31 juli 1999
Nara, dichtbij Kyoto, heeft een geschiedenis die teruggaat tot de 7de eeuw, met gebouwen die nog rechtstaan. Dit kan ik toch niet missen. Ik spendeer bijgevolg het grootste deel van de middag in Horyu-ji, boeddhistische tempel waarvan het oudste deel dateert uit de 7de eeuw. Slik. Dit is oud. Het is het oudste houten gebouw ter wereld.
In mijn ogen verschilt het ontwerp weinig van wat ik tot nu toe gezien heb. Kenners zien hoe een eigen Japanse stijl, los van de Chinese basis, zich ontwikkelt. Ik zie een staaltje van vakmanschap om iets te bouwen dat al 1300 jaar rechtstaat. Binnenin en in het bijhorend museum vind je bovendien bronzen beelden, kleibeelden, textiel, geschriften,... die ook teruggaan tot op de beginperiode. Ik word er zowaar stil van.
In de namiddag bezwijk ik, na tien dagen rijst, noodels en sushi (wat ik trouwens verdacht lekker vind, er zit een zoet smaakje in), voor McDonalds. 20ste eeuw en volgens kenners enkel voorbijgestoken door Quick en Burgerking. Vanaf morgen eet ik weer rijst.
In de late namiddag vlucht ik een megawinkel in, omdat er airconditioning is. Het is buiten ongelooflijk warm, een stuk in de dertig, en bovendien vochtig. Ik had nooit gedacht dat Japan zo warm kon zijn.
's Avonds zit ik voor het eerst in een jeugdherberg waarbij je je schoenen niet moet uitdoen. Ik loop de eerste twee minuten te zoeken naar het schoenenrekje en voel me een beetje verloren. Je mag je schoenen aanhouden tot op de kamer.
In de badkamer staat wel een rij slippers te wachten voor gebruik in het toilet (van de Japanse soort: een in de grond ingebouwde bedpan), net zoals in andere hostels.
Voor het overige hebben ze net zoals de andere hostels een sluitingsuur, een tijdstip om te baden (vrouwen bij elkaar, mannen bij elkaar), een tijdstip om te douchen (idem), een tijdstip om te eten,... Ik hoop dat ik morgen om 7 uur niet gewekt word door een zacht muziekje en een Japanse groet die uit de luidspreker sijpelen (al twee maal mogen ondergaan). Ook op vakantie hebben ze blijkbaar richtlijnen nodig.
donderdag 31 juli 2008
Tempel, deel "ik ben de tel kwijt"
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:54
0
reacties
woensdag 30 juli 2008
Tuinen en .....toiletten

30 juli 1999
Ik heb vandaag de beroemdste Zen tuin (Ryoanji) gezien, deze met de 15 stenen verdeeld over 5 groepjes omringd door minutieus gerakeld kiezel. Waar je ook staat, er is altijd een steen die je niet ziet.
Wel...
Ik zou dit niet in mijn tuin willen hebben. Ik denk dat dit een uit de hand gelopen grap is van een hooggeplaatste Zengoeroe die zei dat het fantastisch was en het conformistische Japan - en daarna de niet-Japanse Zengroepies - zijn er met open ogen in gelopen.
Stel je voor: een oppervlakte van 20 op 10 meter, met 15, maximaal een halve meter hoge, stenen in. De stenen zijn van een ongelooflijk saai grijs, omringd door een nog saaier grijs kiezel. Ze zijn bovendien niet lekker afgerond, maar grillig en ruw in hun vorm.
De schoonheid ervan gaat aan mij voorbij, ook al ben ik een stenen- en rotsfan. De rest van het publiek zit in volle meditatie -het kan ook halfslapend geweest zijn- naar dit summum van Zenboedisme te staren. Het is niet aan een Japanner besteed om tegendraads te zijn.
In elke Zentuin zit een raadsel verborgen. Ik weet wat het is voor deze: "Waarom vindt iedereen dit zo mooi?"
