donderdag 5 juni 2008

Noosa


5 juni 1999

De kuststreek hier (Sunshine en Goldcoast) is ongetwijfeld de tegenvoeter van de Spaanse kust. Massa, massa, massa. Surfers' Paradise verderop in het zuiden is het Benidorm en Noosa het Marbella van Australië. Het is een chique vakantieoord waar knappe buitenverblijven grenzen aan een ponton met jacht. Er bestaat dus nog een andere manier van reizen dan backpacken.

De omgeving is knap: een groot meer dat via een nauwe rivier toegang biedt tot de zee, een kaap die je mooie uitzichten geeft over de laagvlaktes, bossen die geuren naar eucalyptus na een frisse regenbui. .De goedkoopste activiteit is wandelen en ik geef me er 100% aan over. Af en toe sta ik als een koe met mijn rug in de wind te wachten tot een regenbui overgaat, terwijl een andere eenzame wandelaar er zich niets van aantrekt. Ik zie voor de eerste maal de "Rainbow lorrikeet", een kleurrijke vogel, van dichtbij. Er zit een koppeltje op een kale boom met de grijze zee en hemel als achtergrond. De kleuren groen, geel, blauw, paars en rood flitsen alle kanten uit. Als ik ooit nog eens een huisdier zou houden...

's Avonds val ik als een blok in slaap, ondanks de uitnodiging van een aantal andere backpackers om naar Star Wars te gaan zien. De reacties de dag erna waren matig. De hype verliest zijn kracht. Een dezer zal ik er ook mijn steentje aan bijdragen.

woensdag 4 juni 2008

4WD'en op het strand


2 - 4 juni 1999

Haha, Fraser Island, het grootste zandeiland ter wereld. Oord van kristalbauwe meren, lange witte zandstranden en regenwoud. Nationaal Park. Wereld Erfgoed. Backpackers Speeltuin.

Fraser Island is één van de backpackers stopplaatsen op de Oostkust, niet omwille van de schoonheid van het eiland, maar omdat je er naar hartelust op het strand kan rijden en je 4WD handigheid kan uittesten (met de nodige ongevallen tot gevolg).

Omdat ik er weinig voor voel om 3 dagen door te brengen tussen een groep 20-ers met een maagdelijk ongekreukt rijbewijs, een overheersend "ik kan 4WD'en" gevoel en een overdosis drank, ga ik op een begeleide 4WD toer. We mogen de auto besturen maar de gids zorgt ervoor dat iedereen de grenzen van de 4X4 respecteert. Ik zwijg wijselijk dat mijn dieptezicht niet 100% is. Het blijkt niet verdacht stil als ik rij.

De Jeep wordt overheerst door Scandinavië: 2 Deense meiden en 2 Zweedse koppels. Goed voor mijn Zweeds en tv-jeugdherinneringen (Pipi Langkous en Emiel, het kwajongetje dat zich verborg in een schuur als hij iets had uitgehaald).

Er is ook een hilarisch Brits koppel aan boord. We lachen wat af, soms met de domste dingen eerst.

Uiteraard zijn ook de regen en de kou aanwezig, ik zou schrikken indien het zonnig zou zijn. Het regenseizoen is niet wat het geweest is. Sommige Australiërs spreken van een 25-jarige cyclus, waarbij nu de natte periode aanbreekt. Ik hoop dat ze ongelijk hebben zolang ik nog op de Oostkust vertoef.

Tussen al het zand door zou ik vergeten dat het eerste deel van Star Wars hier in premiere is gegaan, met de nodige hype tot gevolg. Zelfs onder backpackers is het "bon ton" om de film te zien voor de terugkeer naar Europa. Het wordt tijd om naar de film te gaan, dan kan ik het lekker verklappen.

En oh, is iemand geïnteresseerd in de laatste uren van George Clooney in ER? Of het wel en wee van Marge en Harold in Neighbours? Eén adres...

zondag 1 juni 2008

Mijn diepste ik

1 juni 1999

Er valt vandaag, net zoals gisteren, weinig toeristisch te beleven. Ik doe inkopen, beantwoord mijn e-mails, voer gesprekjes met andere reizigers en update mijn reisverhalen. Voor die dagen waarop niets te doen is, heb ik een aantal algemene stukjes in mijn hoofd. Ik kan iets schrijven over de hostels waarin ik verblijf, over de Aborigines of over mijzelf, hoe ik dit reizen ervaar. Vandaag kies ik voor het moeilijkste, mijzelf. Wat is de balans na 7 maanden reizen? Tataaaaaa...

