zingt "Happy Birthday". Het is grappig.
Na dit intermezzo vatten we het serieuzere werk aan. Onze wetsuits en witte gummilaarsjes (ze hadden ook roze) zullen ons de komende 3 uren beschermen tegen het koude rivierwater. We zoeken onze weg al zwemmend, al wurmend door nauwe holen, al klauterend, al springend in afgronden. We zien prachtige rotsformaties en gloeiwormen (mijn vrije vertaling voor glowworm "glimworm"), die in een sterrenformatie een blauwige kleur uitstralen. We staren er 10 minuten naar in het donker en in absolute stilte. Dit is opnieuw het "niet van deze planeet" gevoel. Pas in de late namiddag komen we terug boven de grond, uitgeput en onder de indruk van de ervaring.
De dag en mijn verjaardag worden afgesloten met een barbecue en iets te veel bier. Het is laat als ik afscheid neem van de teamleden voor een dag. Morgen ontwaak ik ongetwijfeld met een kater.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:59
0
reacties
Exclusieve escorte
15 januari 1999
Voor amper 180 BEF kan je in de zee rond Goat Island genieten van een exclusieve escorte. Het gebied is een zeereservaat waar de vissen, schelpen, wieren en algen baas zijn. En er zijn veel bazen. Omwille van de overvloed is het een toeristische attractie geworden. Je kan al snorkelend of in een boot met glazen bodem kennismaken met de onderwaterwereld.
Als surplus komen de vissen uit de hand eten. Bijgevolg is elk zwemmende mens, dus ik ook, een potentiële bron van voedsel. Ze volgen je waar je ook maar zwemt. Mijn exclusieve escorte bestond op een gegeven moment uit een 20-tal vissen, variërend tussen 10 en 50 cm. Ze hadden een grijze kleur en blauwe fluorescerende bollen op hun zij. Waar ik zwom, zwommen zij ook, en vis zijnde hadden ze zelfs na een kwartier niet door dat ik niets te eten had. Ik heb een keer mijn hand uitgestoken om ze zogezegd eten te geven. Een vis van ongeveer 40 cm kwam mijn hand kussen en ik ben geschrokken van de aanraking van zijn ruwe mond. Plots had ik een visioen van 100 vissen die op me afstormden en me aanraakten. Het was voldoende om me wild om me heen te laten slaan en alle vissen weg te jagen. Ik moet toch eens die paranoïde van me laten nakijken.
Na een uur heb ik afscheid genomen van mijn vissen. Het was me een waar genoegen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:58
0
reacties
dinsdag 15 januari 2008
Zeilen in de Bay of Islands
14 januari 1999
Bay of Islands is zowat het vakantie-oord voor de Kiwi. Mooie stranden en 144 eilandjes liggen in een prachtige baai te wachten op de toerist. Een van de manieren om de Bay of Islands te verkennen is met een zeiljacht. We zijn met 3 zweden, 1 half Brit, half Nederlander en 2 volbloed Britten aan boord. Het jacht meet 12 meter.
Van vorige zeiltripjes herinner ik me dat in en uit een haven varen en elk manoeuver op zee de basis waren voor opperste allertheid op het schip. Op "She's a Lady" is niets van dit alles te merken. Glen, de schipper, hoeft geen hulp van de crew. In feite gaat alles veel vlotter als niemand helpt, wat me opnieuw het luie echtgenoot gevoel bezorgt. Ik berust in de situatie nadat ik EEn keer op een slakkentempo het fokzeil heb aangetrokken bij het overstag gaan. Het was zeker niet het meest elegante manoeuver van de dag.
We gaan de eerste keer aan land op een eilandje waar Kapitein Cook gedurende 2 weken in een reusachtige grot geschuild heeft. Ik vind dit ongelooflijk. De moderne mens gaat op een avontuurlijke reis, maar eigenlijk weet hij van zijn bestemming zowat alles. Toen Cook hier rond 1770 was, had hij er geen flauw idee van hoe het land eruit zag, wie de mensen waren, welke gevaarlijke dieren er zaten. Hij had geen GPS, GSM, of andere moderne middelen. Mijn respect groeit me de dag.
De tweede stop is in een rustige baai, waar we knieboarden, dat is op de knieen op een plank achter een motorboot aan. Zalig en neen, ik ben er niet afgevallen. Wie weet word ik een echte waterrat.
In de ondertussen aanzwellende regen zeilen we terug, richting thuishaven. Kletsnat ben ik aangekomen en ik vrees dat ik daar de basis gelegd heb voor een ziekte. Hopelijk niet al te erg.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:46
0
reacties
maandag 14 januari 2008
Belgiese Woensdag

13 januari 1999
Dit zou België kunnen zijn. Ik zit hier op de parking van een motel, gelegen aan een drukke baan. Het weer is grijs, het miezert, en het ziet er naar uit dat het voor de rest van de dag is. Ik wacht hier op een toerbus die me met een school andere toeristen naar Cape Reinga brengt, het bijna meest noordelijke punt van NZ. De brochure belooft veel info over historisch NZ, prachtige landschappen, een lunch en veel plezier. Het verslag volgt vanavond, voor jullie staat het hier gewoon onder.
Het is gewoon de hele dag blijven miezeren. Cape Reinga, normaal gezien oord van mooie plaatjes, lag in mist omhuld. Van de omgeving was weinig te merken. Het 90 Miles Beach, in de terugkeer de autosnelweg voor de bus, deed me met dit weer denken aan de Vlaamse kust, alleen ontbraken de flatgebouwen. Hoogtepunt was toen we op de slee mochten afdalen van de lokale "Hoge Blekker". 3 maal ben ik naar boven gehold om te kunnen glijden. Het was pure fun, en ik vrees dat dit mijn herinnering zal worden van Cape Reinga.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:43
0
reacties
zondag 13 januari 2008
Close encounters of the second kind

12 januari 1999
Ik heb hem hier voor me, helemaal voor mij alleen. Zijn naam is Yakas, hij ligt op een halfuur wandelen en hij is maar de 8ste grootste Kauri boom in NZ. Geen toerist die dus in hem geïnteresseerd is. Hij heeft zelfs geen informatiebordje, zo "gewoontjes" is hij. Zijn stam is 4 meter in diameter en minstens 20 meter hoog. Hij is indrukwekkend.
Yakas leeft hier al minstens 1000 jaar. Hij heeft de aankomst van de Maori's in NZ meegemaakt en de rest van de geschiedenis van NZ. Echter, Yakas is nooit ergens anders geweest dan op deze plaats in het bos. In die tijd zijn er bomen rondom hem afgestorven, zijn er nieuwe gegroeid, heeft de mens zijn verwanten geveld, hebben er dieren rondom hem een kort leven gehad, ... En nu komen toeristen hem bewonderen. Eens zal Yakas de grootste levende Kauri zijn, en dan zal dit zo stille en rustgevende bos een gekwetter rijker zijn. Straks ga ik zien naar de grootste levende Kauri. Dag Yakas, je bent ongetwijfeld de mooiste.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
11:38
0
reacties