Daarnaast heb ik wel een mooie tuin gezien, die toebehoorde aan de Myokenji, een met goud bekleedde tempel. Na een brand in 1950 is vandaag enkel een replica te bezien, zo zijn er wel meer in Kyoto. Het ontwerp van de tuin dateert van een aantal eeuwen terug en is vandaag nog schitterend. Een meertje met eilandjes met daarop van die denachtige lage bomen. Prachtig.
Tempel- en tuinverzadigd ben ik dan een totaal onbekende tempel binnen gegaan, waar net een zangrepititie van jongeren aan de gang was. Adembenemend mooi.
Als ik nadien naar een toilet hol, is het contrast met alle vorige toiletten (verwarmde bril, automatisch spoelen, ingebouwde bidet, geluidje om de geluidjes te maskeren, muziekje als je toiletpapier afrolt, ..) enorm. Een stinkend hok, zonder high-tech. Heb ik het echte Japan ontdekt?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:49
0
reacties
dinsdag 29 juli 2008
Ryokan, deel 2
29 juli 1999
Nou, nou, deze nacht slaap ik ook in een ryokanachtige kamer, maar ik deel deze 20 vierkante meter wel met 9 anderen. Maar toegegeven, dit is meer Japans dan gisteren en bovendien spotgoedkoop.
In afwachting daarvan doe ik een paar attracties, voor mijn geheugen som ik ze hierna op. Ik heb bezocht: Nijo-Jo (een kasteel) en Nishi-Hongan-ji (Boedistische tempel), 11de verdieping van het station met een zicht over gans Kyoto.
Ik heb omcirkeld (ik wilde geen toegang betalen): To-ji (tempel). Ik was te laat voor de gratis rondleiding in het Imperial Palace. Bij dit alles (uitgezonderd het station uiteraard) wordt duidelijk hoe verbonden China en Japan ooit met elkaar geweest zijn, iets wat ik niet wist. Het Japanse schrift komt uit China, het boeddhisme, de noodles hoogstwaarschijnlijk ook en veel kennis ivm bouwen en andere technologie werd eveneens uit China gehaald.
Voor het overige van de dag maak ik kennis met de mindere buurten van Kyoto. De huizen zijn rommelig en hangen met haken en ogen aaneen. Langs de rivier zitten een aantal daklozen, al hun bezittingen huiselijk tentoongesteld. In elk ander land had ik hier onmiddellijk rechtsomkeer gemaakt, maar Japan is zelfs vandaag nog superveilig.
Ik kom zonder kleerscheuren in mijn sardienenryokan aan, waar we ons organiseren voor de nacht.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
08:47
0
reacties
maandag 28 juli 2008
Tempels, tempels, tempels, ...
28 juli 1999
Kyoto, historische stad, gevuld met tempels, schrijnen, smalle straatjes, houten huisjes,..
Al na mijn tweede tempel (of was het een schrijn?) weet ik dat tempeltjes kijken niet echt mijn favoriete bezigheid is, ze lijken allemaal te veel op elkaar. Liever slenter ik door de smalle straatjes met die typische houten huizen, gluur ik binnen door openstaande schuifdeuren om een blik in het hedendaags Japan te kunnen werpen, of zit ik in een park om de Japanse toerist (en ook de Westerse, na een uur heb ik er hier al meer gezien dan in de volledige afgelopen week) te bestuderen.
Ter info voor de Japankenner, ik heb Kiomezu-dera, Heijan-jingu, Yasaka-jinja en Ginkaku-ji bezocht. De weg er naar toe was echter veel leuker. Smalle straatjes waar nauwelijks plaats is voor een voetganger en een meestal inheemse goed onderhouden auto. De straatjes zijn ook gevuld met kleine rommelige winkeltjes waarbij het me soms onduidelijk is wat en vooral wanneer ze verkopen. Naast die winkeltjes vind je onvermijdelijk een verkoopsautomaat, Japan op zijn onpersoonlijkst.