Positief, kort samengevat.

Ik geniet nog altijd van mijn vrijheid, ook al wordt die in banen geleid door mijn toeristengeweten en door financiële beperkingen. Mijn geweten zorgt ervoor dat ik rond blijf reizen en de toeristische attracties bezie, zelfs als mijn luiheid op sommige dagen dreigt de overhand te nemen. Mijn financiële beperkingen, wel, je kan niet alles zien en doen. Ik ben ondertussen een echte budgetshopper geworden.

Dit betekent niet dat ik de krekel ben uit het verhaaltje van de krekel en de mier. Ik ben niet blind voor mijn toekomst en voor mijn terugkeer in "the real life", zoals vele backpackers het omschrijven. Ik kwel mezelf soms, ook 's nachts in mijn dromen, over hoe het zal zijn. En ik voel me soms schuldig dat ik een jaar onbezonnen en onverantwoordelijk leef, vooral als ik berichtjes krijg van vrienden die ander werk hebben, gepromoveerd zijn, een eigen zaak hebben opgericht,... Mijn tijdverdrijf is weinig toekomstgericht in vergelijking met dit alles.

Alhoewel. Het reizen heeft hopelijk een positieve invloed op mij. Mijn geest is ruimer geworden door de vele contacten met andere reizigers. Ook nu nog sta ik versteld van het aantal mensen dat ik ontmoet die er een jaar van onder muizen. Ik ben niet alleen met mijn twijfels.

Ik probeer met minder vooroordelen te leven. De nationaliteit, hun taal, hun achtergrond, hun studies, hun uiterlijk of klederdracht. Ik probeer het te negeren.
Het materiele is minder belangrijk geworden. Ik leef uit mijn rugzak, slaap in soms wankele bedden, ontspan in uitgerafelde sofa's en kook in elementaire keukens waar nogal wat anderen ook proberen te koken. Het doet me niets.

Mijn moeder vraagt me telkens ik bel of ik al vrienden gevonden heb. Ik kom elke dag mensen tegen, maar de contacten zijn zo kort dat vriendschappen niet echt een kans hebben. Ik voel me echter uiterst zelden eenzaam. En doet het zich voor, dan is er een toer in het vooruitzicht of dan praat ik met iedereen die ik ontmoet.

Ik ben echter niet op zoek naar vrienden om samen te reizen. Ik koester de luxe om alleen te reizen, vooral als het in een land als Australië is. Ik spreek de taal en struikel overal over andere reizigers waarmee ik kan communiceren. Misschien denk ik er na mijn verblijf in Japan anders over.

Wil ik nu al terug naar huis? Alleen als ik na 3 weken terug verder mag reizen. Ik ben uiteraard nieuwsgierig naar iedereen ginderachter, maar het wint het voorlopig niet op mijn nieuwsgierigheid voor andere landen.

Kortom, ik heb er geen spijt van.

Karl, ik draag dit tekstje aan jou op. Na zeven maanden nog altijd niet terug thuis.

zaterdag 31 mei 2008

Inleiding tot de verschillen tussen Australiërs en ons

31 mei 1999

Ik ben hier ondertussen al 4 maand en een half, voldoende om mijn eerste impressies over de verschillen tussen Australiërs en ons te geven.

De "No Worries" werkethiek. De Australische werknemer streeft "no worries" na. Niet voor de klant, maar voor zichzelf. De werknemer is daartoe uitgerust met een onzichtbaar schild dat klachten terugkaatst. Zo blijven de worries bij de klant, die zich op den duur schuldig voelt over het feit dat hij klaagt. Voordeel van deze ethiek is dat je gemakkelijk korting krijgt of gratis ergens binnen kan omdat geen kat geïnteresseerd is of je er wel recht op hebt. Denk a.u.b niet dat ik alleen ben in deze indruk. Het wordt door verschillende andere Europeanen gedeeld.

De "No Worries" levensstijl. Dit uit zich in minder werken en tijdens het werken minder stress (zie ook hiervoor), meer buitenshuis leven, veelvuldig verhuizen omdat het ergens anders misschien beter is, uitbundig drinken, levenslustig gokken, bezit van auto's die wij jaren geleden al op het autokerkhof zouden achtergelaten hebben (20 jaar oude auto's zijn hier zeer normaal). Een Ozi leeft nu en niet morgen. Dit is ook de reden waarom de gemiddelde Australiër nog geen kaas gegeten heeft van recycleren of in de vuilnis deponeren. Ze doen hun best.

Kranten en nieuws op tv: eigen pulp eerst. Australiërs volgen het wereldnieuws zeker niet op de voet. Ze zijn meer geïnteresseerd in de bloederige details van een moord of in de scheve schaats van VIP's.

Alles op de barbie. Meer dan bij enig ander volk wordt voedsel geroosterd. Met dit doel kan je overal publieke barbecues op gas vinden, tot op plaatsen waarvan je denkt dat geen kat geïnteresseerd is in eten in deze omgeving.

Overal publieke toiletten. In Australië zal je zelden met een gespannen blaas zitten. Er zijn overal publieke toiletten, zonder de voor ons obligate WC-madammen.

"He just smiled and gave me a Vegemite sandwich". Herken je dit zinnetje? Het komt uit het liedje van "Men at Work", the Land Down Under. Vegemite is voor de Australiërs wat Nutella is voor ons. Beiden nationaliteiten eten het bij het ontbijt en vinden dat het andere ongelooflijk slecht smaakt. Vegemite is een gezonde boterhammenpasta op basis van gist, vol van vitamine B. Volgens mij smaakt het naar bier dat een nachtje zijn ding heeft staan doen, verschaald. Ik heb weinig mensen ontmoet die Vegemite lusten zonder dat ze er mee opgegroeid zijn.

Kleren wassen. Mijn wasmachine had een wascyclus op 60 graden die een uur en een kwart duurde. Hier duurt een wascyclus amper 30 minuten en het water is lauwwarm. Het begrip "wit" wordt opnieuw gedefinieerd.

Kousen. ja, ze bestaan nog, die mannen met een short en lange witte kousen. Zij die het als een vrijwillige klederdracht beschouwen, sterven uit. Maar zij die het dragen als uniform, zijn talrijk. Busconducteurs, taxichauffeurs, gidsen, ... Ik kijk er nog steeds van op.

Er zijn nog duizenden verschillen te vinden, in kleine en grote dingen. Wordt ongetwijfeld nog vervolgd.

vrijdag 30 mei 2008

Pyromaantjes pakken


29 tot 30 mei 1999

Ik ben op Great Keppel Island, net voor de kust van Rockhampton. Langs alle kanten zijn er stranden, afgesloten door soms scherpe kliffen. Het eiland is begroeid met Eucalyptus en Banksia, twee typisch Australische boomsoorten.

Snorkelen is een manier om de tijd door te brengen, maar ik ben er eerlijk gezegd teleurgesteld in. Het rif is zwaar beschadigd en slechts langzaam aan groeien er terug koraaltjes. De vissen zijn verre van spectaculair.

Wandelen houdt je ook bezig, vooral als het voortdurend klimmen en dalen is.

Pyromaantjes pakken is ook een manier om de tijd te verdrijven, ook al kies je daar niet bewust voor. Toch heb ik er hoogstwaarschijnlijk één geklist.

Ik was net het pad ingedraaid om een trektocht te starten. Er kwam een persoon me tegemoet, maar op het moment dat hij me opmerkt, keert hij zich om om in dezelfde richting als mij verder te wandelen. Voor mijn paranoia geest is dit voldoende om de persoon verdacht te maken. Ik haal hem in, waarbij hij precies een beetje draalt zodat ik hem op een bepaalde plaats kan inhalen. Ik knik en herken hem van in de jeugdherberg.

Ik ben hem misschien 20 m voor als ik geknetter hoor en rook ruik. Ik draai me om, vraag of hij dat ook hoort en ziet, waarop hij onverschillig antwoordt. Ik zoek de oorzaak. Ongeveer 5m van het pad weg is een minibosbrandje van misschien een halve meter diameter. Mijn watervoorraad is voldoende om het te blussen (de heldin...).

Terwijl ik hulp haal, vraag ik dat hij ter plaatse blijft, in het geval dat... Hij blijft in mijn ogen superverdacht. De brandweer vertelt me dat dit de derde brand is in twee dagen tijd, mijn vermoeden wordt groter en ik vertel het hen. Ze hadden de persoon al verschillende malen in de omgeving opgemerkt. Ze beloven het te onderzoeken.

Ik heb er verder niets meer over gehoord en het dorp stond er nog toen ik 's avonds terugkeerde. Ik vraag me nog steeds af of die persoon de werkelijke dader was en of ik een heldendaad heb verricht. Ik zal het spijtig genoeg nooit weten.

woensdag 28 mei 2008

Afstanden

28/05 Afstanden...

Vandaag weer 400 km overbrugd, de afstand tussen Mackay en Rockhampton.