In de echte winkelstraten vind je dan weer winkels zoals bij ons, bij voorkeur met een Franse naam, dat staat hier blijkbaar zeer chique. Ook chique zijn de Belgische Wafels van "Manneken", een Brusselse tearoom die hier wafelstandjes franchiset. Kassa, kassa.
In de late namiddag snuif ik de sfeer op in Gion, Ponchoto en Shinbashi, de uitgaansbuurten. De restaurants, bars, Geishahuizen, maken zich op voor weer een nachtje plezier. Ik heb ook twee Geisha's gezien, in het gezelschap van 3 heren. Onnatuurlijk witte gezichten, volledig traditioneel gekleed en ongelooflijk fascinerend.
Ik heb me deze avond getrakteerd op een nachtje in een goedkope Ryokan, dat typisch Japans verblijf. In de hele dure word je omringd door een leger van kruiperig personeel dat je cederhouten bad vult, je matje spreidt op de Tatami, een mooi ogend en lekker smakend diner brengt en ervoor zorgt dat alle andere wensen zoniet onmiddellijk dan toch zo vlug mogelijk vervuld worden.
Geen persoonlijke badkamer voor mij, ik mag zelf mijn matje spreiden in een steriel ogende Japans ingerichte kamer en eten doe ik uit een plastic bakje. Maar ik heb ik een ryokan geslapen, daarvoor doen we het toch?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
17:45
0
reacties
zondag 27 juli 2008
Beppu

27 juli 2008
Wonder oh wonder, de 90% kans op regen volgens het weerbericht zat er 90% naast. Geen regen en zelfs opklaringen na de middag. Niettemin reikt mijn ambitie vandaag niet verder dan een heet zandbad en weken in één van de warmwaterbronnen. Indien Beppu in Ijsland gelegen had, zou dit nog zo aangenaam geweest zijn. Nu is het buiten broeiend warm en omringd door warm zand, snak ik naar ijsblokjes. Hetzelfde gevoel heb ik in het warmwaterbad.
De rest van de dag slenter ik door Beppu, waar je op sommige plaatsen de warmte uit de grond voelt opstijgen. Ik vind een 30-tal jetons van een goktent (Pachinko) wat me een goed excuus geeft om deze Japanse tempel te verkennen.
Ik had ze al gezien in Nagasaki, volgestouwd over de middag met Japanners die balletjes door een verticale flipperkast jagen met het doel meer balletjes te winnen. Ondertussen is er het geluid van de balletjes, van de piepende machines, van de loeiende muziek ondersteund door een lichtshow die epileptische aanvallen uitlokt. Ik probeer 2 jetons in een pokermachine, wat me uiteraard niets opbrengt.
Wijselijk besluit ik de rest van de jetons in te ruilen, het vergt 3 Japanners voor ik me verstaanbaar kan maken. Het inruilproces is bovendien niet zo simpel wegens wettelijke beperkingen, maar uiteindelijk brengen ze me 150 BEF op.
Nu ik het toch over geld heb, Japan is bijlange niet het superdure land waarvoor het aanzien wordt. Toegegeven, accommodatie, transport, bier, sommige fruitsoorten, vlees, koffie en thee in een tearoom en restaurants die de middelmaat overstijgen hebben prijzen die de pan uitswingen, maar als je die mijdt, is het best oke. Ik slaap in jeugdherbergen (duur), koop mijn voeding in supermarkten of eet in een van de vele goedkope tentjes, reis met de goedkoopste reispas, leg alles te voet af in de stad en ben heel selectief in de bezienswaardigheden. Tot nu toe ben ik dus gespaard van budgetoverschrijdingen. Hout vasthouden!!!!!!!!
's Avonds neem ik de ferry naar Osaka, waarbij ik in een slaapzaal met 20 personen terechtkom. Slaapzaal moet wel op zijn Japans verstaan worden: De bedden zijn een groot podium waarop een matje gespreid wordt. Wonder boven wonder slaap ik goed. De training van de afgelopen maanden begint vruchten af te werpen.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:26
0
reacties
zaterdag 26 juli 2008
Regen, regen, regen,...