Ongelooflijk veel naar Europese normen, een peulenschil voor Australië. 400 km rij je toch gewoon om in de dichtstbijzijnde grote stad te geraken, naar de kapper te gaan, school te volgen, de tandarts te bezoeken,...

Voor zij met enige kennis van de wereldkaart, Australië is een gigant. Van Noord naar Zuid, door het midden heen, ongeveer 2.600 km in vogelvlucht. Van Oost naar West ongeveer 3.600. Moskou ligt op 2.300 km van Brussel. Daar denk je even over na.
En ondanks de afstanden zijn er fietsende toeristen, meestal Nederlanders, ook hier een populaire soort. Op hun fiets zwoegen ze door de hitte, vechten ze met de wind en de hellingen, en trotseren ze de voorbijrazende auto's en vrachtwagens. Ik heb een immense bewondering voor hen.

Als ik een Australiër vertel over België, start ik meestal als volgt: België is in oppervlakte de helft van Tasmanië (de ukkenputstaat in hun ogen), maar in plaats van met een half miljoen inwoners leven we er met 10 miljoen op. Zelfs ik begin me af te vragen hoe we het voor elkaar krijgen om nog stukjes bos en platteland te hebben.

Hier kan je rijden, rijden en rijden om af en toe een benzinestation of een klein dorpje tegen te komen, waar het enige winkeltje tegelijkertijd supermarkt, postkantoor, restaurant en roddeloord is. Tussen de tekenen van beschaving ben je in een schijnbaar niemandsland, gedomineerd door koeien, schapen en kangoeroes.

De boerderijen (cattlestations) zijn op Australische leest geschoeid. Er is hier ergens een boerderij die de oppervlakte heeft van België, dat -ik heb het gisteren berekend- 260 maal kleiner is dan Australië. Denk niet dat de boerderijen overlopen van de sappige groene weides. De meeste zijn gelegen in dorre landschappen met weinig uitnodigend voedsel erop.

Ik heb uren in deze landschappen doorgebracht. Ze staan het dichtst bij het beeld dat ik van Australië had en nog steeds heb. Het eindeloze land.

dinsdag 27 mei 2008

Oh boeiend Mackay dat niet in mijn reisbestemming hoort

25 - 27 mei 1999

Misschien komt het door de stress die ik afgelopen zaterdag gevoeld heb toen ik de zeilboot en de groep niet direct vond.
Misschien is het begonnen nadat ik mijn hoofd gestoten heb aan boord van "The Flying Dutchman".
Misschien is de felle zon de reden.
Misschien ligt de reden bij mijn gepieker van de afgelopen dagen om mijn reisroute tot in Darwin zo efficiënt mogelijk vast te leggen.
Misschien eet ik teveel ijsjes.
Mischien is het overzicht van mijn bankrekening de oorzaak.
Misschien heb ik gewoon pech.

Wat het ook mag zijn, op maandagavond had ik nog altijd last met mijn rechteroog - het centrum van mijn gezichtsveld is troebel - en heb ik een medische tussenstop ingelast in Mackay. Kassa, kassa.

Na een aantal consultaties, een bloedtest en het fotograferen van mijn netvlies (totale kostprijs ondertussen 10.000 BEF) is de diagnose gesteld en de behandeling gestart, zijnde afwachten maar. In de meeste gevallen herstelt het zicht zich binnen een aantal maanden tot een behoorlijk -autorijden mogelijk- niveau. Oorzaak van dit alles? Nummer 7, pech.

In afwachting van dit alles probeer ik te lezen, wat redelijk meevalt en wandel ik door Mackay, wat tegenvalt. Met slechts één oog verlies ik mijn dieptezicht en struikel ik over alle hindernissen op mijn weg. Dit verhindert niet dat mijn goed oog de vele Art Deco gebouwen ziet. Ik denk dat Mackay zelf niet goed beseft wat voor schatjes er in het centrum verborgen zijn.

Ik spendeer een aantal uren met Paula, mentaal gehandicapt, en haar begeleidster Marianne. Zij bereidt Paula voor op zelfstandig wonen en gaat met haar sporten, winkelen, uit eten, ... Ik bewonder Mariannes en Paula's moed, want ik vrees dat ze nog een lange weg heeft af te leggen. Eén slecht functionerend oog is klein bier in vergelijking met haar hindernissen. En zo blijkt alles in het leven relatief.

zaterdag 24 mei 2008

Great Barrier Reef Revisited


22 - 24 mei 1999

Omdat mijn eerste kennismaking met het Great Barrier Reef in niet zo'n zonnige omstandigheden is verlopen, combineer ik de volgende drie dagen de zeiltrip in de Whitsundays, een kudde heuvelachtige regendwoudeilandjes met witte zandstranden, met duiken in het Great Barrier Reef.