26 juli 1999
Ik weet niet wat een typhoon is, maar het klinkt winderig en regenachtig. En het is het ook. Na het officieel aangekondigde einde van het regenseizoen heeft er één het lef om Japan op zijn reisroute te nemen. Regen, regen, regen, ... Ik had vandaag niet veel anders voorzien dan te reizen naar Beppu met mijn supertrage trein, ik ben in totaal 6 uren onderweg met ongelooflijke wachttijden in stations. Ik vind het niet erg, want er is niets anders te doen.
Ik had twee nachten voorzien in Beppu, maar dit wordt beperkt tot één. Het heeft weinig zin om met deze laaghangende bewolking bergen te gaan beklimmen om warmwaterbronnen en kokende modderpoelen te zien. Eerst overweeg ik om Hiroshima in te lassen, met de ferry te bereiken, om van daaruit een topattractie van Japan te bewonderen: Miyajima, een wondermooie tempel. De ferrydienst tussen Beppu en Hiroshima werd echter twee maanden geleden afgeschaft.
Daarna is het heel verleidelijk om de ferry te nemen naar Matsuyama, het meest bekende warmwateroord op het eiland Shikoku. Het regent daar echter ook. Ik besluit om rechtstreeks naar Kyoto te gaan, buiten het bereik van de typhoon maar met temperaturen ergens in de 30.
's Avonds heb ik voor het eerst een dure pint gedronken. 170 Bef voor nog geen halve liter. Het bier was oke en dat was ook de mening van de Japanner naast mij. Communicatie verliep moeilijk, maar ik heb hem "FC Brugge" (hij is een echte voetbalfan) leren zeggen op zijn Westvlaams. Hij heeft mij leren klinken op zijn Japans. Kampai!!!!!!!!!
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:21
0
reacties
vrijdag 25 juli 2008
Nijntje

25 juli 1999
Zij keek me van uit haar box met triestige ogen aan. "bevrijd me, bevrijd me", kon ik er in lezen. 1000 Yen later is het me gelukt. Ik heb een pluchen konijn uit zo'n grijpmachine. Niet zomaar een konijn, maar Miffy, ooit razend populair in Japan (ondertussen van de troon gestoten door een kitten "Kitty") en bij ons beter bekend onder de naam "Nijntje", tekenstijl a la Musti.
Nijntje is trouwens van Nederlandse of Belgische oorsprong. 2 uur later heb ik er al spijt van (ik hoop dat Miffy dit niet leest, anders wordt zij kwaad). Ik heb echt geen plaats in mijn rugzak voor een pluchen konijn. Niets aan te doen.
Ik zit ondertussen in Aso, de grootste caldera ter wereld. Voor zij die aardrijkskundelessen half slapend hebben doorgebracht: een caldera is een ingeklapte vulkaan, waar alleen nog de wanden van rechtstaan.
Voor zij die ooit in Tanzania zijn geweest: het is Ngorrogorro, maar groter, met koeien ipv zebra's en 70.000 Japanners ipv Masai. In de caldera zijn er nog slapende vulkanen en één actieve, zij het op zijn Filips. Je kan naar de rand van de krater klimmen om dan een blik te werpen op een helderblauw zeer heet meer. Aan één kant van het meer ontsnappen zwavelwolken. Meer activiteit is er niet te zien.
Vanop de vulkaan heb je ook een zicht op de caldera met zijn huizen en rijstvelden. Waar je ook kijkt, er zijn tekenen van beschaving. Niet te verwonderen ook: Japan is 12 maal groter dan België en er leven 12 maal meer mensen op. Echter, door de vele bergen zijn grote oppervlaktes onbewoonbaar. Elk vlak stuk is dus of bewoond of er staat een rijstveld op.
Wat een verschil met de nationale parken in Australië. Niettemin vind ik het ongelooflijk mooi, maar ik heb dan ook een boontje voor alles wat vulkaan is.