Mijn geluk is opnieuw beperkt. Regen, wind, golven en beperkte zichtbaarheid onder water. Niettemin is de onderwaterwereld wreed schoon.

Om het geheel erger te maken schort er iets aan mijn rechteroog, dat met een nachtje slapen niet verbetert, en heb ik op de tweede dag problemen met mijn oren - duiken uitgesloten.

Pas de laatste dag zien we de zon voltijds, als we volop richting Airlie Beach varen. Soezen op het dek kan eindelijk zonder winterkledij.

De groep aan boord is divers: Nederlanders (de boot heet "The Flying Dutchman"), een Zuid-Afrikaan (we verstaan elkaar!), een Amerikaan en Australiërs (o.a. één met paars haar).

De Zuid-Afrikaan doet me watertanden met zijn reisproject voor half 2000. Hij en zijn vriendin gaan dan, in ongeveer 9 maanden tijd, van Londen naar Johannesburg met de Jeep. Daarbij willen ze zoveel mogelijk landen doorcruisen. Het is iets wat ik ook wel zie zitten. Gelukkig heb ik geen adres van het koppel. Het zou wel eens te verleidelijk kunnen zijn als de terugkeer in de werkende wereld tegenvalt. Jaja, reizen is een ziekte waar je moeilijk van geneest.

woensdag 21 mei 2008

Weekendgevoel

21 mei 1999

Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb vandaag een weekendgevoel, dat gevoel dat het einde van een werkweek en het begin van een zonnig lenteweekend beschrijft. Het is voor mij een totaal raadsel waarom het uitgerekend vandaag, een vrijdag, zich presenteert.

Misschien is het een laattijdige reactie op het enthousiasme van Danette, die gisteren -na een maand hard werken in Townsville- op weg was naar huis en haar dochtertje. Ondanks haar haast was ze zo vriendelijk om me een lift aan te bieden. Haar uitgelatenheid heeft ongetwijfeld sporen op me achtergelaten.

Misschien komt het door Airlie Beach, vakantie-oord aan zee. De enige reden van bestaan is de toerist.

Misschien komt het door de hostel waar ik verblijf. De hostel is een verzameling van appartementen rond een zwembad, waarbij er een aantal kamers per appartement zijn. Elke kamer heeft een luxueuze badkamer met spa. Elk appartement heeft een keuken, een leefruimte en een balkon met zicht op zee.
Wat de reden ook mag zijn, en ondanks het feit dat ik al meer dan een half jaar op weekend ben, het gevoel is zalig.

dinsdag 20 mei 2008

We're only polite if you book a tour

20 mei 1999

Dit is de slogan van de Eastcoast, de toeristenbestemming van Australië. Geld brengt de glimlach op hun lippen en maakt van de geldleverancier een object dat met respect behandeld moet worden, kwestie dat het geld blijft rollen. Dat maakt je nog geen mens, laat staan een Australiër. Daar is heel wat meer voor nodig.

Gisteren vertelde een Duits koppel me hun relaas van de "Friendly Backpackers" in Hervey Bay. Omdat ze niet van plan waren om een toer te boeken via de hostel, had de Friendly Backpackers geen plaats voor ze. De eigenares was er zelfs trots op om hen mee te delen dat ze daarvoor personen buitengooit. Geen Friendly Backpackers voor mij, dat is zeker.

Vandaag heb ik de hete adem van de slogan in mijn nek gevoeld. Toen ik incheckte in de hostel in Airlie Beach waren ze ongelooflijk teleurgesteld dat ik mijn zeiltrip al geboekt had. Ze hebben me niet buitengezet, maar hun bereidwilligheid om iets mee te delen of om me te helpen ging zienderogen achteruit.

Toen ik mijn zeiltrip ging betalen en klaagde dat ik een betere deal met de hostel had kunnen afspreken i.p.v. op hun rechtstreekse nummer te boeken, waren de ogen vol onbegrip. Toen ik twee uren gratis Internet eiste i.p.v. één, hebben ze toegegeven, maar met een gezicht tot op de grond. Ik kreeg mijn inschrijvingsbewijs bijna in mijn gezicht gegooid (en voor zij die me kennen en denken, "jaja, wat heb je gezegd en gedaan?", geloof me, het was een beleefde en onschuldige vraag). Na mijn zeiltrip loop ik gillend weg uit deze stad.

Om terecht te komen in een oord dat even erg is.
Leve de Oostkust.