Japanners komen in grote aantallen de caldera en de vulkaan bewonderen, waarbij ze ook stoppen voor een foto van de koeien in de wei. En ik, met mijn koeienhart (vrienden met een wei naast hun huis kunnen dit beamen) ben erdoor ontroerd.
Blijkbaar zijn koeien voor hen even vreemd als zebra's voor ons. Ik geef toe, ook voor mij zijn het mijn eerste Japanse koeien. Eentje laat zich gewillig strelen, totaal onkoes, dat gedrag. En ondertussen nemen ze nog meer foto's. Een Gaijin (vreemdeling) die een koe streelt. "Ze heeft zeker nog nooit een koe gezien?"
Ze moesten eens weten. Meeeuuuuh, of hoe zou het klinken in het Japans?
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:07
0
reacties
donderdag 24 juli 2008
Japanse gastvrijheid zonder grenzen


24 juli 1999
Aiko en ik zitten vroeg in de morgen op de juiste trein naar de volgende bestemming. Masaaki -de Japanner van de eerste avond- is vandaag ook op stap.
Beiden verlaten me ergens rond halfelf, nadat ze me op de juiste trein hebben gezet. Masaaki heeft me uitgenodigd bij hem thuis in Osaka, iets wat ik serieus overweeg ook al stond dit niet op mijn reisplan. Ik ga het toch grondig moeten doorheen gooien, want een aantal bestemmingen is hard labeur om te bereiken met de goedkope reispas waarmee ik reis.
Een 15-jarige Japanse treinverslaafde, op stap door Japan enkel en alleen voor de treinen, maakt me dit duidelijk. Hij is licht autistisch te oordelen naar de glans in zijn ogen als we door een tunnel reizen, in een klein station stoppen of een andere trein passeren, maar ongelooflijk handig als je een treinreis wil samenstellen.
Ik zit amper een halfuur alleen op de trein of een Japanse komt naast me zitten om met me te praten. Ze is afkomstig uit Tokyo en reist naar Kumamoto om een vriendin te bezoeken. Ik heb 5 uur stoptijd in Kumamoto voorzien om de beroemde tuin (hmmm...) en het kasteel (tja) te bezichtigen. Ryoko nodigt me uit om met haar en haar vriendin te gaan eten. Zo komt het dat ik de namiddag doorbreng met Ryoko, Yuko, haar man en twee kinderen. Enkel Ryoko spreekt Engels, maar het lukt me om ook met de anderen een paar woorden te wisselen. Ze slepen me mee naar een restaurant, naar het kasteel en naar de tuin. Na afloop word ik netjes afgezet aan het station. Wat een luxe, en ja, ik voel me ongelooflijk schuldig, maar ze kennen geen grenzen in hun gastvrijheid, die Japanners.
Ik ben blij dat ik hen ontmoet heb. De tuin was wel mooi, maar niet zo spectaculair en het kasteel... Geen commentaar. De Japanse familie bleek de verrassing van de dag.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:04
0
reacties
woensdag 23 juli 2008
1000 bommen en granaten
23 juli 1999
Gisteren had de meteorologische dienst officieel het einde van het regenseizoen aangekondigd, vandaag slaan ze regenalarm voor Nagasaki. Het valt naar beneden en zelfs met paraplu ben je binnen de kortste keren doornat. Op mijn weg naar het atoombommuseum stap ik verschillende malen door enkeldiep water, het treinverkeer ligt stil, autoverkeer zit vast en de gisteren zo rustige kanalen stromen woest. Ik hoop dat ik morgen uit Nagasaki weg geraak.
Ik schuil die ochtend in het atoombommuseum, niet bepaald een geruststellende schuilplaats. Overblijfselen van na 9 augustus 1945, foto's, film, schaalmodellen,... Dit alles om de verwoestende kracht te illustreren.
Op de middag -regen is gestopt- ga ik naar de plaats waarboven de bom is ontploft. Ik probeer me het Nagasaki van toen voor te stellen. Daarna ga ik, overwelmd door indrukken, terug richting centrum.
Terwijl ik mijn lunch eet -een soort noodels in pannenkoek- komt een Japanse op me af. Ik stel me beleefd voor. Haar reactie is gek en als ze me zegt dat we dezelfde kamer delen in de hostel, begrijp ik waarom. Ik heb er gisteren mee gepraat en vandaag herken ik haar niet meer. Ik schaam me diep.
's Avonds maak ik het goed door haar op een van de vele melkdrankjes te tracteren. Het blijkt dat ze morgen dezelfde trein neemt als ik, zodat een stresserend probleem -overstappen in 7 minuten- onmiddellijk opgelost is. Aiko gaat begin september voor minstens twee jaar naar Turkije, de kans dat we elkaar dus ergens in Europa treffen is groot. Ik zal haar met plezier terug ontmoeten.
Gepost door
Béate Vervaecke
op
10:00
0
reacties
dinsdag 22 juli 2008
Nederlanders....

22 juli 1999
Er is een groot voordeel aan hostels in Japan. Alle niet-Japanners hangen aan elkaar en al vroeg in de morgen sluit ik een alliantie met Nes, Australische, om vandaag samen te stappen. Glover Gardens is ons doel en het is een verzameling van 19de eeuwse huizen die ooit toebehoord hebben aan Britten die een belangrijke rol gespeeld hebben in de internationale ontwikkeling van Nagasaki (en van daaruit ook Japan). De huizen waren verspreid over Nagasaki en werden afgebroken en gereconstrueerd in dit park.
Ze zijn weinig spectaculair, zelfs Nes, toch niet gewoon om 19de eeuwse dingen te aanschouwen, is niet onder de indruk. Het levensverhaal van hun bewoners daarentegen... Op jonge leeftijd naar Japan komen om hier handel te drijven en een bloeiende zaak uit te bouwen. Ze hadden visie en lef.
In Nagasaki is ook een "Hollandstraat" en een "Nederlandse helling" te vinden. Zij waren hier dus ook. Maar erger nog, hou je vast, hier is sinds een aantal jaren een populair themapark met als thema "Nederland". "Huis Ten Bosch" is een evocatie van een 17de eeuws Nederland met vertier voor het gans gezin. Het is een ongelooflijk succesvol park met prijzen die niet voor mijn budget bestemd zijn (2.000 BEF voor een dagtrip vanuit Nagasaki). Bovendien, waarom zou ik daarvoor gaan betalen?
Vanuit Glover Garden slenteren we terug richting jeugdherberg. In het kanaal blijken honderden Koi karpers te zitten die uit de bol gaan voor de restjes brood die ik langs de weg vind. Zelf kopen we een verpakte lunch in een warenhuis, voor 160 BEF verrassend lekker en veel. Eten met stokjes verloopt smerig en langzaam.
Bij een Shintotempel worden we op sleeptouw genomen door een dronken Japanner die ons door een aantal rituelen loodst. Na een drietal houden we het voor bekeken en vluchten we naar de hostel. We willen elk een aantal volgende bestemmingen telefoneren om praktische zaken te regelen, niet zo evident in een land waar slechts weinigen Engels spreken.
Een behulpzame Japanner, Masaaki, helpt ons en wijdt ons nadien in in een Japans diner en sake. Ik wil perse op de tatami eten, maar na vijf minuten moeten ze me uit de knoop halen en bijna dragen naar een stoel. Masaaki geeft toe dat hij nooit op de traditionele manier aan een tafel zit, zijn generatie is het niet meer gewoon. Het Japans eten bevalt me, maar ik heb me tot nu toe ver van de verse vis gehouden. Dat experiment zal voor een volgende maal zijn.
Om 22.30 uur sluiten de deuren van de hostel onverbiddelijk, we reppen ons naar "huis".
Gepost door
Béate Vervaecke
op
09:53
0
reacties